← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:1133

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 10789753 CV EXPL 23-29895 datum uitspraak: 16 februari 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van CZ Zorgverzekeringen N.V. en Onderlinge Waarborgmaatschappij CZ groep U.A. , vestigingsplaats: Tilburg, eisende partij, gemachtigde: Flanderijn, tegen [gedaagde01] , woonplaats: [woonplaats01] , gedaagde partij, die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘CZ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd. 1 De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 6 september 2023, met bijlagen; de aantekeningen van het mondelinge antwoord; de akte van CZ van 8 januari 2024, met bijlagen. 1.
  2. Op 18 januari 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was namens CZ mevrouw [naam01] (debiteurenbeheer) aanwezig. Ondanks dat [gedaagde01] is opgeroepen voor deze zitting, is zij niet verschenen. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.
  3. Deze zaak gaat over het eigen risico bij ziektekosten van [gedaagde01] in
  4. CZ stelt dat [gedaagde01] een deel van het eigen risico heeft gebruikt en dat niet heeft (terug)betaald aan de zorgverzekeraar. CZ eist € 337,25 met rente en kosten. [gedaagde01] stelt dat CZ fouten heeft gemaakt, dat ze onterecht is aangemeld bij het CAK en dat het CAK haar nog een deel moet terugbetalen. De kantonrechter wijst de eis van CZ volledig toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom. Eigen risico in 2022 2.
  5. [gedaagde01] moet € 337,25 aan eigen risico betalen. Zij heeft in 2022 ziektekosten gemaakt. Haar zorgverzekeraar CZ heeft de ziektekosten vergoed aan de zorgverleners. Een deel van de ziektekosten valt onder het (wettelijk verplicht) eigen risico, dat [gedaagde01] zelf moet betalen. Het gaat om € 337,25 in totaal. Of en welke fouten er zouden zijn gemaakt door CZ is niet duidelijk. CZ betwist dat ook. Het is ook niet duidelijk wat voor gevolgen die fouten dan zouden hebben voor het bedrag aan eigen risico dat [gedaagde01] moet betalen aan CZ. [gedaagde01] heeft daar niets over gezegd. Als [gedaagde01] nog een bedrag tegoed heeft van CAK, moet zij dat met CAK regelen. CZ staat daar buiten. Rente 2.
  6. De rente wordt toegewezen, omdat CZ genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat rente moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist. Door CZ is de rente tot 6 september 2023 berekend op (€ 1,36 + € 1,81 =) € 3,
  7. Incassokosten 2.
  8. De incassokosten van € 50,59 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). Proceskosten 2.
  9. [gedaagde01] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van CZ op € 130,64 aan dagvaardingskosten, € 128,00 aan griffierecht, € 164,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,00) en € 41,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 463,
  10. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend. Uitvoerbaar bij voorraad 2.
  11. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv). 3 De beslissing De kantonrechter: 3.
  12. veroordeelt [gedaagde01] om aan CZ te betalen € 391,01 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 337,25 vanaf 6 september 2023 tot de dag dat volledig is betaald; 3.
  13. veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van CZ worden begroot op € 463,64; 3.
  14. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken. 34286

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.