Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/072124-22 Datum uitspraak: 15 november 2024 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres], raadsman mr. S.R. Bordewijk, advocaat te Schiedam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 november
- 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. P. Wijnands heeft gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken van de twee ten laste gelegde feiten. 4Vrijspraak Standpunt verdediging De verdachte dient van de ten laste gelegde feiten te worden vrijgesproken, nu de verklaring van de aangever niet kan worden gebruikt als bewijsmiddel. Ondanks diverse oproepen is het niet gelukt om de aangever bij de rechter-commissaris nader te horen en te ondervragen. De verdediging heeft geen afstand gedaan van de getuige. Mocht de rechtbank toch oordelen dat er voldoende steunbewijs aanwezig is om de verklaringen van de aangever als bewijs te kunnen gebruiken, dan geldt dat de verklaringen van de aangever op essentiële punten verschillend en onjuist zijn. Er moet dan ook getwijfeld worden aan de inhoud van zijn afgelegde verklaringen. Ook dat betekent dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde feiten is. Beoordeling rechtbank Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Naar het oordeel van de rechtbank is er in het dossier onvoldoende (steun)bewijs voor de verklaringen van de aangever dat hij wederrechtelijk van zijn vrijheid is beroofd en is afgeperst. 5Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst. Dit vonnis is gewezen door mr. mr. F.A. Hut, voorzitter, en mrs. J.J. Klomp en D. van Putten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 15 november
- De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij, op of omstreeks 6 december 2021 te Capelle aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door - die [slachtoffer] onder bedreiging met een vuurwapen (gelijkend voorwerp) in een personenauto te (laten) stappen en/of daarbij al dan niet gezichtsbedekkende kleding te dragen en/of daarbij dreigend de woorden toe te voegen "Stap in of je wordt geschoten", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - voornoemd vuurwapen (gelijkend voorwerp) te richten op die [slachtoffer] en/of - de woorden toe te voegen "We willen nu geld hebben, 2500 euro, anders kom je niet weg", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - ( vervolgens) met voornoemde auto rond te gaan rijden; ( art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 2 hij op of omstreeks 6 december 2021 te Capelle aan den IJssel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een horloge, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een derde toebehoorde(n) door - die [slachtoffer] onder bedreiging van een vuurwapen (gelijkend voorwerp) in een personenauto te stappen en/of daarbij al dan niet gezichtsbedekkende kleding te dragen en/of - voornoemd vuurwapen (gelijkend voorwerp) te richten op die [slachtoffer] en/of - ( vervolgens) die [slachtoffer] de woorden toe te voegen "We willen nu geld hebben, 2500 euro, anders kom je niet weg" en/of te zeggen dat hij zijn horloge moest afgeven, en/of - ( vervolgens) die [slachtoffer] met voornoemd vuurwapen (gelijkend voorwerp) tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan; ( art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht )