RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 10278266 CV EXPL 231160 datum uitspraak: 26 mei 2023 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiser01] , woonplaats: [woonplaats01] , eiser, gemachtigde: mr. A. Aksü, tegen [gedaagde01] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] , gedaagde, vertegenwoordigd door [naam01] . De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
- De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 3 januari 2023, met bijlagen; het antwoord van 14 februari 2023, met bijlagen. 1.
- Op 25 april 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met [eiser01] , mr. Aksü en [naam01] besproken.
- De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.
- [eiser01] was eigenaar van het appartementsrecht dat recht geeft op het gebruik van het appartement aan de [adres01] in [plaats01] in het appartementencomplex waarvan [gedaagde01] het beheer en onderhoud verzorgt. [eiser01] was daarmee lid van [gedaagde01] en vve-bijdragen aan [gedaagde01] verschuldigd. Hij heeft dit appartementsrecht gekocht in maart 2018 en weer verkocht in juni
- 2.
- In het appartement van [eiser01] is sprake geweest van waterschade, die door [gedaagde01] is gemeld bij de verzekeraar. In verband met de waterschade heeft [eiser01] conform een afspraak met de voormalige beheerder van [gedaagde01] , [naam02] , tijdelijk geen vve-bijdragen betaald. De vve heeft van de verzekeraar een vergoeding ontvangen in verband met de waterschade in het appartement van [eiser01] van € 3.949,
- Op 3 september 2019 heeft [gedaagde01] een bedrag van € 567,91 aan [eiser01] betaald. Toen [eiser01] het appartementsrecht verkocht heeft [gedaagde01] een eindafrekening opgesteld en aangegeven dat [eiser01] nog een totaalbedrag van € 5.178,91 aan achterstallige vve-bijdragen moest betalen. 2.
- [eiser01] stelt zich op het standpunt dat de eindafrekening niet juist is en dat [gedaagde01] nog geld aan hem verschuldigd is. Hij eist daarom: [gedaagde01] te veroordelen aan hem te betalen € 7.342,85 met rente; [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten, waaronder een vergoeding voor de daadwerkelijke advocaatkosten; dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De vve is het niet eens met de eis. De vve moet € 3.869,90 aan [eiser01] betalen 2.
- Partijen zijn het er op de zitting over eens geworden dat [eiser01] nog een bedrag van € 3.869,90 van [gedaagde01] moet krijgen. De vve heeft bij het opstellen van de eindafrekening van 16 juni 2020 geen rekening gehouden met het bedrag van € 3.949,76 dat zij van de verzekering heeft ontvangen en welk bedrag zij aan [eiser01] moest betalen. [eiser01] heeft slechts € 576,91 ontvangen. Hij heeft dus nog een bedrag van € 3.381,85 tegoed. Hierbij moet nog opgeteld worden het totaalbedrag van € 488,05 dat [eiser01] op 16 juni 2020 aan [gedaagde01] heeft betaald en dat ook niet meegenomen was in de eindafrekening. Dit betekent dat [gedaagde01] in totaal € 3.869,90 aan [eiser01] moet betalen. De vve moet hierover wettelijke rente betalen. [eiser01] stelt niet vanaf welke datum hij aanspraak maakt op deze rente. De rente wordt daarom toegewezen vanaf de datum van dit vonnis. 2.
- De eis van [eiser01] wordt voor het overige afgewezen. [eiser01] heeft niet kunnen onderbouwen dat [gedaagde01] meer dan € 3.949,76 van de verzekeraar heeft ontvangen. De verzekeraar zou het restantbedrag van € 3.471,95 pas uitkeren als [eiser01] een herstelnota zou indienen. [eiser01] heeft geen herstelnota ingediend. De vve moet de proceskosten betalen 2.
- De vve krijgt voor het grootste deel ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). Eventuele fouten die de vorige beheerder heeft gemaakt, zijn toe te rekenen aan [gedaagde01] omdat zij die beheerder heeft ingehuurd. [eiser01] valt geen verwijt te maken. 2.
- De kantonrechter stelt de proceskosten aan de kant van [eiser01] tot vandaag vast op € 132,01 aan dagvaardingskosten, € 244,00 aan griffierecht en € 528,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 264,00). Dit is totaal € 904,
- Voor toekenning van een vergoeding van de werkelijke advocaatkosten acht de kantonrechter geen grond aanwezig, omdat geen feiten en/of omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit volgt dat [gedaagde01] misbruik van procesrecht heeft gemaakt of onrechtmatig tegenover hem heeft gehandeld door het op een procedure aan te laten komen. Voor kosten die [eiser01] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 132,
- Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853). uitvoerbaarheid bij voorraad 2.
- Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
- De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiser01] te betalen € 3.869,90 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling; 3.
- veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten die aan de kant van [eiser01] tot vandaag worden vastgesteld op € 904,01; 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken. 757