RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 10252191 VV EXPL 22-526 datum uitspraak: 30 januari 2023 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van Gustoha B.V. , vestigingsplaats: Amsterdam, eiseres, gemachtigde: mr. E.H. Mulckhuijse, tegen [gedaagde01] , tevens handelend onder de naam [handelsnaam01] , woonplaats: [woonplaats01] , gedaagde, die niet is verschenen. De partijen worden hierna ‘Gustoha’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
- De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: - de dagvaarding van 3 januari 2023, met bijlagen. 1.
- Op 24 januari 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig: namens Gustoha mevrouw [naam01] met mr. E.H. Mulckhuijse.
- Het geschil 2.
- Gustoha eist samengevat: [gedaagde01] te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van het vonnis het gehuurde aan de [adres01] te [plaats01] te ontruimen; [gedaagde01] te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van het vonnis aan haar te betalen € 2.096,32 met rente over € 1.815,- vanaf 16 december 2022 tot de dag van volledige betaling; [gedaagde01] te veroordelen tot betaling van € 302,50 vanaf 1 januari 2023 tot het moment van ontruiming; [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten; het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het bedrag dat wordt geëist bestaat uit de hoofdsom van € 1.815,-, rente van € 9,07 (berekend tot en met 15 december 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 272,
- 2.
- Gustoha baseert de eis op het volgende. [gedaagde01] huurt van Gustoha een bedrijfsruimte, maar heeft nog nooit huur betaald. Gustoha heeft de huurovereenkomst opgezegd en de ontruiming van het gehuurde aangezegd tegen 1 december
- [gedaagde01] heeft het gehuurde niet ontruimd en verlaten. Gustoha kan nog niet over het gehuurde beschikken, omdat de ontruimingsbescherming van artikel 7:230a BW van toepassing is. Die bescherming geldt niet voor een huurder die veroordeeld is tot ontruiming wegens niet-nakoming van zijn verplichtingen (artikel 7:230a lid 2 BW). [gedaagde01] is zijn verplichting met betrekking tot het betalen van de huur niet nagekomen en er hebben gedurende de huurovereenkomst geen activiteiten in het gehuurde plaatsgevonden. Gustoha vordert daarom veroordeling van [gedaagde01] tot ontruiming van het gehuurde. 2.
- [gedaagde01] heeft geen verweer gevoerd.
- De beoordeling 3.
- [gedaagde01] is op 24 januari 2023 niet op de mondelinge behandeling verschenen. Uit de door Gustoha overgelegde originele dagvaarding is gebleken dat [gedaagde01] correct voor de zitting is opgeroepen. Ook de overige bij wet voorgeschreven formaliteiten zijn in acht genomen, zodat verstek is verleend tegen [gedaagde01] . 3.
- De vordering tot ontruiming van het gehuurde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor zodat deze zal worden toegewezen. 3.
- [gedaagde01] moet een gebruiksvergoeding betalen tot en met de maand waarin hij de bedrijfsruimte met al zijn spullen heeft verlaten. Dit deel van de vordering wordt daarom ook toegewezen. 3.
- De gevorderde huurachterstand berekend tot en met november 2022 en de gebruiksvergoeding over december 2022, in totaal een bedrag van € 1.815,-, wordt als onweersproken en gegrond op de wet toegewezen. De wettelijke rente over dit bedrag wordt eveneens toegewezen, omdat [gedaagde01] te laat is met betaling. 3.
- De gevorderde incassokosten worden toegewezen tot een bedrag van € 45,
- In de door Gustoha aan [gedaagde01] verstuurde veertiendagen-brief is slechts aanspraak gemaakt op dit bedrag en niet op een hoger bedrag. 3.
- [gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 BW). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Gustoha tot vandaag vast op € 106,04 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht en € 498,- aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 732,
- Voor kosten die Gustoha maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 124,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853). De wettelijke rente wordt toegewezen. 3.
- Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
- De beslissing De kantonrechter: 4.
- veroordeelt [gedaagde01] om binnen 7 dagen na de datum van dit vonnis de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres01] te [plaats01] , te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde01] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Gustoha te stellen; 4.
- veroordeelt [gedaagde01] om binnen 7 dagen na betekening van het vonnis aan Gustoha te betalen € 1.869,45 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 1.815,- vanaf 16 december 2022 tot de dag van volledige betaling; 4.
- veroordeelt [gedaagde01] aan Gustoha te betalen € 302,50 met ingang van de maand januari 2023 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt; 4.
- veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten die aan de kant van Gustoha tot vandaag worden vastgesteld op € 732,04; 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 4.
- wijst het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken. 47636