Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/174498-22 Datum uitspraak: 28 juli 2023 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte: [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1982, niet ingeschreven in de basisregistratie personen, ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI01] , locatie [detentielocatie01] , raadsman mr. S.L.J. Janssen, advocaat te Rotterdam. 1 Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 14 juli 2023. 2 Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3 Eis officier van justitie De officier van justitie mr. H.A. van Wijk heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1 (invoer van 105 kilo cocaïne in de periode 2 juni 2020 – 28 juni 2020 [zaaksdossier Vliegtuig]; invoer van 74 kilo cocaïne in de periode 9 december 2020 – 12 december 2020 [zaaksdossier Handdruk]; invoer van 1329 kilo cocaïne in de periode 9 januari 2021 – 17 februari 2021 [zaaksdossier Poeroet]), 3, 4 en 5 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar met aftrek van voorarrest. 4 Waardering van het bewijs 4.1. Voorafgaande overweging De verdachte is in eerste instantie gedagvaard tegen de terechtzitting van 7 november 2022: hem was toen alleen het feit ten laste gelegd dat nadien op de dagvaarding nummer 1 heeft gekregen (parketnummer 10/174498-22). Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangegeven dat het de bedoeling was door middel van een parallelle dagvaarding ook de feiten 2 tot en met 5 aan verdachte ten laste te leggen, maar dat die beoogde tweede dagvaarding door omstandigheden niet was uitgegaan. Voorafgaand aan de terechtzitting van 23 januari 2023 is de verdachte alsnog gedagvaard ter zake van de feiten 2 tot en met 5 (parketnummer 10/297026-22). Bij tussenbeslissing van 6 februari 2023 zijn de zaken gevoegd en de feiten hernummerd. Op het eerste gezicht is aldus onder 1 (medeplegen van) de invoer van cocaïne ten laste gelegd en onder 2 cumulatief (medeplegen van) voorbereiding van die invoer. Dat is in de rechtspraak van de Hoge Raad ook toelaatbaar geoordeeld; vgl. HR 29 april 1997, NJ 1997/665. De omstandigheid dat thans veelal eendaadse samenloop moet worden aangenomen (HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1114) doet daaraan niet af, integendeel. Ter terechtzitting van 14 juli 2023 heeft de officier van justitie echter te kennen gegeven dat de onder 2 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen ex art. 10A Opiumwet als subsidiair ten opzichte van de onder 1 ten laste gelegde invoer moet worden opgevat. Dat zal de rechtbank dan ook doen, hoewel het voor de hand had gelegen wijzing van de tenlastelegging van feit 1 te vorderen en de rechtbank het op prijs had gesteld dat hieromtrent eerder zou zijn gecommuniceerd met rechtbank en verdediging. 4.2. Invoer van 105, 150 en 1.329 kilogram cocaïne (feit 1) dan wel de voorbereidingshandelingen daartoe (feit 2). Zaakoverstijgend 4.2.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie acht primair wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan alle gedachtestreepjes van de ten laste gelegde (verlengde) invoer van cocaïne (zaaksdossiers Vliegtuig, Handdruk en Poeroet), met dien verstande dat wat zaakdossier Handdruk betreft een hoeveelheid van 74 kilogram cocaïne bewezen wordt geacht. 4.2.2. Standpunt verdediging De verdediging heeft (partiële) vrijspraak bepleit met betrekking tot het medeplegen van invoer van cocaïne (feit 1). Het ten laste gelegde kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard omdat het dubbele opzet ontbrak en voorts omdat (kortgezegd): - eerste gedachtestreepje (zaaksdossier Vliegtuig) De bijdrage van de verdachte aan de invoer van de gehele hoeveelheid 105 kilogram cocaïne van onvoldoende intellectueel en materieel gewicht is om hem aan te merken als medepleger. De verdachte was slechts betrokken bij de invoer van 8 kilogram, de hoeveelheid cocaïne waarvoor hij zich bij dit transport had ingekocht; Voor zover dit feit voor de gehele hoeveelheid bewezen wordt verklaard, verzoekt de verdediging de gebruiker van het Sky-ID account [naam Sky-ID account01] te horen als getuige. De persoon achter dit account kan meer helderheid geven over de beperkte rol en betrokkenheid van de verdachte. - tweede gedachtestreepje (zaaksdossier Handdruk): In het dossier ontbreekt het bewijs dat de verdachte als medepleger is betrokken bij de invoer van meer dan 74 kilogram cocaïne; - derde gedachtestreepje (zaakdossier Poeroet): De verdachte en zijn medeverdachte (de onbekend gebleven medewerker) hebben zich pas met de invoer van 1.329 kilogram cocaïne bemoeid toen die partij al in beslag was genomen. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad het arrest van de Hoge Raad van 15 december 1998 (ECLI:NL:HR:1998:ZDI300), het zogenoemde Kokosnotenarrest, kunnen dergelijke handelingen niet strekken tot de (verlengde) invoer van die betreffende hoeveelheid cocaïne. De verdediging heeft ook vrijspraak bepleit met betrekking tot de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. Het dossier biedt geen aanknopingspunten waaruit valt af te leiden dat de verdachte daarbij enige rol en betrokkenheid heeft gehad. Dit feit kan daarom niet bewezen worden verklaard. 4.2.3. Beoordeling Identificatie van de Sky-ID’s Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting kan worden afgeleid dat de verdachte de gebruiker is geweest van Sky-ID’s gedurende de periodes als vermeld in de onderstaande tabel. Sky-ID Periode actief [naam Sky-ID account02] 4 januari tot en met 8 maart 2021 [naam Sky-ID account04] 22 november 2020 tot en met 4 januari 2021 [naam Sky-ID account03] 26 augustus tot en met 22 november 2020 [naam Sky-ID account05] 3 juni tot en met 25 augustus 2020 [naam Sky-ID account01] (bijnaam [bijnaam01] ) 1 januari tot en met 18 juni 2020. Betrokkenheid invoer van cocaïne dan wel voorbereidingshandelingen (feiten 1 en 2) Uit de omstandigheid dat de verdachte genoemde Sky-ID’s gebruikte, volgt dat hij betrokken was bij de invoer van cocaïne, dan wel bij de voorbereidingshandelingen daartoe: de inhoud van de berichten die door en aan de gebruiker van die Sky-ID’s worden gestuurd hebben daarop onmiskenbaar betrekking. Uit de inhoud van het dossier is geen begin van aannemelijkheid naar voren gekomen dat in elk van de accounts meer dan een persoon de gebruiker is geweest van het betreffende account. Dat is ook onaannemelijk, gelet op de omstandigheid dat volstrekt open werd gecommuniceerd over ernstige strafbare feiten. Medeplegen De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of het handelen van de verdachte als medeplegen kan worden gekwalificeerd. Om te beoordelen of sprake is van de daartoe vereiste bewuste nauwe samenwerking, moet gekeken worden naar de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding en/of afhandeling van het strafbare feit en het belang van de rol van de verdachte. - via Schiphol (eerste gedachtestreepje [zaakdossier Vliegtuig]): De verdachte heeft met zijn Sky-ID’s [naam Sky-ID account05] en [naam Sky-ID account01] (bijnaam ‘ [bijnaam01] ’) deelgenomen aan de Sky-groepschat [naam Sky-groepschat01] . Anders dan de verdediging heeft betoogd volgt uit de inhoud van die gesprekken dat de verdachte actief heeft deelgenomen aan en een leidende rol heeft gehad in de voorbereiding van het transport. Het is de verdachte geweest met wie is afgestemd hoeveel cocaïne verzonden moest worden. De verdachte is ook de persoon geweest met wie afspraken zijn gemaakt over de hoogte van de borg – de rechtbank begrijpt: het bedrag dat betaald moest worden om de medewerking van corrupt luchthavenpersoneel te verkrijgen – en de verdeling daarvan. De verdachte regelde ook het ophalen en afdragen van die borg. Intussen deelde hij cruciale informatie met andere contacten en nam hij samen met hen deel aan de Sky-groepschat [naam Sky-groepschat02] . In die chat werd onder meer gesproken over de voorbereiding van het uithalen, het annuleren van een gepland transport, de hoogte van de borg, de marges die per kilo te behalen zijn, de (door)verkoop van hoeveelheden cocaïne en de overdacht van cocaïne en geld. De rechtbank concludeert hieruit dat de verdachte steeds bewust nauw heeft samengewerkt met anderen, waarbij hij een leidende en coördinerende rol heeft gehad. Ook volgt eruit dat de samenwerking was gericht op de (verlengde) invoer van de ten laste gelegde hoeveelheid cocaïne. Dat de verdachte geen wetenschap had dat het een groter transport zou betreffen dan de acht kilogram waarvoor hij zich had ingekocht, vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen. Dat de verdachte niet in de Sky-groepschat zat waarin het transport en de wijze van verpakking werd besproken, maakt de rol en de betrokkenheid van de verdachte niet anders. De verweren worden verworpen. De verdachte is niet bekend met de identiteit van de gebruiker van Sky-ID [naam Sky-ID account01] . Het dossier biedt evenmin aanknopingspunten waaruit diens identiteit zou kunnen blijken. Reeds om die reden strandt het voorwaardelijk verzoek van de verdachte. - via de haven van Antwerpen (tweede gedachtestreepje [zaakdossier Handdruk]): De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat op grond van de inhoud van het dossier het medeplegen van de verlengde invoer van 74 kilogram cocaïne bewezen kan worden verklaard. Dit feit zal zonder verdere nadere motivering bewezen worden verklaard. - via de haven van Rotterdam (derde gedachtestreepje [zaakdossier Poeroet]): Er is geen bewijs voor het medeplegen van invoer van 1.329 kilogram cocaïne. Uit de feiten en omstandigheden die blijken uit de Sky-chats leidt de rechtbank af dat de (voorbereidings)handelingen van de verdachte weliswaar gericht waren op het binnen het grondgebied van Nederland brengen en vervoeren van een substantiële partij verdovende middelen, maar ook dat de eerste berichten die daarmee in verband te brengen zijn, pas hebben plaatsvonden op 16 februari 2021 en uit de tekst leidt de rechtbank af dat er op die datum voor het eerst aan de verdachte een verzoek werd gedaan in verband met de invoer van deze zeer grote hoeveelheid cocaïne. Het corrupte contact van verdachte zou de locatie van de container bekend moeten maken, zodat anderen de cocaïne zouden kunnen uithalen. De eerste contacten hebben dus pas plaats gehad nadat deze partij door de Nederlandse justitiële autoriteiten in beslag was genomen. Daarom kan ten aan zien van verdachte wat betreft de hoeveelheid van 1329 kilogram cocaïne niet van verlengde invoer worden gesproken. De verdachte zal in zoverre worden vrijgesproken. Wel kan op basis van het dossier worden afgeleid dat alles in gereedheid is gebracht om de partij cocaïne uit te halen. Dat die (eerste) voorbereidingshandelingen van de verdachte en zijn medeverdachten pas plaatsvonden nadat de cocaïne was onderschept, ontneemt daaraan niet het strafbare karakter. Het verweer wordt verworpen. 4.2.4. Conclusie feiten 1 en 2 Bewezen is dat de verdachte als medepleger betrokken is bij de (verlengde) invoer van 105 kilogram cocaïne via Schiphol (feit 1 eerste gedachtestreepje [zaaksdossier vliegtuig]), van 74 kilogram cocaïne via de haven van Antwerpen (feit 1 derde gedachtestreepje [zaaksdossier Handdruk]) en van de strafbare voorbereidingshandelingen ter zake de invoer van 1329 kilogram cocaïne (zaaksdossier Poeroet). 4.3. Niet-ambtelijke corruptie Poeroet (feit 3) en Vliegtuig (feit 4) 4.3.1. Standpunt verdediging - Poeroet De ten laste gelegde feiten – het medeplegen van omkoping van een medewerker van [naam bedrijf01] en van een medewerker van de luchthaven [naam luchthaven] – kunnen niet bewezen worden verklaard. In het dossier ontbreken bewijsmiddelen waaruit blijkt van giften of beloften aan enige medewerker van [naam bedrijf01] . Dat de verdachte een crimineel contact heeft dat een ander een dienst zou kunnen bewijzen is onvoldoende voor de conclusie dat de verdachte bij de omkoping van dat contact betrokken was. - Vliegtuig Met betrekking tot omkoping van een medewerker van de luchthaven [naam luchthaven] blijkt niet dat die bereid was om mee te werken omdat hem een geldbedrag betaald werd. Voor zover uit het dossier blijkt van enige betrokkenheid van de verdachte bij deze omkoping, is hoogstens sprake van medeplichtigheid daaraan. Aangezien in het dossier bewijsmiddelen ontbreken waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte een grotere rol heeft gehad, dient hij van beide feiten te worden vrijgesproken. 4.3.2. Beoordeling - Poeroet (medewerker [naam bedrijf01] ) Uit de Sky-chats in zaakdossier Poeroet kan worden afgeleid dat de verdachte een aantal personen in de haven aanstuurt, waartoe onder anderen een corrupte medewerker van rederij [naam bedrijf01] behoort die containernummers en pincodes kan zien, de plaats waar containers zich bevinden in de haven en die weet welke containers (zullen) worden gecontroleerd. De verdachte onderhandelt met een van zijn criminele contacten die zijn – verdachtes – corrupte medewerker wil gebruiken om te weten te komen waar de container zich bevindt en hij spreekt over de prijs voor diens diensten. Verdachte koppelt daarna aan de gebruiker van het andere Sky-account terug dat “hij het gaat doen”. Daarom lag 24 februari 2021 – toen de verdachte nog niet wist dat de cocaïne in beslag was genomen - een geldbedrag voor de corrupte medewerker klaar dat hij die avond kon komen halen. De rechtbank acht op grond van de inhoud van het dossier bewezen dat in tenminste één geval een geldbedrag is betaald aan een medewerker van [naam bedrijf01] en dat de verdachte daarbij nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen. Het verweer wordt verworpen. - Vliegtuig (medewerker luchthaven [naam luchthaven] ) De rechtbank stelt voorop dat artikel 328ter van het Wetboek van Strafrecht niet vereist dat de omgekochte door de omkoper moet zijn bewogen tot bepaalde handelingen of het nalaten daarvan. Ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat uit de Sky-chats kan worden afgeleid dat de verdachte zich heeft beziggehouden met afspraken rondom de betaling van de borg (zie eerder dit vonnis). Uit de Sky-chats volgt dat de afspraken daadwerkelijk hebben geleid tot ontmoetingen voor de overdracht en dat een geldbedrag als borg is betaald. De verdachte had ook hier een coördinerende rol en daarom is zijn aandeel van zodanig cruciaal gewicht dat de rechtbank tot de conclusie komt dat de verdachte als medepleger kan worden aangemerkt bij de hier bedoelde omkoping. Ook dit verweer wordt verworpen. 4.3.3. Conclusie feiten 3 en 4 Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan niet-ambtelijke omkoping van een medewerker van [naam luchthaven] en van een medewerker van [naam bedrijf01] . 4.4. Handel in verdovende middelen (feit 5) De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat op grond van de inhoud van het dossier bewezen kan worden verklaard dat de verdachte een aantal maal grote hoeveelheden cocaïne heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd. Dit feit zal zonder verdere nadere motivering bewezen worden verklaard. 4.5. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: Zaakoverstijgend (Invoer) 1. hij, in de periode van 2 juni 2020 tot en met 17 februari 2021, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermaals, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (grote) hoeveelheden cocaïne, waaronder mede begrepen invoer als bedoeld in artikel 1 lid 4 Opiumwet, te weten (in ieder geval): - 105 kilo cocaïne in de periode van 2 juni 2020 tot en met 28 juni 2020 (zaakdossier Vliegtuig), - 74 kilo cocaïne in de periode van 9 december 2020 tot en met 12 december 2020 (zaakdossier Handdruk), - zijnde cocaïne een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet; Zaakoverstijgend (voorbereidingshandelingen) 2. hij, in de periode van 16 tot en met 17 februari 2021, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermaals, telkens om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, telkens • een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of • zich en/of anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen , hebbende hij, verdachte, en een of meer van verdachtes mededaders telkens, - in meerdere SkyECC groepschats deelgenomen en berichten gestuurd en informatie uitgewisseld en afspraken gemaakt met betrekking tot het invoeren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van verdovende middelen en - een criminele contact in de haven geregeld, waaronder bij [naam bedrijf01] en -vervolgens mededaders aangestuurd en/of geïnformeerd over de inspectie van de container(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.