beslissing RECHTBANK ROTTERDAM Wrakingskamer zaaknummer: C/10/682647 / HA RK 24-648 Beslissing van 20 september 2024 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [naam verzoeker] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: verzoeker strekkende tot de wraking van mr. J.C. Halk, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.
- Het verzoek van verzoeker strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met nummer 11159038\ VV EXPL 24-
- Die zaak betreft een geschil tussen verzoeker en wederpartijen [naam advocatenkantoor] ., [persoon A] , [persoon B] en [persoon C] . Op 21 juni 2024 is er in dit geschil eindvonnis gewezen. Verzoeker heeft in dat kader op 28 juni 2024 en op 4 juli 2024 herstelverzoeken ingediend. Het dossier van deze zaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer. 1.
- Het verloop van de procedure blijkt verder uit: - het proces-verbaal van de terechtzitting op 20 juni 2024; - het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 11 juli 2024, met bijlagen; - de schriftelijke reactie van de rechter van 18 juli 2024; - de nadere uitwerking van het wrakingsverzoek van 16 augustus 2024, met bijlagen; - de correspondentie tussen verzoeker en de wrakingskamer. 1.
- Bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek zijn verschenen: verzoeker; de rechter; namens de wederpartijen [persoon C] . 2Het wrakingsverzoek 2.
- Verzoeker heeft aan zijn verzoek van 11 juli 2024 ten grondslag gelegd dat uit het niet toestaan van re- en dupliek inzake de door hem ingediende herstelverzoeken vooringenomenheid van de rechter blijkt. Op 16 augustus 2024 heeft verzoeker zijn wrakingsverzoek nader uitgewerkt. 2.
- De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Zij voert aan dat het verzoek niet-ontvankelijk is, omdat er een eindbeslissing is gegeven. Een andere opvatting zou leiden tot verkapt hoger beroep in dezelfde instantie en dat is in strijd met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. De enige grond voor het verzoek is het niet toestaan van re- en dupliek bij een verzoek om het vonnis te herstellen. Het verzoek dient te worden afgewezen. Verzoeker maakt lichtvaardig gebruik vari het middel van wraking. Dat is misbruik van procesrecht. De rechter verzoekt om te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. 3De beoordeling 3.
- De wrakingskamer stelt vast dat verzoeker, naast de wrakingsgrond dat uit het niet toestaan van re- en dupliek inzake de herstelverzoeken vooringenomenheid van de rechter blijkt, in zijn schriftelijke uitwerking van 16 augustus 2024 en in zijn ter zitting overgelegde spreekaantekeningen gronden heeft aangevoerd die betrekking hebben op het vonnis van 21 juni 2024 en al hetgeen wat daaraan in die procedure is voorafgegaan. Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is·derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. Vaststaat dat bij het vonnis van 21 juni 2021 de rechter in de hiervoor onder 1.
- omschreven procedure vonnis heeft gewezen. Dat vonnis is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd. Het feit dat verzoeker nadien herstelverzoeken als bedoeld in de artikel 31 en 32 Rv heeft gedaan waarover de rechter zich zal moeten buigen, maakt dat niet anders. Verzoeker kan dan ook in zijn verzoek voor zover dat ziet op het vonnis van 21 juni 2024 en alles wat aan die procedure vooraf is gegaan niet worden ontvangen. 3.
- De gronden van de wraking zijn tevens gericht op de procedure inzake de herstelverzoeken. In zijn wrakingsverzoek van 11 juli 2024 heeft verzoeker naar voren gebracht dat uit het niet toestaan van re- en dupliek inzake de door hem ingediende herstelverzoeken vooringenomenheid van de rechter blijkt. In zijn hiervoor genoemde schriftelijke uitwerking van 16 augustus 2024 en in zijn ter zitting overgelegde spreekaantekeningen heeft verzoeker aanvullende gronden met betrekking tot de herstelverzoeken aangevoerd. De wrakingskamer stelt vast dat volgens artikel 37 lid 1 en 3 van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden die aan de wraking ten grondslag liggen aan de verzoeker bekend zijn geworden en alle feiten of omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen. Het doel van dit voorschrift is dat onnodige vertraging wordt voorkomen. Nieuwe feiten en omstandigheden worden alleen in de beoordeling betrokken als die pas na indiening van het verzoek aan verzoeker bekend zijn geworden. De gronden in de nadere schriftelijke uitwerking van 16 augustus 2024 en in zijn ter zitting overgelegde spreekaantekeningen, met uitzondering van het niet toestaan van repliek en dupliek, zijn dan ook te laat ingediend en zullen niet in de beoordeling worden meegenomen. 3.
- Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. 3.
- De omstandigheden die verzoeker heeft aangevoerd bieden geen aanwijzing voor het oordeel dat de rechter door haar persoonlijke instelling en overtuiging niet onpartijdig is. 3.
- Vervolgens moet worden onderzocht of de aangevoerde omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, toch een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door verzoeker geuite vrees dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is. Hierbij is de opvatting van verzoeker van belang, maar is deze niet doorslaggevend. 3.
- De wrakingskamer is van oordeel dat van het vorenstaande in het onderhavige geval geen sprake is en overweegt daartoe het volgende. Een beslissing in een herstel verzoekprocedure tot het al dan niet toestaan van repliek en dupliek is een procedurele rechterlijke beslissing. Volgens vaste jurisprudentie is het middel van wraking niet bedoeld om als rechtsmiddel tegen processuele beslissingen te worden aangewend. Een procesbeslissing kan uitsluitend leiden tot een gerechtvaardigde grond voor wraking wanneer die dermate onbegrijpelijk is dat daardoor de schijn wordt gewekt dat zij door vooringenomenheid is genomen. Hetgeen verzoeker heeft aangevoerd over de beslissing van de rechter tot het niet toestaan van repliek en dupliek, is daartoe onvoldoende. De wet schrijft enkel voor dat een wederpartij mag reageren op een dergelijk herstelverzoek en dat heeft de rechter willen toestaan. De rechter heeft ter zitting verklaard dat het zeer ongebruikelijk is om in een herstelverzoekprocedure repliek en dupliek toe te staan. De beslissing moet dan ook worden gezien in het licht van de aard van de procedure. Naar het oordeel van de wrakingskamer is deze beslissing dan ook niet zo zeer onbegrijpelijk dat daarvoor geen andere verklaring kan worden gegeven, dan dat deze door vooringenomenheid is ingegeven. 3.
- Op grond van het voorgaande is naar het oordeel van de wrakingskamer niet gebleken dat de bij verzoeker bestaande vrees dat de rechter ten aanzien van hem vooringenomenheid koestert, objectief gerechtvaardigd is. Het verzoek tot wraking zal dan ook worden afgewezen. Verzoeker heeft ook verschillende andere verzoeken gedaan. Voor zover die binnen de tijdig ingediende wrakingsgronden in de procedure van de herstelverzoeken vallen, ziet de wrakingskamer geen aanleiding die verzoeken te honoreren. 3.
- Naar het oordeel van de wrakingskamer is er op dit moment geen sprake van misbruik van het wrakingsinstrument. Er bestaat gelet op de inhoud van het verzoek onvoldoende aanleiding voor de conclusie dat verzoeker het middel van wraking lichtvaardig heeft gebruikt of voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven, of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Het verzoek van de rechter om te bepalen dat een volgend verzoek van verzoeker tot wraking niet in behandeling zal worden genomen, zal daarom worden afgewezen. 4De beslissing De rechtbank: 4.
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek voor zover dit zich richt tegen het vonnis van 21 juni 2024 en alles wat daaraan in de betreffende procedure vooraf is gegaan; 4.2 wijst het verzoek tot wraking voor het overige af. Deze beslissing is gegeven door mr. M.G.L. de Vette, voorzitter, mr. G.A. Bouter-Rijksen en mr. F. Aukema-Hartog, rechters. Bij afwezigheid van de voorzitter en de oudste rechter is deze beslissing door mr. F. Aukema-Hartog in het openbaar uitgesproken op 20 september 2024 in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier, en door hen ondertekend. de griffier de jongste rechter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.