RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 21/3058 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 januari 2023 in de zaak tussen [naam eiser] , eiser, en [naam eiseres], eiseres, uit [plaats] , en [naam bedrijf 1], [naam bedrijf 2], [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4], hierna samen: eisers, gemachtigde: mr. N. Adrichem en de burgemeester van de gemeente Rotterdam, verweerder gemachtigde: mr. C.W. de Jong. Procesverloop Met het besluit van 14 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het pand aan de [adres] te Rotterdam gesloten op grond van artikel 2.36, achtste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 (Apv). Met het besluit van 28 april 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De gemachtigde van eisers heeft zich bij bericht van 15 maart 2022 als gemachtigde gesteld in de beroepszaak en verzocht om uitstel van de op 17 maart 2022 geplande behandeling ter zitting. De rechtbank heeft dat verzoek toegewezen. Verweerder heeft op 28 juni 2022 aan de rechtbank bericht dat het bestreden besluit wordt ingetrokken. De rechtbank heeft het beroep op 8 juli 2022 op zitting behandeld. Eisers en hun gemachtigde zijn, zonder voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft ter zitting pas van het bericht van verweerder van 28 juni 2022 kennisgenomen. De rechtbank heeft de behandeling van het beroep ter zitting aangehouden, omdat bleek dat het bericht nog niet aan de gemachtigde van eisers was doorgezonden. De rechtbank heeft de gemachtigde van eisers bij bericht van 12 juli 2022 verzocht om contact op te nemen met verweerder over de eventuele intrekking van het beroep en de vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft daarbij verzocht om haar uiterlijk vier weken na de verzending van deze brief te informeren over de uitkomst van dit overleg. De rechtbank heeft op 16 en 17 augustus 2022 telefonisch contact gezocht met de gemachtigde van eisers. Mr. K Shing, waarnemend gemachtigde van eisers, gaf aan dat hij er niet mee bekend was dat er op 8 juli 2022 een zitting had plaatsgevonden en dat hij het bericht van 12 juli 2022 niet had ontvangen. Hij gaf aan dat het bij de rechtbank bekende postadres nog wel het juiste postadres was. Hij verzocht de rechtbank om het bericht per e-mail aan hem toe te sturen. De rechtbank heeft het bericht van 12 juli 2022 vervolgens per e-mail aan hem toegezonden en hiervan een kopie verzonden aan verweerder. De rechtbank heeft de waarnemend gemachtigde verzocht om binnen vier weken te reageren. De rechtbank heeft op 30 september 2022 opnieuw telefonisch contact opgenomen met de waarnemend gemachtigde van eisers. Hij gaf aan dat hij de rechtbank een week later zou informeren. De rechtbank heeft op 17 oktober 2022 opnieuw telefonisch contact opgenomen met de waarnemend gemachtigde van eisers. Hij gaf aan dat hij eind december verwachtte aan te kunnen geven of het beroep wordt ingetrokken, of dat er nog een oordeel van de rechtbank zou worden gevraagd over een eventueel verzoek om schadevergoeding of over de proceskosten. Bij bericht van 18 oktober 2022 heeft de waarnemend gemachtigde van eisers verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden tot nader order. De rechtbank heeft dit verzoek bij bericht van 7 november 2022 toegewezen. Bij bericht van 9 november 2022 heeft verweerder de rechtbank bericht dat bij besluit van 24 oktober 2022 het primaire besluit van 14 oktober 2020 en het bestreden besluit van 28 april 2021 zijn ingetrokken. Verweerder heeft daarbij aangegeven bereid te zijn proceskosten aan eisers te vergoeden tot een bedrag van € 2.277,-, alsmede het door eisers betaalde griffierecht. Bij bericht van 10 november 2022 heeft de rechtbank aan eisers verzocht om binnen twee weken na de datum van verzending van dit bericht aan te geven of en in dat geval om welke reden zij het beroep nog willen handhaven. Eisers hebben hierop niet gereageerd. Bij bericht van 23 december 2022 heeft de rechtbank opnieuw aan eisers verzocht om te reageren op het bericht van 10 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.