RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 24/7452 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2024 in de zaak tussen [naam] , uit [woonplaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college (gemachtigde: mr. I. Plaisier). Zitting De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door [naam 2] (werkzaam bij Antes), en de gemachtigde van het college. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Motivering
- Eiser ontvangt vanaf 26 juli 2005 een bijstandsuitkering. Eiser is sinds december 2016 verzekerd via het VGZ Rotterdampakket voor zijn zorgverzekering. Dit is de collectieve zorgverzekering die de gemeente Rotterdam in samenwerking met zorgverzekeraar VGZ heeft samengesteld. Vanaf 2019 ontvangt eiser een premiekorting. Met het besluit van 11 mei 2024 (het primaire besluit) heeft eiser een korting van € 11,- gekregen op zijn premie over het jaar
- Het college heeft met het bestreden besluit van 12 juli 2024 het primaire besluit gehandhaafd.
- In artikel 4 van de Beleidsregels Premiebijdrage VGZ Rotterdampakket 2021 is bepaald dat de premiebijdrage € 11,- per deelnemer per maand bedraagt gedurende het verzekeringsjaar. Voor de stelling van eiser dat hij recht heeft op een hogere korting, bestaat geen grondslag.
- Wat eiser wil bereiken met zijn stelling dat hij eigenaar van de schatkist is, is niet duidelijk. In elk geval kan deze stelling niet leiden tot de conclusie dat het besluit onjuist is.
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.
- Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2024 door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.