← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:1387

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 10644687 CV EXPL 21956 datum uitspraak: 9 februari 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiseres01] , woonplaats: [woonplaats01] , eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, gemachtigde: mr. P.W.J.C. van Peer, tegen Bakker Tegels en Badkamers B.V., vestigingsplaats: Vlaardingen, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, gemachtigde: mr. R.S. Ariëns. De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘Bakker’ genoemd. 1 De procedure Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 24 juli 2023, met bijlagen; incidentele vordering, tevens conclusie van antwoord, met bijlagen; het antwoord in het incident. 2 Het geschil in het incident 2.

  1. Bakker vordert samengevat in het incident: - dat [eiseres01] wordt veroordeeld tot afgifte van: het door Top Expertise opgemaakte expertiserapport naar aanleiding van de inspectie op 20 april 2022; alle correspondentie tussen Top Expertise en ARAG en/of [eiseres01] na afloop van de voornoemde inspectie, middels een akte tegen een roldatum die vier weken op de datum van dit vonnis volgt, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat [eiseres01] daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 10.000,-; dat de kantonrechter bepaalt dat, na voltooiing van het bovengenoemde, de zaak weer op de rol komt, zodat Bakker zich kan uitlaten over de bovengenoemde stukken; dat [eiseres01] wordt veroordeeld in de kosten van dit incident. 2.
  2. Bakker baseert de incidentele vordering op het volgende. [eiseres01] en Bakker zijn in de hoofdzaak in geschil over, onder meer, de vraag wat de oorzaak is van de schade aan de vloer op de begane grond van de woning van [eiseres01] . Naast EMN heeft Top Expertise een expertiseonderzoek gedaan in het kader van het voornoemde geschil. [eiseres01] heeft echter nagelaten om het expertiserapport en de correspondentie die zij met Top Expertise na de inspectie had in het geding te brengen. 2.
  3. [eiseres01] heeft in haar reactie op de incidentele vordering laten weten dat zij bereid is om de onder overweging 2.
  4. door Bakker genoemde stukken in het geding te brengen tegen een roldatum die vier weken op de datum van dit vonnis volgt. Bakker heeft daarom geen grondslag meer voor zijn incidentele vordering. 3 De beoordeling 3.
  5. [eiseres01] voert geen verweer tegen de gevorderde overlegging van de stukken. Aan de vereisten uit artikel 843a lid 1 Rv wordt naar het oordeel van de kantonrechter voldaan. [eiseres01] zal daarom veroordeeld worden tot afgifte van de onder overweging 2.
  6. genoemde bescheiden. In dat kader zal de hoofdzaak worden verwezen naar de rolzitting van woensdag 13 maart 2024 om 11.30 uur. Vervolgens zal Bakker in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op bescheiden die [eiseres01] op voornoemde rolzitting in het geding heeft gebracht. 3.
  7. De kantonrechter gaat ervan uit dat [eiseres01] vrijwillig aan dit vonnis zal voldoen en zal om die reden afzien van het opleggen van een dwangsom. Wellicht ten overvloede merkt de kantonrechter in dit kader op dat zij de bevoegdheid heeft om de gevolgtrekking te maken die zij geraden acht indien [eiseres01] niet alle stukken overlegt. 3.
  8. [eiseres01] moet de proceskosten van dit incident betalen, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Bakker vast op € 82,- aan salaris voor de gemachtigde. 4 De beslissing De kantonrechter: in het incident 4.
  9. veroordeelt [eiseres01] om op de hierna genoemde rolzitting de volgende bescheiden in het geding te brengen: a. het door Top Expertise opgemaakte expertiserapport naar aanleiding van de inspectie op 20 april 2022; b. alle correspondentie tussen Top Expertise en ARAG en/of [eiseres01] na afloop van de voornoemde inspectie; 4.
  10. veroordeelt [eiseres01] in de proceskosten, die aan de kant van Bakker worden vastgesteld op € 82,-; 4.
  11. wijst het overige af; in de hoofdzaak 4.
  12. verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 13 maart 2024 om 11.30 uur voor het nemen van een akte door [eiseres01] , zoals bedoeld onder overweging 4.1.; 4.
  13. bepaalt dat Bakker vervolgens op een nader te bepalen rolzitting in de gelegenheid wordt gesteld om te reageren op de onder overweging 4.
  14. genoemde akte; 4.
  15. houdt verder iedere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken. 50744

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.