RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 10200643 VZ VERZ 22-13998 datum uitspraak: 12 januari 2023 (bij vervroeging) Beschikking van de kantonrechter in de zaak van [verzoekster01] , woonplaats: [woonplaats01] , verzoekster, gemachtigde: mr. D.J. Bosboom, tegen [verweerder01] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] , verweerder, gemachtigde: mr. S. Pershad. De partijen worden hierna ‘ [verzoekster01] ’ en ‘ [verweerder01] ’ genoemd. 1. De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: het verzoekschrift, ingekomen op 18 november 2022, met producties; het verweerschrift, met producties; het e-mailbericht van [verweerder01] van 19 december 2022, met productie; het e-mailbericht van [verweerder01] van 28 december 2022, met productie. 1.2. Op 22 december 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen besproken. [verzoekster01] was daarbij aanwezig, bijgestaan door mr. D.J. Bosboom. Namens [verweerder01] was [naam01] aanwezig, bijgestaan door mr. S. Pershad. 2. De feiten 2.1. [naam01] (hierna: [naam01] ) heeft in 2014 [verweerder01] opgericht en is tevens de enig aandeelhouder van [verweerder01] . De onderneming van [verweerder01] bestaat (onder andere) uit het besturen van diverse vennootschappen binnen de groep. [verweerder01] is de enig aandeelhouder van [bedrijf01], [bedrijf02], [bedrijf03] en [bedrijf04] 2.2. [naam01] is tandarts en richt zich op de tandheelkundepraktijk, welke onderneming wordt geëxploiteerd door [bedrijf02] [verzoekster01] verrichtte haar dagelijkse werkzaamheden (huid- en beautybehandelingen) binnen [bedrijf01], waarvan ze vanaf 11 februari 2016 ook bestuurder was. Daarnaast verrichtte [verzoekster01] administratieve werkzaamheden voor [verweerder01] en de vennootschappen binnen de groep. 2.3. [naam01] en [verzoekster01] zijn met elkaar getrouwd en hebben twee kinderen. Zij wonen niet meer samen en zijn in een echtscheidingsprocedure verwikkeld. 2.4. Op 28 oktober 2022 heeft [naam01] als enig aandeelhouder van [verweerder01] een algemene aandeelhoudersvergadering (hierna: ava) belegd. Tijdens deze vergadering is [verzoekster01] ontslagen als bestuurder van [verweerder01] . In de notulen van deze ava staat dat [verzoekster01] heeft afgezien van haar raadgevende stem en is als reden voor het ontslag genoemd dat [verzoekster01] en [verweerder01] zijn overeengekomen dat het bestuurderschap zal eindigen. Op 28 oktober 2022 is [verzoekster01] om dezelfde reden ook ontslagen als bestuurder van [bedrijf01] 3. Het geschil 3.1. Volgens [verzoekster01] was zij werknemer van [verweerder01] en geen bestuurder, zodat haar ontslag als ontslag op staande voet moet worden aangemerkt. Het ontslag op staande voet houdt volgens [verzoekster01] geen stand, omdat er geen dringende reden is want ze heeft niet met haar huidige partner [naam01] opgewacht en aangevallen en ze heeft zich ook geen kasgeld of bedrijfseigendommen toegeëigend. Ook is het ontslag niet onverwijld onder vermelding van de dringende reden aan haar medegedeeld. Het primaire verzoek van [verzoekster01] ziet er daarom op om het ontslag op staande voet te vernietigen en [verweerder01] te veroordelen tot betaling van haar salaris van € 3.907,68 exclusief 8% vakantietoeslag per maand vanaf 28 oktober 2022 tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, onder afgifte van deugdelijke specificaties en te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW. Tevens verzoekt [verzoekster01] om [verweerder01] te verplichten haar weer toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [verweerder01] daarmee in gebreke blijft, met veroordeling van [verweerder01] in de proceskosten. 3.2. Als [verzoekster01] wel bestuurder is van [verweerder01] , dan is [verzoekster01] van mening dat zij niet gehoord is, noch in de gelegenheid is gesteld om haar raadgevende stem te geven ter zake van het besluit van [verweerder01] om haar als bestuurder te ontslaan, zodat het besluit nietig of vernietigbaar is. [verzoekster01] vordert daarom voorwaardelijk, voor het geval in rechte komt vast te staan dat [verzoekster01] bestuurder is van [verweerder01] , een verklaring voor recht dat de aandeelhoudersbesluiten van 28 oktober 2022 tot ontslag van [verzoekster01] als bestuurder nietig zijn, althans deze besluiten te vernietigen. Tevens vordert [verzoekster01] om [verweerder01] te veroordelen tot betaling van haar salaris van € 3.907,68 exclusief 8% vakantietoeslag per maand vanaf 28 oktober 2022 tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, onder afgifte van deugdelijke specificaties en te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW. Daarnaast verzoekt [verzoekster01] om [verweerder01] te verplichten haar weer toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [verweerder01] daarmee in gebreke blijft, met veroordeling van [verweerder01] in de proceskosten. 3.3. Meer voorwaardelijk, voor het geval de besluiten van 28 oktober 2022 niet nietig zijn of zullen worden vernietigd, verzoekt [verzoekster01] om [verweerder01] te veroordelen aan haar te betalen: de transitievergoeding ter hoogte van € 11.713,71 bruto; een vergoeding ter hoogte van € 8.440,59 bruto wegens onregelmatige opzegging ex artikel 7:672 lid 11 BW; een billijke vergoeding ter hoogte van € 50.000,- bruto. Tevens vordert [verzoekster01] om [verweerder01] te veroordelen in de proceskosten. 3.4. [verweerder01] stelt zich op het standpunt dat [verzoekster01] bestuurder was van [verweerder01] en niet op grond van een arbeidsovereenkomst bij [verweerder01] in dienst was. Aan het benoemingsbesluit ligt geen schriftelijk benoemingsbesluit ten grondslag. Het ontslagbesluit is volgens [verweerder01] niet nietig of vernietigbaar, omdat er sprake was van een noodsituatie, waardoor er geen gevolg kon worden gegeven aan de gebruikelijke termijn voor het op- en bijeenroepen van de ava. Op 27 oktober 2022 heeft zich een geweldincident voorgedaan, waarbij [verzoekster01] en haar nieuwe partner [naam01] op het kantoor van [verweerder01] hebben opgewacht en aangevallen. Er was daardoor sprake was van een noodsituatie, omdat de situatie tussen [verzoekster01] en [naam01] onhoudbaar was geworden na de mishandeling op 27 oktober 2022. 4. De beoordeling 4.1. De vraag die als eerste beantwoord moet worden is of [verzoekster01] bestuurder was van [verweerder01] . Om het statutair bestuurderschap te kunnen aannemen, moet aan twee voorwaarden zijn voldaan: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.