Rechtbank Rotterdam Team insolventie rekestnummer: [nummer 1] - [nummer 2] uitspraakdatum: 18 december 2024 in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [adres] [postcode] [woonplaats] , verzoeker. 1De procedure Verzoeker heeft op 20 augustus 2024, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten: - Esso Kanaalweg, in behandeling bij LAVG TankCollect (hierna: Esso); die weigert mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. Esso heeft voorafgaand aan de zitting een verweerschrift toegezonden. Hierin heeft Esso tevens aangegeven enkel schriftelijk verweer te voeren. Ter zitting van 11 december 2024 zijn verschenen en gehoord: verzoeker; mevrouw [persoon A] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening); de heer E. Koster, werkzaam bij BilancioBudget B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder); mevrouw [persoon B] en mevrouw [persoon C] , beiden werkzaam bij CVD Begeleiding (hierna: hulpverlening). Namens verzoeker zijn ter zitting aanvullende stukken overgelegd aan de rechtbank. De uitspraak is bepaald op heden. 2Het verzoek Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift veertien schuldeisers, waarvan twee preferente schuldeisers met vijf vorderingen en twaalf concurrente schuldeisers met twaalf vorderingen. De Belastingdienst en de gemeente Rotterdam hebben zowel preferente als concurrente vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 35.098,73 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 19 april 2024 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 3,55% aan de preferente schuldeisers en 1,78% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn Participatiewet-uitkering. Verzoeker is niet in staat om te werken, omdat hij kampt met psychische problemen. Hij is daarvoor onder behandeling bij een psychiater en ontvangt hiervoor ook medicatie. Verder is sprake van een WMO-arrangement op basis van sociaal en persoonlijk functioneren. Verzoeker wordt in dat kader begeleid door CVD, vanuit daar heeft hij ook dagbesteding. Zij helpen hem ook met gezondheid gerelateerde zaken. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn beschermingsbewindvoerder voldaan. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat de situatie financieel stabiel is. Verder heeft hulpverlening ter zitting verklaard dat verzoeker zich aan de afspraken houdt. Dertien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Esso stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 118,35 op verzoeker, welke 0,3% van de totale schuldenlast beloopt. 3Het verweer In de contacten met schuldhulpverlening heeft Esso te kennen gegeven dat het accepteren van het aanbod haaks staat op het intensieve veiligheidsbeleid van tankstations in Nederland. Daarnaast heeft acceptatie mogelijke negatieve invloed op een eventuele aangifte. In haar verweerschrift heeft Esso – kort samengevat – aangegeven dat het verzoek dwangakkoord moet worden afgewezen. De vordering van Esso bedraagt € 118,35 en is ontstaan doordat verzoeker heeft getankt zonder te betalen. De schuld van Esso is daarom niet te goeder trouw ontstaan. Bovendien zijn ook andere schulden niet te goeder trouw ontstaan. Uit het aanbod volgt namelijk dat sprake is van verslavingsproblematiek. De schulden die betrekking hebben op de verslaving zijn naar hun aard niet te goeder trouw ontstaan. Daarnaast is verzoeker in het verleden een onderneming gestart, waaruit schulden zijn ontstaan. Ook deze schulden zijn naar hun aard niet te goeder trouw. Voorts is door verzoeker niet onderbouwd waarom Esso niet in redelijk heeft kunnen weigeren met instemming met de schuldregeling. Esso acht een saneringskrediet ook niet het juiste middel, omdat dit niet het maximaal haalbare is. Esso zet haar vraagtekens bij de gezondheidsklachten van verzoeker, omdat dit onvoldoende onderbouwd is. Een saneringskrediet zou toekomstige positieve resultaten uit arbeid niet ten goede laten komen aan de schuldeisers. Bovendien biedt een wettelijk traject meer waarborgen, zoals toezicht door een rechter-commissaris. Een toewijzing van het dwangakkoord zou in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid en een verkeerd signaal afgeven aan de maatschappij, omdat tanken zonder te betalen nu beloond kan worden met een dwangakkoord. Tot slot, voor zover een kostenveroordeling wordt verzocht, dan dient deze te worden afgewezen, althans dient deze op nihil te worden gesteld. Esso heeft immers inhoudelijk verweer gevoerd en er zijn geen kosten aan de zijde van verzoeker.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.