RECHTBANK ROTTERDAM Wrakingskamer zaaknummer: C/10/684838 / HA RK 24-794 Beslissing van 10 oktober 2024 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker], thans gedetineerd in [detentieadres], hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. A.J. van Dijk, mr. A.L. Pöll en mr. A. Wolthuis, rechters in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechters. 1De procedure 1.1. Het verzoek van verzoeker strekt tot wraking van de rechters in de civiele zaak met nummer C/10/676043 / FA RK 24-2253. Die zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag van verzoeker en [naam 1] over hun zoon [naam 2]. Het dossier van deze zaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer. 1.2. Het verloop van de procedure blijkt verder uit: het proces-verbaal van de zitting op 23 augustus 2024, waarin het mondeling gedane wrakingsverzoek en de gronden daarvan zijn vermeld; de schriftelijke reactie van de rechters van 9 september 2024. 1.3. Bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 1 oktober 2024 zijn verschenen: verzoeker; de rechters mr. Van Dijk en mr. Pöll. 1.4. De rechter mr. Wolthuis heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling laten weten niet te zullen verschijnen. 2Het wrakingsverzoek 2.1. Verzoeker heeft de rechters gewraakt, omdat de rechters het verzoek om de behandeling van de onder 1.1 bedoelde zaak aan te houden hebben afgewezen. Verzoeker heeft direct voorafgaand aan de zitting van 23 augustus 2024 het vertrouwen in zijn advocaat opgezegd, omdat hij zijn advocaat niet in detentie heeft gezien, geen inzage heeft gehad in het dossier en zich daarom niet goed heeft kunnen voorbereiden op de zitting. Verzoeker heeft inmiddels een andere advocaat. Verzoeker vindt ook dat de rechters vooringenomen zijn, omdat ze hebben gezegd dat het in het belang van [naam 2] is om de behandeling van de zaak niet aan te houden. Verzoeker vindt dat juist niet in het belang van [naam 2]. Op de zitting van 1 oktober 2024 heeft verzoeker ook gezegd dat hij geen vertrouwen meer heeft in de rechters, omdat zij eerder een beslissing hebben genomen in een zaak over [naam 2]. 2.2. De rechters hebben laten weten niet in de wraking te berusten. Hun reactie wordt hierna voor zover nodig besproken. 3De beoordeling 3.1. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van partijdigheid of de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan. procesbeslissing 3.2. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig geen grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het is niet aan de wrakingskamer om een oordeel te geven over de juistheid van de (tussen)beslissing of over een verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Met andere woorden, dat verzoeker het niet eens is met de beslissing van de rechters om de behandeling van de zaak niet aan te houden, is geen geldige reden voor wraking. 3.3. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen verzet zich er ook tegen dat de motivering van een (tussen)beslissing grond kan vormen voor wraking. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de gebruikte formuleringen – niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.