Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummers: 10-258586-24, 10-165236-24 Datum uitspraak: 19 november 2024 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te Curaçao (Nederlandse Antillen) op [geboortedatum], ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres 1]. verblijvende op het adres: [adres 2]. Raadsvrouw mr. S. Pershad, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 november 2024. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en van een doorlopende nummering voorzien. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. W.L. van Prooijen heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest; oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, voor het onder 3 en 4 ten laste gelegde, inhoudende een verbod om gedurende een periode van 3 jaren in de havens van Rotterdam te komen. Bij overtreding van dat verbod dient er (telkens) 2 weken hechtenis te worden toegepast, met een maximum van 6 maanden; de dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel. 4Waardering van het bewijs 4.1. Bewijswaardering 4.1.1. Standpunt verdediging De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde. Voor het onder 2 ten laste gelegde is vrijspraak bepleit omdat de hennep niet voldoende is onderzocht. Met betrekking tot het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft de verdediging zich eveneens gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wel is bepleit dat niet bewezen kan worden dat de verdachte die feiten in vereniging heeft gepleegd. 4.1.2. Beoordeling Het onder 1 en 2 ten laste gelegde Op 11 augustus 2024 is in de nachtelijke uren een bij autoverhuurbedrijf Bo-Rent gehuurde bestelbus, waarvan de kentekenplaten met grijs tape waren afgeplakt (hierna: de bestelbus), gebruikt om de met een stalen balk versperde roldeur van het bedrijfspand aan [adres 3] (hierna: het pand of het bedrijfspand) zodanig te ontzetten dat men daardoor het pand kon betreden. Meerdere personen, onder wie de verdachten, hebben de bestelbus verlaten. Een aantal van hen heeft daarop het pand betreden en vervolgens meerdere dozen uit dat pand naar de bestelbus gebracht. Politieagenten die op de inbraakmelding afkwamen, zagen de bestelbus wegrijden. De bestuurder van de bestelbus reageerde niet op het stopteken en heeft geprobeerd te ontsnappen aan de politie. De achtervolging die vervolgens ontstond, eindigde in Rotterdam, waar de bus uiteindelijk tot stilstand kwam. De inzittenden probeerden te vluchten, maar werden in de omgeving van de bestelbus aangetroffen en aangehouden. De bestuurder van de bestelbus, medeverdachte [medeverdachte 1], werd vlakbij de bestelbus aangehouden. Verdachte [verdachte] werd aangereden door een politievoertuig nadat hij uit de bus was gestapt. Hij raakte daarbij zwaargewond aan zijn voet, is ook aangehouden en vervolgens naar het Erasmus Medisch Centrum overgebracht. Medeverdachte [medeverdachte 2] werd in een tuinhuisje in de omgeving aangehouden. Door de politiehelikopter werd gezien dat een persoon in een groenstrook liep. Dat bleek de medeverdachte [medeverdachte 3] te zijn die werd aangehouden na de inzet van een politiehond. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat politieagenten 22 dozen uit de bestelbus in beslag hebben genomen zodat in samenhang met de overige bewijsmiddelen bewezen kan worden dat de in de tenlastelegging genoemde 21 dozen zijn weggenomen uit het bedrijfspand in Barendrecht. Verdachte en zijn medeverdachten hebben allen een wezenlijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het delict in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van de gekwalificeerde diefstal zoals hiervoor beschreven. Er was dan ook sprake van medeplegen in de zin van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten, gericht op de totstandkoming van de ten laste gelegde feiten. Cannabis Uit de aangifte blijkt dat er 250 kilogram medicinale cannabis, die afkomstig was uit Canada en bestemd was voor Portugal, tijdelijk was opgeslagen in het douane-entrepot in Barendrecht. De cannabis was verpakt in zilveren zakken in 51 dozen. Door de politie zijn 29 dozen uit het bedrijfspand in beslag genomen. De etiketten en tape van de dozen komen overeen met de in de bestelbus aangetroffen dozen. Op een Air Waybill staat aangegeven dat de dozen medicinale cannabis bevatten. De politie heeft de 22 dozen uit de bestelbus en de 29 dozen uit het bedrijfspand samen in één container geplaatst. Die dozen zijn daarna steekproefsgewijs geopend en onderzocht. Uit het proces-verbaal van bevindingen dat daarover is opgesteld blijkt dat er cannabis in die dozen is aangetroffen. Volgens het opschrift op die dozen zou er netto 5 kilogram cannabis per doos verpakt zijn. Omdat door de politie niet elke doos afzonderlijk heeft onderzocht en gewogen, kan niet worden bewezen dat in de dozen die in de bestelbus zijn aangetroffen, de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheid van 110 kilogram verpakt zat. De rechtbank acht op basis van het aantal dozen die in de bus zijn aangetroffen en het onderzoek aan een deel van de dozen wel bewezen dat de verdachten een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep hebben vervoerd. Uit de zoekgeschiedenis van de mobiele telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] blijkt dat hij een dag voor de ramkraak heeft gezocht naar de termen: “auto huren bo rent”, “Hoe hoog is mercedes sprinter”, “Medicinale cannabis-Bernhoven”, “Medicionale wiet” en “Mediconale wiet”. Dat gegeven, samen met de vaststelling dat sprake is van medeplegen, maakt dat de rechtbank bewezen acht dat alle in de zaak betrokken verdachten wisten dat er cannabis in de dozen zat. Het onder 1 en 2 ten laste gelegde kan worden bewezen. Het onder 3 en 4 ten laste gelegde Op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat de verdachte zich in een container op één van de haventerreinen van Rotterdam bevond op 16 mei 2024 zodat het onder 3 en 4 ten laste gelegde kan worden bewezen. Uit de inhoud van die bewijsmiddelen blijkt verder dat op camerabeelden is gezien dat de verdachte in de nacht van 15 op 16 mei 2024 samen met anderen met een auto bij het haventerrein is afgezet en dat zij samen over het hek zijn geklommen. Vervolgens is de verdachte met twee anderen zittend in een container aangetroffen door personeel van de douane. De verdachte heeft verklaard dat dat dezelfde personen waren als waarmee hij eerder in de auto had gezeten. De rechtbank stelt op basis van die omstandigheden vast dat er een gezamenlijke uitvoering is geweest, zodat ook bewezen kan worden dat de verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde in vereniging heeft gepleegd. 4.1.3. Conclusie Het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde kan worden bewezen. 4.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 1. hij op 11 augustus 2024 te Barendrecht, uit een bedrijfspand, gelegen aan [adres 3], tezamen en in vereniging met anderen, 21 dozen hennep/(medicinale) cannabis, die aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak; 2. hij op 11 augustus 2024 te Barendrecht en Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. 3 hij in de periode van 15 mei 2024 tot en met 16 mei 2024 op de Maasvlakte, gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het door hekken omgeven terrein van Hutchison Ports ECT Delta in de Rotterdamse haven, terwijl hij, verdachte, zich, al dan niet met zijn mededaders, op die besloten plaats de toegang had verschaft tot een ruimte of vervoermiddel bestemd voor de distributie, opslag of overslag van goederen, te weten een container (met het unieke nummer [containernummer]) door middel van - inklimming; 4 hij in de periode van 15 mei 2024 tot en met 16 mei 2024 op de Maasvlakte , gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, zich de toegang heeft verschaft tot een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het door hekken omgeven terrein van Hutchison Ports ECT Delta in de Rotterdamse haven, door middel van inklimming. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. 5Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: de voortgezette handeling van: 1. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; en 2. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; 3. wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en het zich de toegang verschaffen tot een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie/opslag/overslag van goederen door middel van inklimming; 4. zich de toegang verschaffen tot een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen door middel van inklimming, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straf 7.1. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.2. Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier strafbare feiten. In augustus 2024 heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een ramkraak. Met een gehuurde bestelbus is in de nachtelijke uren achteruit tegen de roldeur van een bedrijfspand gereden totdat de roldeur zodanig ontzet was dat de verdachten door de ontstane openingen het pand konden betreden. Uit het pand hebben de verdachten dozen met medicinale cannabis gestolen. Uit de door de aangever bij de aangifte overgelegde stukken blijkt dat die totale zending een waarde van meer dan vijfhonderdduizend dollar vertegenwoordigde. Uit de toelichting die de aangever ter zitting heeft gegeven blijkt dat zijn onderneming bijna vier maanden na de ramkraak nog steeds bezig is om de omvang van de schade aan het pand te laten vaststellen. De verdachte heeft kennelijk alleen oog gehad voor financieel gewin en heeft zich niet bekommerd om de grote schade die hij en zijn mededaders zouden aanrichten. Daarnaast kan een ramkraak tot veel onrust en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij leiden. Doordat de dozen met cannabis zijn meegenomen uit het bedrijfspand, heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van hennep. Softdrugs zijn bedreigend voor de volksgezondheid. Het enkele feit dat het ging om medicinale cannabis maakt dat niet anders, omdat ook dat (kan) word(t)(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.