← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:14102

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/682061 / FA RK 24-5053 Datum uitspraak: 26 september 2024 Beschikking van de meervoudige kamer in de zaak van [de pleegouders] , hierna te noemen de pleegouders, wonende in [plaats 1] , advocaat: mr. J.T.M. Sengers, kantoorhoudende in Rotterdam. over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 3] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats 1] , advocaat: mr. P. van Tour, kantoorhoudende in Rotterdam, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [plaats 2] , advocaat: mr. M. Nentjes, kantoorhoudende in Rotterdam, de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd in Rotterdam. In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad. gevestigd in Rotterdam. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 mei 2024; aanvullende producties van de advocaat van de pleegouders, ontvangen op 23 september 2024; het verweerschrift met bijlage van de moeder, ontvangen op 25 september
  2. 1.
  3. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 september
  4. Daarbij waren aanwezig: de pleegmoeder met haar advocaat; de vader met zijn advocaat; - de moeder met haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger 1] ; - een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger 2] . 1.
  5. De pleegvader is niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat de pleegvader wel juist is opgeroepen. 1.
  6. De rechtbank heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de voorzitter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
  7. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . 2.
  8. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven bij de pleegouders. 2.
  9. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 december 2023 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 1 januari
  10. 2.
  11. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij diezelfde beschikking de machtiging verlengd [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg (bij de pleegouders) tot 1 januari
  12. 3Het verzoek 3.
  13. De pleegouders verzoeken het gezag van de vader en de moeder te beëindigen en de pleegouders tot voogd over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te benoemen, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De pleegouders brengen ter zitting naar voren dat zij het verzoek willen wijzigen. Primair blijft het verzoek hetzelfde, subsidiair verzoeken de pleegouders om slechts over te gaan tot een gezagsbeëindiging van de moeder en de vader belast te laten met het gezag. In dat geval kunnen de pleegouders niet met de voogdij worden belast. 4De standpunten over de ontvankelijkheid van het verzoek 4.
  14. De rechtbank heeft direct na aanvang van de mondelinge behandeling aan partijen verzocht om zich uit te laten over de ontvankelijkheid van het verzoek. 4.
  15. Namens en door de pleegouders is in dit verband het volgende naar voren gebracht. De pleegouders hebben expliciet aan de GI gevraagd of er kan worden overgegaan tot een verzoek aan de Raad voor het doen van onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel. De advocaat van de pleegouders heeft hierover meermaals met de GI gemaild, maar het lukte niet om de GI te bewegen tot het verzoeken van een onderzoek. De GI stelt zich echter wel op het standpunt dat een gezagsbeëindiging noodzakelijk is. De advocaat weet niet wat zij verder had kunnen doen om de GI in beweging te krijgen. Uiteindelijk hebben de pleegouders het voortouw genomen en zelf een verzoek bij de rechtbank ingediend. De pleegouders staan er op zich achter dat de Raad onderzoek doet naar de noodzaak van een gezagsbeëindigende maatregel, maar gelet op de tijd die al is verstreken verzoeken zij de rechtbank om zonder een dergelijk onderzoek een beslissing te nemen. Als de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht acht, kunnen de pleegouders erachter staan dat de Raad onderzoek gaat doen. In dat geval verzoeken de pleegouders om de zaak aan te houden. 4.
  16. De GI heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij niet aan de Raad heeft gevraagd onderzoek te doen naar een gezagsbeëindigende maatregel omdat zij van mening was dat de pleegouders beter het verzoek zelf kunnen doen, omdat dit sneller zou verlopen. De GI erkent ter zitting dat dit wellicht geen goede keuze is geweest. Desgevraagd geeft de GI aan het verzoek van de pleegouders te ondersteunen en dat zij - indien nodig - de Raad alsnog zal verzoeken onderzoek te doen naar de noodzaak van een gezagsbeëindigende maatregel. 4.
  17. De Raad heeft ter zitting kenbaar gemaakt zijn vraagtekens te hebben over de ontvankelijkheid van het verzoek van de pleegouders. De gebruikelijke lijn in dit soort zaken is dat op verzoek van de GI door de Raad onderzoek wordt gedaan naar een gezagsbeëindigende maatregel. Het is de Raad niet duidelijk geweest dat de pleegouders een dergelijk verzoek bij de Raad wilden indienen. De Raad mist bovendien nu veel informatie. Als de GI een onderzoek aan de Raad had verzocht, had de Raad dit zeker opgepakt. Een raadsonderzoek duurt ongeveer twee maanden en er is op dit moment een wachtlijst van circa vier maanden. 4.
  18. Namens en door de vader is ter zitting naar voren gebracht dat er geen bezwaar is tegen het ontvankelijk verklaren van het verzoek van de pleegouders. De vader wil wel verweer voeren tegen het verzoek tot beëindiging van zijn gezag, maar niet tegen de beëindiging van het gezag van de moeder. De vader wil, net als de pleegouders, rust voor de kinderen. De vader wil niet dat hij en de kinderen ieder jaar met een verlenging van de maatregelen geconfronteerd worden. De vader is dagelijks in het leven van de kinderen en geeft de kinderen het signaal dat zij bij de pleegouders mogen blijven wonen. De vader is van mening dat een onderzoek van de Raad niet nodig is en dat de rechtbank over voldoende informatie beschikt om te kunnen oordelen over het verzoek van de pleegouders. Indien de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht acht, dient de behandeling van het verzoek te worden aangehouden in afwachting van het onderzoek van de Raad. 4.
  19. Namens en door de moeder is ter zitting naar voren gebracht dat er bezwaar is tegen het ontvankelijk verklaren van het verzoek van de pleegouders. De Raad moet eerst de kans krijgen om onderzoek te doen naar een gezagsbeëindigende maatregel. 5De beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek 5.
  20. De rechtbank zal de pleegouders niet-ontvankelijk verklaren in hun verzoek en overweegt daartoe als volgt. Uit artikel 1:267, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek volgt dat een beëindiging van het gezag kan worden uitgesproken op verzoek van de Raad of het Openbaar Ministerie. Tevens is degene die niet de ouder is en de minderjarige gedurende ten minste een jaar verzorgt en opvoedt bevoegd tot het doen van het verzoek, indien de Raad niet tot een verzoek overgaat. 5.
  21. De rechtbank stelt vast dat er in dit geval geen sprake is van de situatie dat de Raad niet tot een verzoek tot gezagsbeëindiging overgaat. De Raad heeft immers nog geen onderzoek gedaan naar de noodzaak van een gezagsbeëindigende maatregel en heeft dus ook nog geen beslissing genomen over de vraag of hij al dan niet zal overgaan tot een verzoek tot gezagsbeëindiging. Het ligt op de weg van de GI, die de ondertoezichtstelling uitvoert, om een verzoek bij de Raad in te dienen tot onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel. De GI heeft ter zitting naar voren gebracht hiertoe bereid te zijn. De rechtbank benadrukt - los van de ontvankelijkheid van het verzoek - het belang van het kunnen beschikken over informatie op basis van een zorgvuldig uitgevoerd onderzoek bij een verstrekkend verzoek als een gezagsbeëindiging. Zeker als de betrokkenen, zoals in onderhavige zaak, over dat verzoek van mening verschillen. Het is dan ook van groot belang dat door de Raad zorgvuldig onderzoek kan worden gedaan naar de vraag of een beëindiging van het gezag van de ouders, dan wel één van de ouders, in het belang van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] noodzakelijk is. 6De beslissing De rechtbank: verklaart de pleegouders niet-ontvankelijk in het verzoek. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2024 door mr. J.C.M. Persoon, mr. A.L. Pöll en mr. L.W.M. Hendriks, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. V. Versteeg en S.L. Bulte als griffiers, en op schrift gesteld op 15 oktober
  22. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.