← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:13736

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/688477 / JE RK 24-2359 Datum uitspraak: 18 november 2024 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. G.S.S. de Kok, kantoorhoudende te Rotterdam. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 31 oktober 2024; het gewijzigde verzoekschrift met bijlagen van de GI van 12 november 2024; - het verweerschrift van de vader met bijlagen van 17 november
  2. 1.
  3. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 november
  4. Daarbij waren aanwezig: - de vader met zijn advocaat; - twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon 1] en [persoon 2] . De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 1.
  5. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
  6. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
  7. [minderjarige] verblijft in een netwerkpleeggezin. 2.
  8. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 december 2023 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 21 december
  9. Tevens is bij diezelfde beschikking een machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin verleend tot 21 september
  10. 2.
  11. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 september 2024 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een netwerkpleeggezin tot 21 december
  12. 3Het (gewijzigde) verzoek 3.
  13. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter zitting geeft de GI aan dat het gewijzigde verzoekschrift van12 november 2024 het juiste verzoekschrift is. Het eerder toegestuurde verzoekschrift van 31 oktober 2024 kan verwijderd worden. 3.
  14. De GI heeft ter zitting het gewijzigde verzoek gehandhaafd en dit als volgt toegelicht. Het netwerkpleeggezin waar [minderjarige] sinds de zomer van 2024 verblijft heeft recentelijk de screening afgerond. Het is nu alleen nog wachten op een verklaring van geen bezwaar (VGB) van de Raad van de Kinderbescherming. Het gaat goed bij [minderjarige] in het pleeggezin. Uit de evaluaties van de psycholoog van [minderjarige] blijkt dat zij gewend is veel zelf te doen en het lastig vindt om hulp in te schakelen wanneer zij op moeilijkheden stuit. Er wordt gekeken naar een psycholoog die voor [minderjarige] dichter bij het netwerkpleeggezin is. Verder heeft de GI [minderjarige] aangemeld voor een jongerencoach, dit is helaas nog niet van de grond gekomen. Het contact tussen [minderjarige] en de vader wordt op dit moment door henzelf ingevuld waarbij, bij fysiek contact bij de vader thuis altijd een vriend van de vader aanwezig is. De GI begrijpt dat de vader bang is voor mogelijke wijzigingen vanuit de GI over het contact tussen hem en [minderjarige] . Voor de GI zijn de belangen en wensen van [minderjarige] leidend hierin. Om die reden kan de GI niet garanderen dat het contact ook in de toekomst op deze wijze zal worden voortgezet. De GI erkent dat de manier waarop de hulpverlening het afgelopen jaar rondom het gezin georganiseerd was, niet de schoonheidsprijs verdient. Er is nu een vaste jeugdbeschermer betrokken. Komend jaar wil de GI ook kijken naar het perspectief van [minderjarige] , die goed contact heeft met [minderjarige] en met vader. Ook zal worden gekeken naar de mogelijkheid tot contactherstel tussen [minderjarige] en de moeder. 4De standpunten 4.
  15. Door en namens de vader is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De vader stemt in met het verzoek van de GI. De vader wil aansluiten bij de wensen van [minderjarige] . De vader vindt het fijn dat [minderjarige] het naar haar zin heeft bij het netwerkpleeggezin. Het contact tussen de vader en [minderjarige] is goed en de vader wil dit contact graag behouden. De vader vreest echter dat de verlenging van de maatregelen door toedoen van de GI mogelijk zal gaan leiden tot veranderingen in dit contact. De vader heeft ter zitting aangegeven hier enkel toe bereid te zijn wanneer [minderjarige] verandering in het contact wil. Het contact en de samenwerking tussen de GI en de vader verloopt ook beter. Verder heeft [minderjarige] bij de vader aangegeven dat zij zijn aanwezigheid wenst in het contactherstel tussen [minderjarige] en de moeder. De vader is echter wel kritisch over de werkwijzen van de GI van de afgelopen periode. Het is goed dat er nu een vaste jeugdbeschermer bij het gezin betrokken is. 5De beoordeling 5.
  16. Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). 5.
  17. [minderjarige] wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Eerder waren er zorgen over de spanningen en veiligheid van [minderjarige] in de opvoedsituatie bij de vader thuis en zorgen over het ontbreken van contact tussen [minderjarige] en de moeder. Als gevolg van deze zorgen is [minderjarige] in december 2023 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. Na veel wisselingen, verblijft [minderjarige] op dit moment bij een netwerkpleegezin waar zij het fijn heeft. Daarnaast is het positief dat er sinds kort een vaste jeugdbeschermer bij het gezin betrokken is om de noodzakelijke hulpverlening in te zetten. De eerder gestelde zorgen zijn echter onverminderd aanwezig. De kinderrechter is van oordeel dat de inzet van een vaste jeugdbeschermer ook komend jaar noodzakelijk is om [minderjarige] , de vader en de moeder de hulp en ondersteuning te bieden die zij nodig hebben en tegelijkertijd de veiligheid van [minderjarige] te blijven waarborgen. 5.
  18. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, BW). 5.
  19. Gelet op het voorgaande en de aard van de zorgen over [minderjarige] acht de kinderrechter het in haar belang dat zij langer in het netwerkpleeggezin kan verblijven. Hier kan zij zich verder richten op haar ontwikkeling, het verwerken van haar trauma’s en opleiding. Daarom zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen, omdat deze noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW). De aankomende periode is het van belang dat het perspectief van [minderjarige] vastgesteld wordt zodat er voor alle betrokkenen duidelijkheid komt over waar [minderjarige] verder zal opgroeien. Daarnaast dient er (verder) gewerkt te worden aan de gestelde doelen en moet er gekeken worden of en zo ja op welke wijze contactherstel tussen [minderjarige] en de moeder vorm zou kunnen krijgen. Het belang van [minderjarige] en haar tempo staat hierbij voorop. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  20. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 21 december 2025; 6.
  21. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin tot 21 december 2025; 6.
  22. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2024 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van S.L. Bulte als griffier, en op schrift gesteld op 4 december
  23. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.