vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/675366 / HA ZA 24-230 Vonnis in incident van 26 juni 2024 in de zaak van 1STRUIJK S- EN G HOLDING B.V.,
(3)arbiters, en zal beslissen naar de regelen des rechts." 2.5. SSGN heeft zich vóór alle weren beroepen op de arbitrageclausule in de SPA Struijk Milieu en SPA CM en vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen in de dagvaarding die betrekking hebben op de SPA Struijk Milieu en de SPA CM, met veroordeling van SSG Holding in de kosten van het incident. 2.6. Tussen partijen is niet in geschil dat de SPA Struijk Milieu en de SPA CM een geldige arbitrageclausule bevatten die van toepassing is tussen partijen. Hoewel de arbitrageclausule partijen uitdrukkelijk de ruimte biedt om iets anders dan NAI-arbitrage overeen te komen, is gesteld noch gebleken dat SSGN daartoe bereid is. Voor dat geval refereert SSG Holding zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de beslissing in het incident. 2.7. De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat feiten en omstandigheden die zouden kunnen leiden tot het oordeel dat de geldige en tussen partijen van toepassing zijnde arbitrageclausule terzijde moet worden gesteld, zijn gesteld noch gebleken. De enkele stelling van SSG Holding dat het proceseconomisch handiger zou zijn, gelet op de nauwe samenhang daartussen, om alle vorderingen van partijen over en weer in dezelfde procedure aan de rechtbank voor te leggen, is daartoe onvoldoende. 2.8. Dit betekent dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen in de dagvaarding die betrekking hebben op de SPA Struijk Milieu en de SPA CM. Dit betreffen de volgende vorderingen:
- a)betaling van de Earnout Struijk Milieu van € 300.000,00;
- b)een verklaring voor recht over de verschuldigdheid van het bedrag van de Earnout Struijk Milieu, voor zover de geldvordering nog niet voor toewijzing in aanmerking zou komen; en
- c)terugbetaling van door Struijk Milieu ontvangen NOW-subsidies van € 312.718,00. 2.9. Voor de goede orde wijst de rechtbank erop dat zij evenmin bevoegd is te oordelen over een eventuele vordering van SSG Holding ten aanzien van de SPA CM. Daarover heeft SSG Holding weliswaar in het petitum niets opgenomen, maar uit de dagvaarding volgt wel dat SSG Holding zich het recht voorbehoudt om ook ten aanzien van deze overeenkomst een vordering in te stellen (bij wijze van wijziging van eis). 2.10. Als de in het ongelijk gestelde partij wordt SSG Holding in de proceskosten in het incident veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van SSGN worden tot aan deze uitspraak begroot op: salaris advocaat € 614,00 (1 punt in liquidatietarief II) nakosten € 173,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 787,00 3De beoordeling in de hoofdzaak 3.1. De rechtbank zal een mondelinge behandeling bevelen in de hoofdzaak en daartoe de zaak verwijzen naar de rol voor opgave verhinderdata aan de zijde van beide partijen. 4De beslissing De rechtbank in het incident 4.1. verklaart zich onbevoegd van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen voor zover die vorderingen betrekking hebben op de SPA Struijk Milieu en SPA CM (zoals weergegeven onder 2.8. en 2.9.); 4.2. veroordeelt SSG Holding in de proceskosten ten bedrage van € 787,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als SSG Holding niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet SSG Holding € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening; in de hoofdzaak 4.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 10 juli 2014 voor opgave verhinderdata aan de zijde van beide partijen; 4.4. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024. 801/3195