← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:13459

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/689146 / JE RK 24-2448 Datum uitspraak: 20 december 2024 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam 1] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. G.A.H. Wiekamp, kantoorhoudende te Hendrik-Ido-Ambacht, [naam 2] , hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof, kantoorhoudende te Gilze. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 12 november 2024, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum. 1.
  2. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 december
  3. Daarbij waren aanwezig: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader, bijgestaan door zijn advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 3] ; - een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling (hierna te noemen: de GI), [naam 4] . 2De feiten 2.
  4. De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
  5. [minderjarige] woont bij de moeder. 3Het verzoek 3.
  6. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4Het standpunt van de Raad 4.
  7. De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. [minderjarige] heeft autisme en de ouders hebben een verschillende visie over de manier waarop hiermee omgegaan moet worden. [minderjarige] krijgt thuisonderwijs van de moeder, wat er voor zorgt dat zij weinig sociaal contact heeft. Daarnaast speelt er forse problematiek rondom de echtscheiding. Het is zorgelijk dat de vader al langere tijd geen contact heeft met [minderjarige] en dat de ouders hierin geen oplossing kunnen vinden, ondanks meerdere zittingen in de echtscheidingsprocedure. Er is onvoldoende zicht op de thuissituatie bij zowel de moeder als de vader. 5Het standpunt van de GI 5.
  8. De GI ondersteunt ter zitting het verzoek en licht het volgende toe. Er zijn zorgen over [minderjarige] , onder andere omdat haar leefwereld klein wordt gehouden. Het is van belang om de regie te voeren en de nodige hulpverlening in te zetten. Hoewel er momenteel geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, wordt de casus opgepakt door het instroomteam, zo een ondertoezichtstelling zou worden uitgesproken. 6Het standpunt van de moeder 6.
  9. Door en namens de moeder wordt ter zitting ingestemd met het verzoek en zij licht het volgende toe. Er is behoefte aan een gedwongen kader, onder meer omdat er momenteel nog geen sprake is van een gezonde relatie tussen de ouders. Alle communicatie verloopt via de advocaten, waardoor de vader maandelijks wordt geïnformeerd over [minderjarige] . Er zijn al acht maanden pogingen tot contact geweest maar het is niet gelukt. Daarnaast is er hulpverlening betrokken, waaronder Family Supporters, een hulpverlener van het jeugdteam, wekelijkse begeleiding van Boba en binnenkort zal omgangsbegeleiding van start gaan. Door aannames mist objectiviteit in het raadsrapport. De moeder biedt [minderjarige] passend thuisonderwijs en voldoet aan alle gestelde voorwaarden. Zij staat echter ook open voor regulier onderwijs. De moeder wenst een betrokken jeugdbeschermer. 7Het standpunt van de vader 7.
  10. Door en namens de vader wordt ter zitting ingestemd met het verzoek. Er zijn veel zorgen over [minderjarige] . De vader heeft al acht maanden geen contact met [minderjarige] en hij wordt niet geïnformeerd over haar. De moeder toont geen bereidheid tot samenwerking en in het kader van de echtscheidingsprocedure zijn het maximale aantal dwangsommen verbeurd. 8De beoordeling 8.
  11. Op basis van de stukken en hetgeen is besproken ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende. 8.
  12. [minderjarige] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Er zijn grote zorgen over haar sociaal-emotionele ontwikkeling en de kind-eigen problematiek. [minderjarige] is gediagnosticeerd met autisme. Zij heeft moeite met het reguleren van haar emoties en heeft een grote behoefte aan voorspelbaarheid, structuur en duidelijkheid. Daarnaast heeft [minderjarige] weinig contacten buitenshuis, mede doordat zij thuisonderwijs ontvangt. Het is de ouders nog onvoldoende gelukt om op een passende manier tegemoet te komen aan [minderjarige] ’s behoeften en de daaruit voortvloeiende hulpvraag. Het lukt de ouders onvoldoende om [minderjarige] de structuur en duidelijkheid te bieden die zij nodig heeft. Er is sprake van echtscheidingsproblematiek en een voortdurende (juridische) strijd tussen de ouders. Het lukt de ouders onvoldoende om op een constructieve wijze afspraken te maken in het belang van [minderjarige] . [minderjarige] heeft zonder duidelijke redenen daartoe inmiddels acht maanden geen contact met de vader en dat is zorgelijk. Hulpverlening in het vrijwillig kader heeft onvoldoende resultaat kunnen boeken. Hoewel beide ouders aangeven het beste voor [minderjarige] te willen en zeggen bereid te zijn zich hiervoor in te zetten, lukt het hen onvoldoende om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen. Hierdoor zijn voornoemde zorgen nog in volle hevigheid aanwezig. Het is daarom van belang dat er een jeugdbeschermer betrokken raakt, om de regie te voeren en de nodige hulpverlening in te zetten. [minderjarige] heeft immers slechts één jeugd waarin zij zich kan ontwikkelen tot een gelukkige, stabiele volwassene. Haar belang dient voor beide ouders leidend te zijn. De kinderrechter stelt daarom [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar. 8.
  13. Voor de komende periode is het van belang dat er hulpverlening wordt ingezet in het belang van [minderjarige] . Het is belangrijk dat er meer zicht komt op de opvoedsituatie bij zowel de moeder als de vader thuis, waarbij hulpverlening ingezet kan worden om hun opvoedvaardigheden te versterken. Daarnaast is het belangrijk dat het contact van [minderjarige] en de vader weer wordt hervat. 8.
  14. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 9De beslissing De kinderrechter: 9.
  15. stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West met ingang van 20 december 2024 tot 20 december 2025; 9.
  16. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2024 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van M.Y.R. Veldkamp als griffier, en op schrift gesteld op 2 januari
  17. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag. Genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.