← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:10740

RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 10982016 CV24-7071 datum uitspraak: 2 augustus 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V. vestigingsplaats: Arnhem, eiseres, gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso, tegen [gedaagde], woonplaats: [plaatsnaam], gedaagde, die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘VGZ’ en ‘[gedaagde]’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 20 februari 2024, met bijlagen; het antwoord; de repliek met bijlagen. 1.
  2. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft hij geen gebruik gemaakt. 2De beoordeling Wat is de kern van de zaak? 2.
  3. [gedaagde] heeft bij VGZ een zorgverzekering afgesloten. [gedaagde] moet volgens de overeenkomst elke maand premie betalen. [gedaagde] heeft dit van 1 mei 2020 tot en met 1 november 2023 niet gedaan. 2.
  4. Partijen hebben al eerder twee betalingsregelingen getroffen om de achterstand in te halen. Omdat deze regelingen niet (geheel) zijn gevolgd en [gedaagde] is gestopt met betalen, wil VGZ dat [gedaagde] nu wordt veroordeeld om de achterstand te betalen. 2.
  5. Omdat de regelingen niet zijn nagekomen, vordert VGZ ook de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Verder wil VGZ dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld. [gedaagde] heeft de achterstand niet betwist. De vorderingen van VGZ worden toegewezen. [gedaagde] moet € 1.727,79 aan verschuldigde premie betalen 2.
  6. [gedaagde] is VGZ premie, incassokosten en rente verschuldigd. [gedaagde] erkent zelf dat hij een betalingsachterstand heeft en dat hij de betalingsregeling niet goed is nagekomen. Er is al wel een bedrag van € 2.889,52 betaald, dit wordt van de hoofdsom afgetrokken. De problemen die [gedaagde] beschrijft zijn heel vervelend, alleen geven ze geen reden om de vordering te verminderen of kwijt te schelden. Daarom wordt [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 1.727,79 aan VGZ. [gedaagde] moet rente aan VGZ betalen 2.
  7. VGZ eist hiernaast wettelijke rente over de hoofdsom. VGZ stelt dat de rente berekend moet worden vanaf 15 februari
  8. De wettelijke rente van de periode hiervoor is al meegenomen in de hoofdsom. [gedaagde] laat zich hier niet over uit. De rente wordt daarom vanaf bovenstaande datum toegewezen. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
  9. [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van VGZ op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 372,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.018,
  10. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
  11. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat VGZ dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  12. veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen € 1.727,79 met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 15 februari 2024 tot de dag van volledige betaling; 3.
  13. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VGZ worden begroot op € 1.018,72; 3.
  14. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom. 62914

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.