RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11309438 VZ VERZ 24-8121 datum uitspraak: 20 december 2024 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van [verzoekster] , woonplaats: Rotterdam, verzoekster, gemachtigde: mr. J. Marges, tegen Modern Minds B.V., vestigingsplaats: Rotterdam, verweerster, gemachtigde: mr. B. Bongaards. De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘Modern Minds’ genoemd. 1De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: het verzoekschrift van [verzoekster] , ontvangen op 13 september 2024, met bijlagen; de mail van [verzoekster] van 21 november 2024, met bijlagen; het verweerschrift van Modern Minds. 1.
- Op 22 november 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [verzoekster] met haar gemachtigde en namens Modern Minds [naam 1] met de gemachtigde. 2De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.
- [verzoekster] was in dienst bij Modern Minds. Op 15 juli 2024 is zij op staande voet ontslagen. Zij vindt dat dat ten onrechte is gebeurd, maar legt zich bij het ontslag neer. Zij maakt op grond van artikel 7:681 BW aanspraak op een billijke vergoeding. Daarnaast verzoekt zij onder andere betaling van achterstallig salaris, vakantiedagen, gefixeerde schadevergoeding en een transitievergoeding. Modern Minds is het hiermee niet eens. De verzoeken van [verzoekster] worden echter voor het grootste deel toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom. Wat is er gebeurd? 2.
- Vanaf 29 mei 2024 hebben partijen op initiatief van Modern Minds gesproken over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, omdat de functie van [verzoekster] zou komen te vervallen. Op 4 juni 2024 heeft [verzoekster] zich ziek gemeld vanwege psychische klachten. Modern Minds heeft [verzoekster] op 20 juni 2024 uitgenodigd voor een telefonisch overleg op 26 juni
- Hierop heeft zij op 21 juni 2024 onder andere als volgt gereageerd: ‘In het belang van mijn persoonlijke gezondheid en herstel, zie ik een noodzaak om voorafgaand aan het gesprek een consultatie met de bedrijfsarts te hebben gehad. Ik ervaar dat de huidige situatie en handelswijze een significante impact heeft. Hier wil ik graag een medisch specialist over spreken. Daarbij zie ik graag dat er prioriteit wordt gelegd bij een hersteltraject alvorens de focus verlegd kan worden naar een eerder voorgesteld re-integratietraject. Tot slot wil ik nogmaals benadrukken dat de continue noodzaak om met werk gerelateerde zaken bezig te zijn geen positief effect heeft op mijn gezondheidstoestand. Ik verzoek hierbij nogmaals om dit in acht te nemen en dit te respecteren.’ 2.
- Op 24 juni 2024 heeft [verzoekster] een mail ontvangen van [naam 1] (hierna: [naam 1] ) van Modern Minds waarin staat: ‘Werkgever is gerechtigd het loon op te schorten als de werknemer zich niet houdt aan redelijke voorschriften over het verstrekken van de inlichtingen die de werkgever nodig heeft om het recht op loon vast te stellen. En wij zijn van mening dat we in een dergelijke situatie zijn belangd: *of een persoonlijk gesprek; *of een telefonisch gesprek; *of communicatie via de email. De keuze hieromtrent is aan jou. Jouw gezondheidstoestand is niet dusdanig dat mailcontact of telefonisch contact onmogelijk is, dus verwachten wij dat je daarvoor open staat.’ 2.
- Vervolgens is het loon over juni 2024 niet is betaald. In een mail van 5 juli 2024 heeft [verzoekster] verzocht om betaling daarvan. Verder schrijft zij daarin: ‘Graag hoor ik via e-mail welke inlichtingen jullie precies nodig hebben. Na de consultatie met de bedrijfsarts zal ik jullie naar alle waarschijnlijkheid kunnen voorzien van meer relevante informatie. Uiteraard ben ik bereid om de vereiste informatie te verstrekken wanneer ik hierover beschik. Met betrekking tot het oordeel over mijn gezondheidstoestand, wil ik erop wijzen dat dit uitsluitend voorbehouden is aan een medisch specialist, in dit geval een bedrijfsarts. Het lijkt mij daarom dat het in deze situatie het meest passend is om het medisch advies van de bedrijfsarts af te wachten. In de afgelopen periode heb ik meerdere keren telefonisch contact gezocht met De Arbodienst en zij hebben bevestigd dat er op 8 juli a.s. een afspraak is ingepland met de bedrijfsarts.’ 2.
- [verzoekster] heeft op 8 juli 2024 een consult gehad met de bedrijfsarts. Dit heeft geleid tot het volgende re-integratie advies: ‘Uw werknemer verzuimt wegens medisch objectiveerbare klachten, deels veroorzaakt door werk-gerelateerde omstandigheden. Er is een behandeling opgestart. Ik heb van uw werknemer begrepen dat zij momenteel niet actief is in arbeid. Ik adviseer werkgever en werknemer om over 1 week in gesprek te gaan over deze werk- gerelateerde omstandigheden, in aanwezigheid van een mediator, op een onafhankelijke locatie.’ 2.
- Door [naam 2] is namens Modern Minds op 10 juli 2024 een mail aan [verzoekster] gestuurd: ‘Goed om je zojuist telefonisch gesproken te hebben. Zoals je wenst benoem ik een vraag die ik tijdens ons telefonisch gesprek ook aan je gevraagd hebt en zet ik bij deze op de mail: ik ben benieuwd hoe je er zelf in staat betreft het re-integratietraject, kan je mij hier meer over vertellen? Ik begrijp dat je niet meteen een antwoordt hebt (via de telefoon) en dat je hier even goed over na wilt denken. Naar aanleiding van de terugkoppeling van het spreekuur afgelopen maandag is een onderdeel van het advies van de bedrijfsarts als volgt: Ik adviseer werkgever en werknemer om over 1 week in gesprek te gaan over deze werk gerelateerde omstandigheden, in aanwezigheid van een mediator op een onafhankelijke locatie. Ik ga contact opnemen met een mediator partij om binnenkort een gesprek in te plannen.’ 2.
- Op 10 juli 2024 heeft [verzoekster] ook nog een mail ontvangen van [naam 1] . Hij schrijft onder andere: ‘Ook suggereer je dat de mogelijkheid bestaat om te re-integreren. Daar kunnen we heel kort en duidelijk over zijn: daar is geen sprake van. Wij hebben getracht op een open wijze met jou tot overeenstemming te komen en middels een VSO de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Financieel is dit het meest interessant voor jou. En die uitnodiging staat nog steeds. Wij gaan dus ook niet de auto-reply tekst op jouw emails wijzigen, niet de toegang tot HoorayHR verschaffen, jou niet toevoegen aan teamchats (WhatsApp). Die fase zijn we voorbij. Bovenal is dat niet een juridisch recht dat jij kan ontlenen aan de arbeidsovereenkomst. Vandaag heb ik ook de rapportage van de dienstdoende arbo-arts ontvangen, waarin onomstotelijk is vastgelegd dat jij — al dan niet gedeeltelijk — kan werken en daarom op kantoor dient te verschijnen. Ik zie je dan ook graag donderdag 11 juli om uiterlijk 09.00 uur op kantoor verschijnen. Als je hier géén gehoor aan geeft, is dat een reden voor ontslag op staande voet en vervallen al jouw rechten (zelfs op ww-uitkering en/of een transitievergoeding).’ 2.
- [verzoekster] is op 11 juli 2024 niet op kantoor verschenen, waarna zij op 12 juli 2024 de volgende mail van [naam 1] ontvangt: ‘Op 4 juni 2024 bent u zonder voorafgaande kennisgeving en zonder geldige reden niet op uw werk verschenen. Dit is in strijd met uw arbeidsovereenkomst en de binnen ons bedrijf geldende regels en afspraken Hierbij stellen wij u formeel in gebreke en verzoeken wij u dringend om uiterlijk maandag 15 juli 2024 om 09.00 uur op kantoor aan [adres] te verschijnen en aldaar contact op te nemen met uw leidinggevende om de reden van uw afwezigheid van donderdag 11 juli 2024 te verklaren. Immers: we hebben u alle mogelijkheden voorgelegd om in contact te treden met ons. Ook hebben we u uitdrukkelijk verzocht om vandaag, donderdag 11 juli 2024, op kantoor te verschijnen. Hieraan heeft u geen gehoor gegeven. Indien u niet aan deze ingebrekestelling voldoet, zien wij ons genoodzaakt om verdere disciplinaire maatregelen te nemen, waaronder beëindiging van uw arbeidsovereenkomst op grond van dringende redenen. Bovenal vervalt het recht op een eventuele WW-uitkering én de transitievergoeding bij een ontslag op staande voet. Wij hopen echter dat u de ernst van deze situatie inziet en deze kwestie snel zult oplossen.’ 2.
- In reactie hierop heeft [verzoekster] op 12 juli 2024 deze mail aan [naam 1] gestuurd: ‘Hierbij wil ik u informeren over mijn huidige gezondheidssituatie naar aanleiding van mijn bezoek aan de bedrijfsarts op 8 juli. De bedrijfsarts heeft beoordeeld dat ik verzuim wegens medisch objectiveerbare klachten, deels veroorzaakt door werk-gerelateerde omstandigheden. Ik heb de procedure van de ziekmelding correct opgevolgd. Zoals toegelicht in een eerdere mailconversatie met [naam 3] en [naam 4] : ‘Ik heb mij dinsdag 4 juni om 08.37 uur telefonisch bij [naam 3] ziekgemeld. Daaropvolgend heb ik een statusupdate gegeven aan [naam 5] om haar op de hoogte te stellen van lopende zaken. Tot slot heb ik mijn uren bijgewerkt voor de administratie en mijn ziekmelding geregistreerd in Hooray.’ Daarbij ben ik daadwerkelijk ziek, zoals te lezen is in het rapport van de bedrijfsarts. De bedrijfsarts adviseert om over een week in gesprek te gaan over re-integratiemogelijkheden met een mediator op een onafhankelijke locatie. Aangezien het momenteel niet mogelijk is om eerder contact op te nemen met een Arbo Adviseur, vraag ik u om begrip voor mijn situatie en mijn afwezigheid op kantoor. Ik wil benadrukken dat ontslag tijdens ziekte niet is toegestaan volgens de Nederlandse wetgeving. Ik stel voor om een gesprek in te plannen met een mediator op een datum na de week die de bedrijfsarts voorstelt, waarbij ik graag mijn vriend meeneem ter ondersteuning. Graag ontvang ik vooraf informatie over de datum, tijd en locatie van het gesprek en de bemiddelende partij die daarbij aanwezig zal zijn.’ 2.
- [naam 1] heeft daarop in zijn mail van 12 juli 2024 laten weten: ‘Ik reageer hierbij — voor de laatste maal — op jouw mailbericht van deze middag (vrijdag 12 juli 2024). Je refereert aan de rapportage van de dienstdoende arbo-arts en daarin is duidelijk te lezen dat er door jou -aldanniet gedeeltelijk — gewerkt kan worden. Daarover zie ik niets in jouw mail terug. We blijven dan ook bij ons standpunt dat jij je op maandag 15 juli a.s. om 09.00 uur op kantoor verschijnt. Dat de dienstdoende arbo-arts adviseert om over een week in gesprek te gaan over een re-integratie samen met een mediator, is volledig voor haar rekening. Er is en zal geen ruimte zijn voor een re-integratie. En daarom is de inzet van een mediator overbodig.’ 2.
- Op 15 juli 2024 heeft [verzoekster] het volgende gemaild aan [naam 1] : ‘Ondanks uw verzoek om vandaag op maandag 15 juli 2024, op kantoor te verschijnen tijdens mijn ziekteverzuim, wil ik graag aangeven dat ik niet in kan gaan op uw uitnodiging. In uw e-mail van 12 juli jl. geeft u het volgende aan: “Je refereert aan de rapportage van de dienstdoende arbo-arts en daarin is duidelijk te lezen dat er door jou – aldanniet gedeeltelijk — gewerkt kan worden. Daarover zie ik niets in jouw mail terug.” Het vormgeven van eventuele mogelijkheid tot het uitvoeren van werkzaamheden dient normaliter behandeld te worden in een plan van aanpak dat op zijn beurt weer onderdeel is van een re-integratieplan. Tot op heden is nog geen plan van aanpak opgesteld. De bedrijfsarts heeft hiervoor het gesprek na een week samen met een mediator geadviseerd. Het rapport heb ik in de bijlage toegevoegd. Er is geen specifieke termijn voor werkhervatting genoemd en er is aangegeven dat er een nieuwe evaluatie moet plaatsvinden na 6 weken indien re-integratie nog niet mogelijk is. Met de volgende zin wordt afgesloten in het adviesrapport: Indien er vanwege bovenstaand beschreven omstandigheden in de komende 6 weken geen start gemaakt kan worden met de re-integratie, dient een vervolgafspraak te worden ingepland bij ondergetekende.’ 2.
- Bij brief van [naam 1] van 15 juli 2024 heeft Modern Minds [verzoekster] vervolgens op staande voet ontslagen: ‘ Hierbij delen wij u mede dat wij hebben besloten u per direct op staande voet te ontslaan. De reden voor dit ontslag is ernstig verwijtbaar handelen naar aanleiding van de eerder door ons aan u verstrekte ingebrekestelling. Zoals u bekend is, hebben wij u op 11 juli 2024 schriftelijk in gebreke gesteld wegens ongeoorloofde afwezigheid. Ondanks deze waarschuwing én de gelegenheid die u is geboden om vandaag alsnog op kantoor te verschijnen, hebben wij geconstateerd dat u zich op maandag 15 juli om uiterlijk 09.00 uur wederom schuldig heeft gemaakt aan voornoemde ongeoorloofde afwezigheid.’ Ernstig verwijtbaar 2.
- [verzoekster] stelt zich op het standpunt dat het feit dat zij zich op 11 juli en 15 juli 2024 niet heeft gemeld op kantoor van Modern Minds onder de gegeven omstandigheden geen dringende reden oplevert. Daarbij wordt uitdrukkelijk gewezen op de mails van [naam 1] van 10, 11 en 12 juli 2024, zoals hiervoor weergegeven. Met [verzoekster] wordt geoordeeld dat het moment, de inhoud en de toon van die mails zodanig misplaatst zijn dat niet anders kan worden geconcludeerd dat daarmee in strijd is gehandeld met dat wat van een goed werkgever mag worden verwacht op een wijze die als ernstig verwijtbaar kwalificeert. In zijn mails gaat [naam 1] voorbij aan de ziekmelding van [verzoekster] , aan de aard daarvan, aan haar redelijke reacties en, bovendien, aan het advies van de bedrijfsarts. Het is schokkend te lezen dat [naam 1] vindt dat dat advies voor rekening van de bedrijfsarts komt en dat de geadviseerde mediation volgens hem overbodig is. Ook schokkend is dat hij op 10 juli 2024 al duidelijk maakt dat van re-integratie geen sprake zal zijn. [naam 1] heeft met deze mails uit het oog verloren dat het niet aan de werkgever is om te bepalen of een werknemer wel of niet ziek is en dat (ook) de werkgever gebonden is aan een advies van een bedrijfsarts en dat niet kan laten voor wat het is. Dat [naam 1] namens Modern Minds aan het niet opvolgen van de oproepen in zijn mails vervolgens het meest verstrekkende gevolg verbindt, namelijk een ontslag op staande voet van, notabene, een zieke werknemer, maakt zijn handelwijze nog kwalijker. Verzoeken 2.
- Een en ander betekent dat wordt geconcludeerd dat niet kan worden gezegd dat het niet verschijnen van [verzoekster] op 11 en 15 juli 2024 als ongeoorloofde afwezigheid kan worden aangemerkt, dat dus geen sprake was van een dringende reden, dat het ontslag op 15 juli 2024 dan ook ten onrechte is gegeven en dat Modern Minds ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De verschillende verzoeken die in dit verband zijn gedaan, worden hierna besproken. Loon en vakantietoeslag 2.
- Het verzoek tot betaling van € 4.127,24 bruto aan loon en vakantietoeslag over de periode van 1 juni 2024 tot en met 14 juli 2024 wordt toegewezen. Dat geldt dus ook voor het betwiste loon vanaf 25 juni 2024, want er is geen goede reden geweest voor een loonstop vanaf die datum, nog daargelaten dat een loonstop niet is meegedeeld. [verzoekster] is ziek geweest vanaf 4 juni 2024 en de werkgever moet dan loon doorbetalen (artikel 7:629 BW), uitzonderingen daargelaten die zich in deze zaak niet voordoen. De hoogte van het bedrag is niet weersproken. Vakantiedagen en ZIP-budget 2.
- Het verzoek tot betaling van € 3.014,34 bruto aan niet genoten vakantiedagen en ZIP-budget wordt toegewezen. Dat [verzoekster] recht heeft op uitbetaling hiervan is niet betwist. De hoogte van het bedrag is niet weersproken. Wettelijke verhoging 2.
- De hiervoor genoemde bedragen worden verhoogd met € 2.063,62 bruto respectievelijk € 1.507,17 bruto (artikel 7:625 BW). Geen reden is er om de verhogingen te matigen. Verklaringen voor recht 2.
- Het verzoek voor recht te verklaren dat [verzoekster] geen dringende reden gegeven heeft voor een beëindiging van de arbeidsovereenkomst en dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst op 15 juli 2024 het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Modern Minds, wordt, gelet op dat wat hiervoor is overwogen, toegewezen. Dit geldt ook voor de verzocht verklaring voor recht dat [verzoekster] wordt ontslagen van haar verplichtingen uit hoofde van het overeengekomen concurrentie- of relatiebeding. Modern Minds kan geen rechten ontlenen aan een dergelijk beding omdat het eindigen van de arbeidsovereenkomst et gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Modern Minds (artikel 7:653 lid 4 BW). Transitievergoeding 2.
- Het verzoek tot betaling van € 5.077,- bruto aan transitievergoeding wordt toegewezen. [verzoekster] heeft recht hierop omdat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan en het eindigen van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van haarzelf (artikel 7:673 lid 1 en lid 7 BW). De (berekening van de) hoogte van het bedrag is niet weersproken. Het is gebaseerd op haar loon en de duur van de arbeidsovereenkomst. Gefixeerde schadevergoeding 2.
- Het verzoek tot betaling van € 4.815,11 bruto aan gefixeerde schadevergoeding wordt toegewezen, omdat sprake is van een onregelmatige opzegging. Modern Minds heeft namelijk de arbeidsovereenkomst per direct opgezegd zonder rekening te houden met de opzegtermijn (artikel 7:672 lid 11 BW). Die vergoeding is – kort gezegd – gelijk aan het loon dat [verzoekster] zou hebben gekregen als Modern Minds bij de opzegging wel rekening zou hebben gehouden met de opzegtermijn. De hoogte van het bedrag is niet weersproken. Het is gebaseerd op duur van de arbeidsovereenkomst en de daarbij horende opzegtermijn van één maand, zodat bij regelmatige opzegging dit pas had gekund tegen 1 september
- Billijke vergoeding 2.
- Wat betreft de hoogte van de billijke vergoeding van € 24.864,- bruto die [verzoekster] heeft verzocht, wordt zeker gelet op de mate van verwijtbaarheid aan de kant van Modern Minds, geen reden gezien daarvan af te wijken. Hierbij speelt mee dat van de hoogte van de toe te kennen vergoeding een preventief signaal moet uitgaan. Verder is rekening gehouden met de financiële gevolgen die het ontslag voor [verzoekster] heeft, het feit dat zij ziek was op het moment van het ontslag en de te verwachte duur van de arbeidsovereenkomst. Partijen waren dan wel in gesprek over een beëindiging maar dit had (nog) niet geleid tot overeenstemming. Rente 2.
- Over de verzochte rentevergoeding het volgende. De rente over het bedrag aan € 4.127,24 bruto aan loon en vakantietoeslag, het bedrag van € 3.014,34 bruto aan niet genoten vakantiedagen en ZIP-budget en de bedragen van € 2.063,62 bruto en € 1.507,17 bruto aan wettelijke verhoging is, zoals verzocht, verschuldigd vanaf de data waarop deze bedragen opeisbaar zijn tot de dag dat volledig is betaald. De rente over de transitievergoeding is verschuldigd vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd en die over de gefixeerde schadevergoeding vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (artikel 7:686a lid 1 BW). De rente over de billijke vergoeding is verschuldigd vanaf de datum van deze uitspraak. Proceskosten 2.
- De proceskosten komen voor rekening van Modern Minds, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt. Voor zover [verzoekster] aanspraak maakt op vergoeding van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand wordt dat verzoek afgewezen. Modern Minds heeft terecht erop gewezen dat van een dergelijke veroordeling slechts sprake kan zijn in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarbij het moet gaan om misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Die hoge lat wordt in dit geval niet gehaald. Geoordeeld is dan wel dat Modern Mind ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, maar dat kan, voorzover betoogd, niet gelijk worden gesteld met onrechtmatig handelen. De kosten die Modern Minds wel aan [verzoekster] moet betalen, worden begroot op € 87,- aan griffierecht, € 814,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dit is totaal € 1.036,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als de uitspraak wordt betekend. Uitvoerbaar bij voorraad 2.
- Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat [verzoekster] dat heeft gevraagd en Modern Minds daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- verklaart voor recht dat [verzoekster] op 15 juli 2024 geen dringende reden gegeven heeft voor een beëindiging van de arbeidsovereenkomst en dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst op 15 juli 2024 het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Modern Minds; 3.
- verklaart voor recht dat [verzoekster] wordt ontslagen van haar verplichtingen uit hoofde van het overeengekomen concurrentie- of relatiebeding; 3.
- veroordeelt Modern Minds om aan [verzoekster] te betalen: € 4.127,24 bruto aan loon en vakantietoeslag over de periode van 1 juni 2024 tot en met 14 juli 2024, plus € 2.063,62 bruto aan wettelijke verhoging daarvan zoals bedoeld in artikel 7:625 BW, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over deze bedragen vanaf de data waarop deze bedragen opeisbaar zijn tot de dag dat volledig is betaald; € 3.014,34 bruto aan niet genoten vakantiedagen en ZIP-budget, plus € 1.507,17 bruto aan wettelijke verhoging daarvan zoals bedoeld in artikel 7:625 BW, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over deze bedragen vanaf de data waarop deze bedragen opeisbaar zijn tot de dag dat volledig is betaald; € 5.077,- bruto aan transitievergoeding, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 15 augustus 2024 tot de dag dat volledig is betaald; € 4.815,11 bruto aan gefixeerde schadevergoeding, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 15 juli 2024 tot de dag dat volledig is betaald; € 24.864,- bruto aan billijke vergoeding, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf vandaag tot de dag dat volledig is betaald; 3.
- veroordeelt Modern Minds in de proceskosten, die aan de kant van [verzoekster] tot vandaag worden vastgesteld op € 1.036,-; 3.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst al het andere af. Deze beschikking is gegeven door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken. 465