RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11195143 VZ VERZ 24-6295 uitspraak: 13 november 2024 beschikking van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Antes Zorg B.V., gevestigd te Rotterdam, verzoekster, gemachtigde: mr. E.V.H. van Tricht, tegen [verweerder], wonende te [woonplaats], verweerder, gemachtigde: mr. W.F. van Dijk. Partijen worden hierna mede aangeduid als Antes en [verweerder]. 1Het verloop van de procedure 1.1. De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken: het verzoekschrift, met producties, ter griffie ontvangen op 4 juli 2024; het verweerschrift, met producties; de aanvullende producties van beide partijen; de pleitnota van mr. Van Tricht; de pleitnotities van mr. Van Dijk. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2024. Beide partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaten. 2Het geschil van partijen en de beoordeling daarvan Kern van het geschil 2.1. Het gaat in deze zaak in de kern om het volgende. [verweerder] is sinds 1 oktober 2014 in dienst bij Antes als begeleider 3. Op 20 maart 2024 heeft een (fysiek) incident plaatsgevonden tussen [verweerder] en een patiënt. Dit incident en de gang van zaken daarna, hebben ertoe geleid dat partijen niet meer met elkaar willen en kunnen samenwerken. Daarom wordt de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2025 ontbonden. [verweerder] heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld, dus hij krijgt de transitievergoeding, maar geen billijke vergoeding. Deze beslissingen worden hieronder toegelicht. Het standpunt van partijen 2.2. Volgens Antes heeft [verweerder] ernstig verwijtbaar gehandeld, omdat [verweerder] excessief geweld heeft gebruikt tegen een patiënt. Als professioneel hulpverlener had hij anders moeten handelen. Verder zijn volgens haar – door toedoen van [verweerder] – de verhoudingen ernstig verstoord. [verweerder] betwist dat hij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of dat de verhoudingen door hem zijn verstoord. Verder wijst hij er op dat het opzegverbod tijdens ziekte aan ontbinding in de weg staat. Grond voor ontbinding 2.3. De kantonrechter kan de arbeidsovereenkomst ontbinden wanneer sprake is van een redelijke grond en herplaatsing van [verweerder] niet mogelijk is of niet in de rede ligt. De wet noemt in artikel 7:669 lid 3 BW onder de letters a tot en met i een aantal redelijke gronden voor ontbinding. De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden, omdat sprake is van de g-grond (een verstoorde arbeidsverhouding) en herplaatsing in de gegeven omstandigheden niet aan de orde is. Tijdens de mondelinge behandeling is namelijk gebleken dat over en weer sprake is van wantrouwen. De voornaamste reden daarvoor is het verschil van mening over de feitelijke gang van zaken op 20 maart 2024 en als gevolg daarvan de handelwijze van partijen. Daardoor is zonder meer duidelijk dat een terugkeer voor [verweerder] binnen de organisatie van Antes niet meer tot de mogelijkheden behoort. De verhoudingen zijn daarvoor te ernstig en ook duurzaam verstoord. Het opzegverbod 2.4. [verweerder] is op dit moment weliswaar arbeidsongeschikt, maar naar het oordeel van de kantonrechter staat het opzegverbod in dit geval niet in de weg aan een ontbinding. Zoals hiervoor al is gezegd, is door de gang van zaken na het incident een onwerkbare situatie ontstaan. Deze situatie heeft bovendien geleid tot een toename van de beperkingen van [verweerder], zo blijkt uit de ingebrachte stukken en de verklaring van [verweerder] tijdens de zitting. De re-integratie is gestagneerd en er is sprake van situationeel verzuim. Deze omstandigheden samen zijn van dien aard dat de arbeidsovereenkomst in het belang van [verweerder] hoort te eindigen. Datum einde arbeidsovereenkomst 2.5. Omdat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, moet de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt worden bepaald. Het uitgangspunt is dat voor de datum van ontbinding rekening wordt gehouden met de tussen partijen geldende opzegtermijn. Antes heeft verzocht om geen rekening te houden met die termijn. Dat kan alleen als de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Geen verwijtbaar handelen [verweerder] 2.6. Antes stelt dat [verweerder] op 20 maart 2024 een patiënt ([naam]) uit het niets heeft geslagen en is blijven slaan, daarbij geholpen door een medepatiënt. Antes baseert dat standpunt op de waarnemingen van meerdere getuigen. Volgens [verweerder] heeft [naam] hem juist als eerste hard in het gezicht geslagen en heeft hij [naam] weggeduwd. Antes heeft schriftelijke verklaringen ingebracht ter ondersteuning van haar standpunt. 2.6.1. Wat vast staat is dat [verweerder] op de bewuste ochtend medicijnen aan het verdelen was en [naam] het kantoor binnen kwam. Doordat hierbij verder niemand aanwezig was, kan niet worden vastgesteld wat de toedracht van het incident is geweest. Wel staat vast dat [naam] als eerste fysiek werd. Dat verklaart [verweerder] en [naam] bevestigt dat. Hij verklaart immers: “[verweerder] stond op en kwam te dichtbij toen heb ik hem weggeduwd. [verweerder] heeft met een stok in mijn gezicht geslagen en een klap gegeven.” 2.6.2. [naam] is met een bebloed hoofd aangetroffen en [verweerder] had een wondje bij zijn oog. Hoe dit precies is gegaan is niet duidelijk. [verweerder] betwist dat hij [naam] met een stok heeft geslagen. Hij voert aan dat hij [naam] moest afweren. Nergens blijkt uit dat er een stok van een gootsteenontstopper aanwezig was in het kantoor voor [naam] arriveerde. Evenmin staat vast dat [verweerder] hiermee heeft geslagen. De verklaringen die Antes heeft overgelegd geven geen duidelijkheid, ook niet in onderling verband bezien. Zo kwamen de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] pas aan op de locatie toen het incident al voorbij was. En voor getuige [getuige 4] geldt dat hij twee tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd, waardoor zijn verklaring niet meer geloofwaardig is. Waar het de verklaringen van de overige getuigen betreft, zijn deze te tegenstrijdig en ook op punten feitelijk aantoonbaar onjuist (zo verklaart getuige [getuige 5] dat hij familie is van [verweerder], hetgeen niet zo
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.