Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10.253580.22 Datum uitspraak: 17 januari 2023 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] (Roemenië) op [geboortedatum01] 1988, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres01] [postcode01] [plaats01] , raadsvrouw mr. A.M.G. Wolffs, advocaat te Amsterdam.
- Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 januari
- Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
- Eis officier van justitie De officier van justitie mr. D.D.B. Reuter heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van voorarrest.
- Waardering van het bewijs Vast is komen te staan dat in de tuin van de woning waar de verdachte en de medeverdachte wonen een wapen is aangetroffen. Het wapen lag onder een handdoek in een hoek van de tuin. De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat er een wapen in de tuin lag. De officier van justitie vindt dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, omdat het niet anders kan dan dat de verdachte wist dat het wapen in de tuin lag. Hij baseert zich daarbij op de verklaring van de medeverdachte dat hij bij het opruimen van de tuin het wapen in de tuin heeft aangetroffen en op het uitgangspunt dat huisgenoten zo’n bijzondere vondst, als de vondst van een wapen, met elkaar delen. De rechtbank overweegt dat op grond van de bewijsmiddelen niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van het wapen in de tuin. De verdachte ontkent dat hij wist dat er een wapen was, volgens de medeverdachte heeft hij de verdachte niet over het wapen verteld, en het wapen lag ook niet eenvoudig in het zicht. De rechtbank acht daarom niet bewezen dat de verdachte het wapen voorhanden heeft gehad, zodat hij zal worden vrijgesproken.
- Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
- Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, voorzitter, mrs. M. Timmerman en S.A. van Egmond, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 17 januari
- Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij in of omstreeks de periode van 1 september 2022 tot en met 4 oktober 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie II, onder 3 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet, namelijk een vuurwapen dat zodanig is vervaardigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is, te weten een (ingekort) hagelgeweer, van het merk Baikal, type 18M, kaliber 12 Gauge voorhanden heeft gehad.