RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 21/5226 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juni 2023 in de zaak tussen [naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. I. van Medenbach de Rooij), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (gemachtigde: mr. W. Smith). Inleiding Met het primaire besluit van 19 april 2021 heeft verweerder bepaald dat verzoeker zijn Wajonguitkering niet kan exporteren naar het buitenland. Met het bestreden besluit I van 27 augustus 2021 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift, en medegedeeld dat het bezwaar van verzoeker alsnog inhoudelijk wordt behandeld. Op 25 november 2022 heeft verweerder het bestreden besluit II genomen en het bezwaar van verzoeker (tegen het primaire besluit) ongegrond verklaard. Verzoeker heeft aangegeven dat hij zich ook met het bestreden besluit II niet kan verenigen, heeft zijn beroep gehandhaafd, en heeft tegen het bestreden besluit II gronden ingediend. Hierop heeft verweerder gereageerd met een aanvullend verweerschrift. Op 10 mei 2023 heeft verzoeker het beroep alsnog ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten voor het instellen van beroep tegen bestreden besluit I. Hierop heeft verweerder instemmend gereageerd. Beoordeling door de rechtbank
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.