RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/669413 / JE RK 23-2718 Datum uitspraak: 12 januari 2024 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M. Verschoor, te Rotterdam. [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [plaats 1] , [de bijzondere curator] , hierna te noemen de bijzondere curator, kantoorhoudende te [plaats 2] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 november
- 1.
- De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 januari
- Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder met haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, hierna: de Raad, [vertegenwoordiger 1] ; als vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger 2] en [vertegenwoordiger 3] ; de bijzondere curator. 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- [minderjarige] woont bij haar vader. 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 januari 2023 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 januari
- 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 juni 2023 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader tot 18 januari
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt tevens om de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing bij de ouder met gezag voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. 3.
- De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De afgelopen tijd zijn er positieve stappen gezet. Er was een dansvoorstelling op zaterdag en beide ouders zijn hierbij aanwezig geweest. Het onbegeleid contact met kerst is goed gegaan. De ouders hebben over sommige zaken gecommuniceerd. Zo is de vader op vakantie geweest met [minderjarige] en gaf de moeder toestemming. [minderjarige] wordt hier blij van. Er vindt soms nog communicatie plaats die niet constructief verloopt. Verder gaat het goed met [minderjarige] bij de vader. Zij gaat naar school. [minderjarige] zit op haar plek bij de vader en de GI is van mening dat zij bij de vader moet blijven. [minderjarige] vindt de bezoeken met de moeder te kort. Zij mist de moeder. Binnen de ondertoezichtstelling wil de jeugdbeschermer er op inzetten de omgang te normaliseren. Er vindt nu twee uur begeleid bezoek plaats op donderdag. De GI wil dan ook onbegeleide bezoeken mogelijk maken. 4De standpunten 4.
- Namens en door de moeder is het volgende naar voren gebracht. De moeder berust zich in de verzoeken. Zij is blij dat de GI wil toewerken naar een normalisering van de omgang. De moeder voelt zich gestraft en haar geduld wordt op de proef gesteld. De moeder staat positief tegenover de betrokkenheid van de bijzondere curator. 4.
- De vader heeft ter zitting zijn standpunt als volgt kenbaar gemaakt. Er was een periode dat de moeder afspraken vaak af zei. [minderjarige] was hier verdrietig over. De vader laat [minderjarige] dan naar de moeder bellen om dit te bespreken. De vader probeert zo goed mogelijk het contact met de moeder te onderhouden. De vader acht het van belang dat de GI nog betrokken blijft om tussen de ouders in te staan. De vader staat achter de verlenging van de omgang, maar in kleine stapjes. Het is spannend voor [minderjarige] . 4.
- De bijzondere curator heeft ter zitting kenbaar gemaakt dat hij [minderjarige] in oktober heeft gesproken. [minderjarige] is trots dat zij op ballet zit en heeft wat dansjes getoond. Binnenkort gaat de bijzondere curator weer even om de tafel met [minderjarige] om te bespreken wat zij wil en hoe het gaat. [minderjarige] is blij met haar speltherapeut. [minderjarige] vertelt dat het beter gaat tussen de ouders. De bijzondere curator is van mening dat de ondertoezichtstelling nog moet doorlopen. Er moet hard gewerkt gaan worden. De bijzondere curator is blij dat het ouderschapstraject bij Enver gaat starten. De bijzondere curator ziet nog toegevoegde waarde in zijn betrokkenheid en verzoekt daarom om een verlenging van zijn benoeming. 5De beoordeling 5.
- Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). [minderjarige] woont sinds 21 juni 2023 bij haar vader middels een uithuisplaatsing. [minderjarige] ontwikkelt zich positief bij de vader en doet het goed op school. De ouders hebben de afgelopen periode stappen in de goede richting gezet. Ondanks deze positieve ontwikkeling, is de huidige situatie nog pril. De ouders komen van ver en lijken soms nog moeite hebben met het vertrouwen hebben in elkaar. Het is van groot belang dat zij gaan leren om in het belang van [minderjarige] met elkaar te communiceren en afspraken te maken. Er dient te worden toegewerkt naar een situatie waarbij de opvoeding van [minderjarige] zo gelijk mogelijk verdeeld is tussen de ouders. [minderjarige] geeft immers aan allebei de ouders te missen wanneer zij niet bij hen is. De GI dient de komende twee maanden hard aan het werk te gaan om zoveel mogelijk stappen te zetten in het belang van [minderjarige] , zodat zij onbelast het contact met haar beide ouders kan aangaan. Er dient te worden gekeken hoe de omgang met de moeder kan worden uitgebreid. De betrokkenheid van de bijzondere curator, in zijn onafhankelijke positie, kan helpen om de stem van [minderjarige] in deze situatie zo goed mogelijk naar voren te brengen. 5.
- De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van twee maanden, te weten tot 18 maart 2024 (artikel 1:260, eerste lid, BW). Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW). De kinderrechter houdt de beslissing voor het overige aan tot de hierna te noemen datum. De kinderrechter verzoekt de GI alsdan te rapporteren over de laatste stand van zaken en daarbij aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet gehandhaafd wordt. 5.
- Daarnaast acht de kinderrechter het voortzetten van de betrokkenheid van de bijzondere curator nog noodzakelijk. Het is van belang dat er iemand in en buiten rechte is die [minderjarige] kan vertegenwoordigen en al het nodige kan doen wat in het belang van [minderjarige] is. De kinderrechter bedankt de bijzondere curator voor wat hij tot op heden heeft gedaan en zal hem op grond van artikel 1:250 BW herbenoemen tot bijzondere curator van [minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 18 maart 2024; 6.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder met gezag tot 18 maart 2024; 6.
- herbenoemt [de bijzondere curator] tot bijzondere curator om de minderjarige te vertegenwoordigen; 6.
- bepaalt dat de benoeming tot bijzondere curator in ieder geval geldt voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten 18 maart 2024; 6.
- en alvorens verder te beslissen: houdt de beslissing op het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat de verdere behandeling van het verzoek van de GI zal plaatsvinden op 14 maart 2024 te 12:00 uur; in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100/125 te Rotterdam; 6.
- De zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter; 6.
- bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de belanghebbenden en de advocaat; 6.
- verzoekt de GI twee weken voor de zittingsdatum de kinderrechter de verzochte rapportage (met afschrift aan de belanghebbenden en de advocaat) te doen toekomen. 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2024 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V. Versteeg als griffier, en op schrift gesteld op 29 januari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.