vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team familie zaaknummer / rolnummer: C/10/679978 / KG ZA 24-506 Vonnis in kort geding van 6 november 2024 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. J. Nieuwstraten te Rotterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. N. Aydoğan-Kütük te Rotterdam. Partijen zullen hierna de man en de vrouw worden genoemd. 1De procedure 1.
- Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in kort geding van 27 juni 2024; het bericht van de vrouw van 4 september 2024; het verslag van 4 oktober 2024 met bijlagen van de bijzondere curator. 1.
- De voortgezette mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 23 oktober
- Bij die gelegenheid zijn gehoord: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat; [naam 1], de bijzondere curator; de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 2] . 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Bij vonnis van 27 juni 2024 is [naam 1] benoemd tot bijzondere curator ten behoeve van de belangenbehartiging van de minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ). De behandeling van de zaak is aangehouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling en deze is bepaald op 23 oktober
- 2.
- Partijen hebben in het verleden afspraken gemaakt over de zorgregeling en deze vastgelegd in een ouderschapsplan. Uitgangspunt is dat die zorgregeling moet worden nagekomen, tenzij zwaarwegende belangen van [minderjarige] zich daartegen verzetten. 2.
- Uit het verslag van de bijzondere curator komt naar voren dat het niet in het belang is van [minderjarige] dat de vordering tot nakoming van de zorgregeling wordt toegewezen. [minderjarige] verzet zich tegen ieder contact met de man. Hij heeft zijn beleving van het contact met de man uitgebreid verteld aan de bijzondere curator. [minderjarige] voelt zich in het midden gezet in de strijd tussen zijn ouders en hij heeft daar last van. De bijzondere curator schrijft in het verslag: “ [minderjarige] heeft heel veel stress ervaren de afgelopen jaren, hij kreeg er zelfs nekklachten van. Hij heeft zichzelf hieruit bevrijd door te besluiten dat hij geen contact meer met vader wil. Hij ervaart nu rust en opluchting.” Om [minderjarige] uit de positie te halen waarbij hij niet langer wordt belast door hem in het midden te zetten en negatief over de andere ouder te spreken, adviseert de bijzondere curator partijen om naar een oudertraject te gaan. De man weigert hieraan mee te werken. De man wil alleen weten of wat [minderjarige] verklaart echt uit hemzelf komt. De vrouw legt de verantwoordelijkheid voor contactherstel volledig bij de man. Tijdens de mondelinge behandeling zegt de vrouw dat zij door het verslag het besef kreeg welke rol zij hierin speelt. De man blijft ook tijdens de mondelinge behandeling bij zijn reactie op het verslag, namelijk dat [minderjarige] liegt, dat de man dat kan bewijzen en dat hij zich afvraagt of die verklaringen wel uit [minderjarige] zelf komen. 2.
- Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat zwaarwegende belangen van [minderjarige] zich verzetten tegen de gevorderde nakoming van de zorgregeling. Gelet op de ernstig verstoorde verhouding tussen partijen die zijn weerslag heeft op [minderjarige] ligt het op de weg van partijen om hun onderlinge verhouding te veranderen en te verbeteren. Met de raad ziet de voorzieningenrechter op dit moment geen ruimte bij [minderjarige] om de vordering van de man te kunnen toewijzen. Zoals de raad tijdens de mondelinge behandeling heeft geadviseerd, blijkt uit het verslag duidelijk wat nodig is voor contactherstel mocht [minderjarige] in de toekomst ruimte voelen voor contact. De vordering tot nakoming van artikel 2 in het ouderschapsplan zal dan ook worden afgewezen. 2.
- De man vordert nakoming van de artikelen 3, 4 en 6 in het ouderschapsplan. Deze artikelen gaan – kort gezegd – over een informatieregeling, een regeling tot raadpleging van de andere ouder en een regeling over de schoolkeuze. Omdat de man, gelet op de betwisting door de vrouw, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vrouw deze regelingen niet nakomt, zal de vordering worden afgewezen. 2.
- De man vordert een raadsonderzoek te gelasten. Met de raad ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een raadsonderzoek, zodat de vordering zal worden afgewezen. 2.
- De voorzieningenrechter is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator. De voorzieningenrechter zal op die manier beslissen. 3De beslissing De voorzieningenrechter: 3.
- wijst de vorderingen af; 3.
- beschouwt – voor zover geen hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing – de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure met ingang van 6 november 2024 als beëindigd. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Wierink en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2024.