Rechtbank Rotterdam Team familie Zaaknummer / rekestnummer: C/10/628257 / FA RK 21-8327 Beschikking van 18 november 2024 over het ouderlijk gezag en de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de zaak van: [naam vrouw] , hierna: de vrouw, wonende te [woonplaats 1] , voorheen advocaat mr. K.Y. van Oosten te Rotterdam, nu zonder advocaat, t e g e n [naam man] , hierna: de man, wonende te [woonplaats 2] , advocaat mr. L.E.M. Elbertse te Pijnacker, ouders van de minderjarige: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] . 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de beschikking van 16 juni 2022; het rapport van de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht van 25 juli 2022; het bericht van de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht van 31 januari 2023; het bericht met bijlagen van het Rotterdams Omgangshuis van 23 april 2024; het bericht van de vrouw van 29 april 2024; het gewijzigde verzoekschrift van de man van 6 mei 2024; het verweerschrift van de vrouw van 31 mei 2024. 1.2. De voortgezette mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2024. Daarbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw; de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), in zijn adviserende rol, vertegenwoordigd door [persoon A] . 2De beoordeling 2.1. Bij beschikking van 16 juni 2022 is de behandeling van de zaak aangehouden voor Ouderschap in Overleg. 2.2. De verzoeken van de man waarover beslist moet worden, luiden als volgt: - te bepalen dat voortaan tevens aan de man het ouderlijk gezag toekomt over de minderjarige; - een regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) te bepalen, waarbij de minderjarige eenmaal per veertien dagen op zaterdag van 10.00 uur tot 16.00 uur bij de man verblijft. Omgang 2.3. Uit de rapportage van Ouderschap in Overleg van 25 juli 2022 blijkt dat het traject niet heeft geleid tot een overeenstemming tussen ouders over het gezag en de omgang. Uit de aanvullende rapportage van de raad van 31 januari 2023 blijkt dat beide ouders het belangrijk vinden dat er contactherstel komt tussen de minderjarige en de man. Ouders zijn niet in staat dit zelf vorm te geven en willen graag begeleiding van het Rotterdams Omgangshuis. 2.4. In het eindverslag van 23 april 2024 heeft het Rotterdams Omgangshuis als volgt bericht. Tijdens het traject in het omgangshuis is het contact tussen de minderjarige en de man tot stand gekomen en gegroeid. Tijdens de bezoeken is opgevallen dat de man afwachtend is en de minderjarige laat leiden in het contact. De gesprekken met ouders zijn moeizaam verlopen. Er is weinig communicatie en veel wantrouwen tussen ouders. Het is hen wel gelukt om afspraken te maken voor het voortzetten van het contact tussen vader en dochter tot aan de zitting. 2.5. Ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling van 21 oktober 2024 gezegd dat zij de reeds lopende regeling, waarbij de minderjarige eenmaal per veertien dagen op zaterdag van 10.00 uur tot 16.00 uur bij de man verblijft, willen blijven voortzetten. De rechtbank zal deze regeling vaststellen. De overdracht van de minderjarige vindt op plaats op het station. Met ouders is besproken dat het in het belang van de minderjarige wenselijk is dat de overdracht plaatsvindt bij de woning van de vrouw. De rechtbank acht ouders hiertoe ook in staat. Om die reden zal worden vastgesteld dat de overdracht voortaan bij de woning van de vrouw zal plaatsvinden. Gezag 2.6. Op grond van artikel 1:253c lid 1 BW kan de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten. Als de andere ouder met het gezamenlijk gezag niet instemt, wordt een dergelijk verzoek op grond van het tweede lid van genoemd wetsartikel slechts afgewezen als (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.