RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 10738695 CV EXPL 23-27227 datum uitspraak: 11 oktober 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stichting Woonbron, vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: mr. M.W. Kox, tegen [gedaagde], woonplaats: [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. J. Pearson. De partijen worden hierna ‘Woonbron’ en ‘[gedaagde]’ genoemd. 1De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 3 oktober 2023, met bijlagen; het antwoord, met bijlagen; het proces-verbaal van de zitting op 16 februari 2024; de akte met bijlagen van Woonbron; de akte met bijlagen van [gedaagde]. 1.
- Op 16 februari 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: van de zijde van Woonbron: [naam 1] en [naam 2], consulenten sociaal beheer bij Woonbron, bijgestaan door de gemachtigde; [gedaagde] en de gemachtigde; [naam 3], werkzaam bij de GGD gemeente Rotterdam, afdeling woningvervuiling en advies. 1.
- Na de zitting is de zaak enige tijd aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen om te onderzoeken of zij het geschil samen kunnen oplossen. Beide partijen hebben vervolgens een akte genomen en de kantonrechter laten weten dat dit niet is gelukt. 2De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.
- [gedaagde] huurt de woning aan [adres] van Woonbron. Volgens Woonbron gedraagt [gedaagde] zich niet als goed huurder en houdt zij zich niet aan de algemene huurvoorwaarden, omdat de tuin structureel onvoldoende wordt onderhouden en de woning mogelijk ernstig vervuild is. Woonbron wil daarom dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt en dat [gedaagde] de woning moet verlaten. 2.
- [gedaagde] is het niet eens met het voorgaande. Zij betwist dat de woning en de tuin in slechte staat zijn. Zij hecht grote emotionele waarde aan het gehuurde, waar zij al sinds 1988 woont. Subsidiair is sprake van persoonlijke omstandigheden waardoor de eis van Woonbron moet worden afgewezen, aldus [gedaagde]. Er wordt een nieuwe zitting bepaald 2.
- De kantonrechter wil de zaak nogmaals met de partijen bespreken op een zitting. In ieder geval zal het over de volgende onderwerpen gaan: de huidige staat van de woning en de tuin; de gebeurtenissen na de zitting op 16 februari
- De kantonrechter zal hierover vragen stellen en onderzoeken of partijen alsnog samen tot een oplossing kunnen komen. De kantonrechter verzoekt partijen om hun stellingen zoveel mogelijk met recent beeldmateriaal te onderbouwen. 2.
- Bij het plannen van de zitting wil de rechtbank zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van de partijen. Daarom wordt nu eerst aan de partijen gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de komende maanden zij echt niet naar een zitting kunnen komen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- bepaalt dat de partijen uiterlijk op woensdag 30 oktober 2024 moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden november 2024 tot en met februari 2025 zij echt niet naar een zitting kunnen komen; 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken. 43416