RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/689216 / JE RK 24-2454 Datum uitspraak: 20 november 2024 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.J.M. Vélu, kantoorhoudende te Rotterdam, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1Het verdere verloop van de procedure 1.
- Het procesverloop blijkt uit de spoedbeschikking van 12 november 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken. 1.
- Op 20 november 2024 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - de moeder bijgestaan door haar advocaat; - de vader; - een vertegenwoordigster van de GI, [persoon A] . 1.
- De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven. 2De feiten 2.
- De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.
- [voornaam minderjarige] verblijft op een crisisgroep. 2.
- Bij beschikking van 24 april 2024 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 24 april
- 2.
- Bij beschikking van 12 november 2024 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 10 december
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. Dit verzoek is reeds verleend. Tevens verzoekt de GI aansluitend de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
- De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Er waren veiligheidsafspraken gemaakt met [voornaam minderjarige] , zodat zij bij de moeder zou kunnen blijven wonen. Het is echter niet gelukt voor [voornaam minderjarige] om zich aan deze afspraken te houden, waardoor zij op een crisisgroep is geplaatst. [voornaam minderjarige] kan niet op deze plek blijven. Dit is [voornaam minderjarige] ook medegedeeld, wat heeft geleid tot stress en paniekaanvallen. Er wordt momenteel hard gezocht naar een passende plek voor haar. [voornaam minderjarige] is een kwetsbaar meisje en het is van belang dat zij niet zomaar ergens wordt geplaatst, maar op een plek die goed bij haar past. 4Het standpunt van de moeder 4.
- Door en namens de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek. 5Het standpunt van de vader 5.
- De vader voert geen verweer tegen het verzoek, maar geeft aan dat hij geen problemen of negatieve ervaringen heeft met [voornaam minderjarige] wanneer zij bij hem is. 6De beoordeling 6.
- Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende. 6.
- [voornaam minderjarige] vertoont zorgelijk gedrag en kampt met ernstige trauma’s en hechtingsproblematiek. [voornaam minderjarige] uit haar woede vaak richting de moeder. Bij de moeder thuis heeft zich een incident voorgedaan waarbij de politie ter plaatse is gekomen. Na dit incident zijn er veiligheidsafspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat [voornaam minderjarige] bij de moeder kon blijven wonen. [voornaam minderjarige] heeft zich echter niet aan deze afspraken gehouden. Zij vertoonde zelfbepalend gedrag en pleegde automutilatie, wat leidde tot haar plaatsing in een crisisopvang. Gezien haar kwetsbaarheid heeft [voornaam minderjarige] intensieve begeleiding nodig in een veilige omgeving, waar zij kan verblijven zonder constante triggers die haar gedrag beïnvloeden. Daarnaast heeft [voornaam minderjarige] aangegeven dat zij op dit moment niet bij de moeder of vader wil wonen, omdat zij erkent dat zij hulp nodig heeft. In de crisisopvang kan zij echter niet blijven, noch de benodigde hulpverlening ontvangen. Het is daarom van groot belang dat er zo snel mogelijk een passende plek voor haar wordt gevonden, waar zij de rust en begeleiding kan krijgen die zij nodig heeft. Gezien het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. 7De beslissing De kinderrechter: 7.
- verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 10 december 2024 tot 24 april 2025; 7.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 2 december
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag. Artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.