RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/680766 / JE RK 24-1168 Datum uitspraak: 2 december 2024 Beschikking van de kinderrechter in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] en [naam vader], hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats], advocaat: mr. L.J.W. van Kesteren, kantoorhoudende te Zoetermeer, de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI. 1Het verloop van de procedure Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: de beschikking van de kinderrechter van 5 juli 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; het aanvullend onderzoek van de Raad van 11 november 2024; de brief van de advocaat van de ouders van 15 november
- 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. 2.
- [minderjarige] woont bij de ouders. 2.
- Bij beschikking van 5 juli 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 5 juli
- 3Het (aangehouden) verzoek 3.
- De Raad heeft op 5 juni 2024 (eveneens) een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis voor de duur van zes maanden verzocht. Een beslissing op dit verzoek is op 5 juli 2024 aangehouden. 3.
- De Raad heeft het aangehouden deel van het verzoek naar aanleiding van het onder
- voormelde aanvullend onderzoek ingetrokken. 4De beoordeling De kinderrechter stelt vast dat de Raad het aangehouden deel van het verzoek bij het aanvullend onderzoek van 15 november 2024 heeft ingetrokken. Hierdoor kunnen de gronden van het aangehouden deel van het verzoek niet meer worden onderzocht. De kinderrechter zal het resterende deel van het verzoek daarom afwijzen. 5De beslissing De kinderrechter: 5.
- wijst het verzoek, voor zover daar niet reeds op is beslist, af. Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2024, in aanwezigheid van mr. V. Lankhaar als griffier. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.