← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:10471

vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/683945 / KG ZA 24-767 Vonnis in kort geding van 28 augustus 2024 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] , eiseres, advocaat mr. G. Demir te Breda, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 13 augustus 2024 met twee producties de mondelinge behandeling gehouden op 21 augustus 2024 de toevoeging van eiseres. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek wordt verleend. 2.
  4. Eiseres heeft geen belang bij toewijzing van het gevorderde onder 1 tot en met 3 en 5 tot en met
  5. In de eerder tussen partijen gevoerde kortgedingprocedure die heeft geleid tot het vonnis van 30 mei 2024 heeft eiseres namelijk dezelfde vorderingen ingesteld die in die procedure ook zijn toegewezen. Bovendien geldt dat eiseres het onder 5 gevorderde niet heeft ingesteld bij wijze van voorlopige voorziening, maar heeft gevraagd ‘te bepalen dat’. Dit impliceert een declaratoire uitspraak die in kort geding niet kan worden toegewezen. 2.
  6. De onder 4 gevorderde ontruiming komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Aannemelijk is dat de verkoopmakelaar op praktische problemen stuit vanwege het uitblijven van de medewerking van gedaagde aan de noodzakelijke verkoophandelingen. Daarmee is het (spoedeisend) belang van eiseres bij die vordering in voldoende mate gegeven en ligt de vordering voor toewijzing gereed. De daarbij gevorderde dwangsom wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Met de toewijzing van de veroordeling tot ontruiming heeft eiseres een titel om zelf, via de weg van de reële executie, tot gedwongen ontruiming over te gaan en onvoldoende is onderbouwd op grond waarvan een extra prikkel om tot ontruiming over te gaan in de vorm van een op te leggen dwangsom nodig is. 2.
  7. Omdat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld en mede gelet op hun relatie worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.
  8. verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde, 3.
  9. veroordeelt gedaagde om uiterlijk binnen drie weken na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [postcode] Rotterdam te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van eiseres zijn, en de woning schoongemaakt en in behoorlijke staat achter te laten en de sleutels af te geven aan Woonstad Rotterdam, 3.
  10. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  11. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 3.
  12. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2024.1734/2009

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.