RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/661832 / JE RK 23-1623 Datum uitspraak: 18 juli 2023 Beschikking over een machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de: GI, betreffende [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. R.W. de Gruijl, te Rotterdam, [vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] . 1Het verloop van de procedure 1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 5 juli 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 7 juli 2023. 1.2. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juli 2023. Daarbij waren aanwezig: namens de moeder, haar (waarnemend) advocaat; de vader; - een vertegenwoordigster van de GI, mw. [persoon A] . De moeder is niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De advocaat van de moeder geeft aan dat de moeder niet zal verschijnen. 2De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin 2.3. Bij beschikking van 3 november 2022 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 2 februari 2022. 2.4. Bij beschikking van 11 november 2022 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 2 februari 2023. De kinderrechter heeft bij beschikking van 14 december 2022 ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg (oma vaderszijde) verleend met ingang van 14 december 2022 voor de duur van vier weken. 2.5. Bij beschikking van 20 januari 2023 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 20 januari 2024. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in het netwerk, te weten bij de oma vaderszijde, verleend tot 2 augustus 2023. 2.6. [voornaam minderjarige] verblijft sinds 24 februari 2023 in het huidige (neutrale) pleeggezin. 3Het verzoek 3.1. De GI verzoekt – zo begrijpt de kinderrechter – een machtiging te verlenen tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. 4De standpunten 4.1. De GI handhaaft tijdens de mondelinge behandeling het verzoek en licht dit als volgt toe. Naar aanleiding van een incident bij de opa en oma van vaderszijde heeft de GI [voornaam minderjarige] overgeplaatst naar een neutraal (bestands)pleeggezin, omdat haar veiligheid te zeer in het gedrang was gekomen. Bij het huidige pleeggezin gaat het goed met [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] gaat naar CityKids en zij kan inmiddels woorden spreken en zinnen maken. Daarnaast zijn de bezoeken met de moeder weer opgestart. Deze vinden om de week plaats en duren twee uur. De moeder is echter voor de tweede keer naar het buitenland vertrokken, waardoor de bezoeken al enige tijd stilliggen. Ook de bezoeken met de vader zijn opgestart. De bezoeken van de vader en de moeder worden begeleid door dezelfde begeleider. Het komende half jaar moet worden gebruikt voor het perspectiefonderzoek om duidelijkheid te verkrijgen over het perspectief van [voornaam minderjarige] . 4.2. De advocaat van de moeder brengt namens de moeder naar voren dat de moeder instemt met het verzoek van de GI. De moeder wil graag meewerken aan het perspectiefonderzoek. De hoop is dat dit voor afloop van de ondertoezichtstelling is afgerond. Verder is het de vraag wanneer de moeder terugkomt. Het is van belang voor de jeugdbeschermer om enerzijds de bereidheid van de moeder te horen en anderzijds te bepalen of daar iets mee moet worden gedaan. 4.3. De vader voert tijdens de mondelinge behandeling verweer tegen het verzoek van de GI. De vader heeft in het afgelopen jaar veel meegemaakt met de moeder. De moeder kampt met verslavingen en heeft veel problemen met zichzelf. [voornaam minderjarige] is vervolgens bij de opa en oma van vaderszijde geplaatst. Dit leek de beste plek voor haar te zijn. Er waren geen problemen, totdat de moeder op bezoek kwam bij de opa en oma van vaderszijde. De vader vindt het heel erg dat [voornaam minderjarige] hierdoor niet bij de opa en oma van vaderszijde kon blijven en naar een nieuwe plek moest. Het zou volgens de GI niet meer veilig zijn bij de opa en oma van vaderszijde. De vader is echter van mening dat het daar wel veilig is. Ook vond de vader het erg dat hij [voornaam minderjarige] hierdoor een tijd niet kon zien. Het is positief dat dit nu wel weer het geval is. Een (verlenging van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.