← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:13936

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/678416 / JE RK 24-929 Datum uitspraak: 10 mei 2024 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. D. de Heuvel, kantoorhoudende te Papendrecht, [naam stiefvader] , hierna te noemen: de stiefvader, wonende in [woonplaats] . De kinderrechter merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI WSS. de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI JBRR. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in zijn beoordeling: - de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 2 mei 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken. 1.
  2. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 mei
  3. Daarbij waren aanwezig: de moeder met haar advocaat; de stiefvader; - een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon 1] ; een vertegenwoordiger van de GI WSS, [persoon 2] ; een vertegenwoordiger van de GI JBRR, [persoon 3] . 1.
  4. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven. 2De feiten 2.
  5. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
  6. [minderjarige] verblijft op een open groep in [plaatsnaam]. 2.
  7. Bij beschikking van 2 mei 2024 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 2 augustus
  8. De kinderrechter in deze rechtbank heeft deze bij beschikking ook een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken, te weten tot 30 mei
  9. De beslissing voor het overige is aangehouden. 3De (aangehouden) verzoeken 3.
  10. De Raad heeft een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verzocht voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  11. Ter zitting verzoekt de Raad om de gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling uitvoert – te weten de GI WSS – te vervangen door de GI JBRR. 3.
  12. De Raad licht de verzoeken als volgt toe. Er zijn grote zorgen over de veiligheid van [minderjarige] en de vrienden met wie hij omgaat. Ook het schoolverzuim van [minderjarige] is een punt van zorg. Op 2 mei jl. heeft zich een incident voorgedaan waarbij [minderjarige] in het ziekenhuis is opgenomen nadat hij door overmatig alcoholgebruik mogelijk bewusteloos is geraakt en ten val is gekomen. Voor de ouders was de situatie thuis niet langer houdbaar. De GI JBRR is al betrokken bij [minderjarige] in het kader van jeugdreclassering. De Raad heeft van de GI JBRR en de ouders begrepen dat zij het wenselijk vinden om de GI JBRR met een ‘dubbele titel’ te belasten. 4De standpunten 4.
  13. De GI JBRR staat achter de verzoeken van de Raad en heeft zich bereid verklaard de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] over te nemen. [minderjarige] ziet dat het niet goed gaat, maar hij kan er zelf niet veel aan doen. [minderjarige] verveelt zich op de groep. 4.
  14. Namens en door de moeder en de stiefvader wordt naar voren gebracht dat zij het eens zijn met de verzoeken van de Raad. De ouders hebben eerder al aangegeven flinke zorgen te hebben over [minderjarige] , maar die zorgen werden toen niet gehoord waardoor destijds onvoldoende is doorgepakt. De ouders maken zich zorgen over wat er komende periode gaat gebeuren. De stiefvader vreest dat de verveling die heerst bij [minderjarige] zal leiden tot een neerwaartse spiraal. De ouders zien het liefst dat de hulpverlening op heel korte termijn met [minderjarige] aan de slag gaat. Verder wil de stiefvader dat wordt gekeken of een gesloten plaatsing van [minderjarige] nodig is. Voorkomen moet worden dat [minderjarige] wegloopt van de groep waar hij nu zit. Eerder ging [minderjarige] naar School2Care. Daar geldt een rooster van 8:00 uur tot 20:00 uur, waardoor er voor [minderjarige] weinig ruimte was om af te glijden. 5De beoordeling Machtiging tot uithuisplaatsing 5.
  15. Op grond van de stukken en de mondelinge behandeling komt de kinderrechter tot het oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, BW). 5.
  16. In de afgelopen maanden is de situatie van [minderjarige] hard achteruit gegaan. In 2022 werd in het kader van een strafzaak vanwege het in brand steken van een scooter een jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd. Na de inzet van diverse vormen van hulpverlening, waaronder FAST vanuit de Waag en Agressie Regulatie op Maat leek [minderjarige] zijn agressie beter te weten te beheersen en leek er meer rust te zijn in het gezin. In maart 2024 is [minderjarige] echter meerdere keren weggelopen van huis en in april 2024 is [minderjarige] betrokken geraakt bij een ruzie tussen twee groepen jongeren waarbij wapens zijn gebruikt. Dit maakt dat de zorgen in een aantal maanden enorm zijn toegenomen. De kinderrechter begrijpt de roep van de moeder en de stiefvader om hulp. [minderjarige] houdt zich niet aan de regels en afspraken van de moeder, blowt teveel, houdt zich niet aan de afspraken met de jeugdreclassering, gaat niet naar school, heeft omgang met antisociale jongeren en komt in risicovolle situaties. Dit maakt dat [minderjarige] op dit moment niet thuis kan wonen. 5.
  17. De kinderrechter is het eens met de Raad dat een plaatsing van [minderjarige] binnen een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder buitenregionaal momenteel de enige mogelijkheid is om grip en meer zicht te krijgen op zijn gedrag alsmede zijn sociale contacten. Daarom zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. Vervanging GI 5.
  18. Ingevolge artikel 1:259 BW kan de kinderrechter de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft, vervangen door een andere gecertificeerde instelling, op verzoek van de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft, de Raad voor de Kinderbescherming, een met het gezag belaste ouder of de minderjarige van twaalf jaar of ouder. 5.
  19. Voor [minderjarige] en de ouders is het prettig als zij één vast contactpersoon hebben. De jeugdbeschermer van GI JBRR is al langer betrokken bij [minderjarige] binnen het strafrechtelijk kader en is bereid om ook de rol van jeugdbeschermer in het civiele jeugdbeschermingskader op zich te nemen. De kinderrechter is daarom met de Raad en de ouders van oordeel dat de GI WSS, die nu belast is met de uitvoering van de voorlopige ondertoezichtstelling, moet worden vervangen door de GI JBRR. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  20. vervangt de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam; 6.
  21. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 augustus 2024; 6.
  22. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2024 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier, en op schrift gesteld op 30 mei
  23. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.