beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Insolventies – meervoudige kamer Intrekking aanstelling observator en vaststelling kosten observator rekestnummer : C/10/653442 / HO RK 23/127 uitspraakdatum : 24 februari 2023 beschikking in de (besloten) akkoordprocedure betreffende: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster] , statutair gevestigd te [vestigingsplaats] , verzoekster, advocaat: mr. A.C.E.G. Cordesius, kantoorhoudende te Den Haag. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de startverklaring van 23 augustus 2022; - de beschikking van 15 september 2022; - de beschikking van 24 november 2022; - de beschikking van 12 december 2022; - het verslag van 13 februari 2023 van de observator; - het bericht van 14 februari 2023 van de observator; - het bericht van 15 februari 2023 van mr. Cordesius; - het eindverzoek kosten observator van 20 februari
- 1.
- Bij beschikking van 15 september 2022 van deze rechtbank is een afkoelingsperiode voor een periode van twee maanden afgekondigd. Bij beschikking van 24 november 2022 heeft de rechtbank de afkoelingsperiode verlengd tot 15 februari 2023 en voorts ambtshalve mr. R.R.M. van den Heuvel als observator aangesteld. Bij beschikking van 12 december 2022 heeft de rechtbank het bedrag dat de werkzaamheden van de observator ten hoogste mogen kosten, vastgesteld op € 10.028,93 exclusief BW. 1.
- De observator deed de rechtbank op 13 februari 2023 een verslag toekomen en de observator verzocht de rechtbank op 14 februari 2023 ex artikel 380 lid 4 Faillissementswet (Fw) jo. artikel 371 lid 12 Fw om intrekking van zijn aanstelling als observator. 1.
- Gevraagd om een zienswijze op het verslag van de observator berichtte mr. Cordesius de rechtbank op 15 februari 2023: ‘Mijn cliënte [verzoekster] beëindigt zonder akkoord het WHOA-traject. Cliënte kan voortgaan met het (successievelijk) betalen van haar schuldeisers.’ 1.
- Bij eindverzoek d.d. 20 februari 2023 heeft de observator de rechtbank verzocht de kosten vast te stellen op € 7.884,92 exclusief 21% BTW en 4% kantoorkosten. De rechtbank heeft [verzoekster] in de gelegenheid gesteld een zienswijze op dat verzoek in te dienen. [verzoekster] heeft dienaangaande geen zienswijze ingediend. 1.
- De rechtbank zal de aanstelling van mr. R.R.M. van den Heuvel als observator conform zijn verzoek intrekken. 1.
- Het eindverzoek kosten observator komt de rechtbank niet onredelijk voor. Nu er voorts van de zijde van [verzoekster] geen bezwaren naar voren zijn gebracht, zal de rechtbank de kosten dienovereenkomstig vaststellen. 1.
- De observator rapporteerde de rechtbank dat [verzoekster] slechts gedeeltelijk zekerheid stelde voor de kosten van de observator, en wel door overmaking van € 8.045,
- De rechtbank gaat er, mede gezien het bericht van 15 februari 2023 van mr. Cordesius, van uit dat [verzoekster] de observator op korte termijn volledig voldoet. 2De beslissing De rechtbank: - trekt in de aanstelling van mr. R.R.M. van den Heuvel als observator; - bepaalt het salaris van de observator op € 7.884,92 en de kantoorkosten op € 315,40, beide bedragen exclusief BTW; - bepaalt dat het salaris en de kantoorkosten ten laste van [verzoekster] komen. Deze beschikking is gegeven door mr. F. Damsteegt, voorzitter, mr. V.G.T. van Emstede en mr. M.P. de Valk, rechters, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2023.