Rechtbank Rotterdam Team familie Zaaknummer / rekestnummer: C/10/670836 / FA RK 23-9253 Beschikking van 18 november 2024 over het ouderlijk gezag, de hoofdverblijfplaats en de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de zaak van: [naam man] , hierna: de man, wonende te [woonplaats 1] , advocaat mr. J. Nieuwstraten te Rotterdam, t e g e n [naam vrouw] , hierna: de vrouw, wonende te [woonplaats 2] , advocaat mr. N. Schuerman te Rotterdam, ouders van de minderjarigen: [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2] . 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikking van 3 september 2024. 1.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2024, gelijktijdig met de behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling (687220 JE RK 24-2181), waarop afzonderlijk wordt beslist. Daarbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat; de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de gecertificeerde instelling), vertegenwoordigd door [naam 1] . - de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), in zijn adviserende rol, vertegenwoordigd door [naam 2] . 2De beoordeling 2.1. Bij beschikking van 3 september 2024 is de behandeling van de zaak aangehouden, in afwachting van een door de gecertificeerde instelling in te dienen verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en het daarbij behorende plan van aanpak. De gecertificeerde instelling heeft op 9 oktober 2024 een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ingediend (geregistreerd onder zaak- en rekestnummer 687220 JE RK 24-2181). 2.2. De verzoeken van de man waarop beslist moet worden, zijn als volgt: beëindiging van het gezamenlijk gezag en de man als enige te belasten met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ; de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de man bepalen; de afsprakenovereenkomst van 27 december 2022 opnemen in deze beschikking; - de studiedagen, de vakanties en de feestdagen voor het jaar 2024 bij helfte tussen partijen verdelen en de weekenden verdelen, zoals beschreven in randnummers 10 tot en met 12 van het verzoekschrift van 12 december 2023. Gezag 2.3. Het gezamenlijk gezag kan op grond van artikel 1:253n BW worden beëindigd bij gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Indien één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Van toepassing is het in artikel 1:251a BW genoemde criterium dat er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt. 2.4. Ouder hebben aangegeven dat sinds begin september 2024 hun onderlinge communicatie is verbeterd. Zij hebben met elkaar afgesproken in het belang van hun kinderen hun strijd te beëindigen en voortaan samen te werken in de opvoeding van hun kinderen. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om het gezamenlijk gezag van ouders te beëindigen. Aan de in artikel 1:253n BW genoemde voorwaarden wordt niet voldaan. De rechtbank zal het verzoek van de man dan ook afwijzen. Hoofdverblijfplaats [minderjarige 2] 2.5. Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen over de hoofdverblijfplaats op verzoek van (één van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.