vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Zittingsplaats Rotterdam Zaaknummer: 10743080 EL 23-41 vonnis van de kantonrechter van 19 september 2024 in de zaak van [eiser] , wonende te Rotterdam, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces, tegen de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, gemachtigde: USG Legal Professionals. Partijen worden hierna [eiser] en Dexia genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 18 augustus 2023; de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, tevens incidentele conclusie van eis ex artikel 843a Rv; de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, tevens incidentele antwoordconclusie, tevens incidentele conclusie van eis ex artikel 843a Rv; de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, tevens incidentele antwoordconclusie de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties. 1.
- Ten slotte is partijen meegedeeld dat vonnis wordt gewezen. 2
- De feiten 2.
- [eiser] en [naam 1] (verder: [naam 1] ) hebben de volgende leaseovereenkomst ondertekend waarop zij als lessee stonden vermeld, met als wederpartij (de rechtsvoorgangster van) Dexia: Nr. Contractnr. Datum Naam overeenkomst I. 39405745 30-11-1999 Allround Sparen met vooruitbetaling 2.
- Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomst een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat: Nr. Datum eindafrekening Resultaat Betaald I. 9-8-2006 - € 1.737.31 Nee 2.
- Volgens opgave van Dexia hebben [eiser] en/of [naam 1] op grond van de overeenkomst – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 4.356,60 aan maandtermijnen aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft [eiser] en/of [naam 1] geen bedrag aan dividenden ontvangen en heeft [eiser] en/of [naam 1] € 386,89 aan fiscaal voordeel genoten. 2.
- De gemachtigde van [eiser] , Leaseproces, heeft bij brief van 18 mei 2006 de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van de overeenkomst ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. Tevens wordt het recht voorbehouden daartoe ook andere gronden nog aan te voeren. 3De vordering en het verweer in conventie en in reconventie 3.
- [eiser] vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: - in het incident: Dexia ex artikel 843a Rv zal veroordelen het aanvraagformulier en haar versie van de ondertekende overeenkomst aan [eiser] te verstrekken, - in de hoofdzaak: voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en/of toerekenbaar is tekort geschoten, voor recht zal verklaren dat [eiser] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden, Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [eiser] van al datgene dat [eiser] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, voor recht zal verklaren dat [eiser] de door Dexia gevorderde restschuld niet verschuldigd is, Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [eiser] , met rente, Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met rente. 3.
- Dexia voert verweer tegen de vorderingen. Het verweer mondt uit in een tegenvordering, waarbij Dexia vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: - in het incident: [eiser] ex artikel 843a Rv zal veroordelen het intakeformulier, waaraan de door Leaseproces namens [eiser] ingenomen feitelijke stellingen zijn ontleend, aan Dexia te verstrekken, - in de hoofdzaak: [eiser] zal veroordelen om aan Dexia te betalen de som van € 579,10, vermeerderd met wettelijke rente, voor recht zal verklaren dat Dexia niets meer aan [eiser] verschuldigd is, [eiser] zal veroordelen in de proceskosten. 3.
- Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.
- Beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventie en in de incidenten algemeen 4.
- Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenleaseovereenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 à 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, onder wie [eiser] . 4.
- De procedures hebben geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend.Deze jurisprudentie wordt bij de beoordeling van de vorderingen als leidraad genomen. Door partijen zijn geen (althans onvoldoende) bijzondere omstandigheden gesteld die in deze zaak een afwijking daarvan rechtvaardigen. 4.
- Toepassing van deze jurisprudentie leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies: er is sprake van huurkoop; er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck; Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld; [eiser] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen en restschuld; er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia. verjaring 4.
- Voor zover Dexia stelt dat een eventuele vordering van [eiser] inmiddels is verjaard, wordt dit verweer niet gevolgd. In de jurisprudentie zijn bestendige oordelen te vinden voor wat betreft de stellingen en verweren van partijen die zien op de verjaring. Voor zover in deze zaak geen andere, afwijkende standpunten zijn ingenomen door één van de partijen, wordt op de aan (de gemachtigden van) partijen bekende overwegingen, ook in deze zaak geoordeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat de verweren omtrent de verjaring doel treffen. tussenpersoon 4.
- [eiser] en [naam 1] hebben de overeenkomst met Dexia afgesloten via de tussenpersoon Spaar Select. Tussen partijen is niet in geschil dat de tussenpersoon niet beschikte over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. In de prejudiciële beslissing van 10 juni 2022 heeft de Hoge Raaduitgelegd in welke gevallen Dexia heeft gecontracteerd in strijd met het verbod van artikel 41 NR 1999 (dan wel met het daarmee materieel overeenkomende artikel 25 NR 1995). Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake als de afnemer een effectenleaseovereenkomst is aangegaan nadat de daarbij optredende tussenpersoon (zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning), tevens – naar Dexia wist of behoorde te weten – als financieel adviseur is opgetreden door advies te geven. Dexia stelt dat het gegeven beleggingsadvies naar het destijds geldende Europese recht niet vergunningplichtig was. In het vonnis van de rechtbank Overijssel van 22 juni 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:2548), dat heeft geleid tot de hiervoor genoemde prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 10 juni 2022, heeft de rechtbank toegelicht, onder verwijzing naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:8462), dat en waarom geen sprake is van strijd met het toepasselijke Europese recht. Er is geen reden om thans anders te oordelen. De Hoge Raad heeft, zoals (de gemachtigden van) partijen bekend is, bepaald dat het moet gaan om een gepersonaliseerde aanbeveling, waarbij een aantal omstandigheden zijn genoemd, die bij de beoordeling daarvan van belang kunnen zijn. Ook indien niet wordt vastgesteld dat die omstandigheden zich voordoen, bestaat de mogelijkheid dat de tussenpersoon toch een gepersonaliseerde aanbeveling heeft gedaan als door de Hoge Raad bedoeld, namelijk een aanbeveling die is voorgesteld als geschikt voor de betrokken afnemer ook als dat onder omstandigheden als een ‘verkooppraatje’ kan worden gekarakteriseerd. 4.
- De stelplicht en bewijslast dat de tussenpersoon [eiser] heeft geadviseerd en dat Dexia wetenschap had of behoorde te hebben van het feit dat de tussenpersoon [eiser] , anders dan in algemene zin, een persoonlijk en specifiek op dit product toegesneden advies heeft verstrekt, rusten op [eiser] als de partij die zich op de rechtsgevolgen van het onrechtmatig handelen van Dexia beroept. De door [eiser] gestelde feiten en omstandigheden dienen voldoende concreet te zijn en zo mogelijk voorzien van onderbouwing. Voor zover Dexia de gestelde feiten en omstandigheden betwist, dient die betwisting eveneens voldoende gemotiveerd te zijn.Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eiser] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomst en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard. 4.
- [eiser] stelt over de feitelijke gang van zaken het volgende: In deze zaak gaat het om [eiser] die – op advies van een financieel adviseur van Spaar Select – een Allround Sparen overeenkomst bij Bank Labouchere heeft afgesloten. De toenmalige vriendin van [eiser] , mevrouw [naam 1] , was ook bij het gesprek met de adviseur aanwezig. [eiser] is met Spaar Select in contact gekomen via mevrouw [naam 1] . Een medewerker van Spaar Select was een tijdje daarvoor op het werk van [naam 1] langsgekomen. Er is door [naam 1] vervolgens een financieel adviesgesprek met een adviseur ingepland bij [eiser] thuis. De adviseur van Spaar Select, [naam 2] , is vervolgens bij [eiser] thuis langsgekomen voor een financieel adviesgesprek. Tijdens het huisbezoek informeerde de adviseur bij [eiser] hoe zijn financiële situatie was op dat moment en of [eiser] financiële wensen had. Daarop heeft [eiser] met de adviseur besproken dat hij enkele jaren geleden een ongeluk had gehad en daaruit een schadevergoeding had gekregen van ongeveer NLG 45.000,-. Van dat bedrag waren vervolgens nog advocaatkosten afgegaan en verder moest [eiser] van het overgebleven bedrag leven. Inmiddels was het overgebleven bedrag zo’n NLG 10.000,-. [eiser] heeft bij de adviseur aangegeven dat dit het enige geld was wat hij op dat moment nog had. Daarnaast heeft [eiser] aangegeven dat hij op zoek was naar een veilige manier om dit geld weg te zetten en beter te sparen dan op een normale spaarrekening, met een gunstiger rendement. De adviseur heeft daarop aangegeven dat hij hét geschikte product had voor [eiser] en adviseerde aan [eiser] om een Allround Sparen overeenkomst bij Bank Labouchere af te sluiten. De adviseur adviseerde om al het overgebleven geld uit de schadevergoeding te gebruiken voor een vooruitbetaling van ongeveer NLG 10.000,-. Volgens de adviseur was de Allround Sparen overeenkomst een veilig en risicoloos product, dat was verbonden aan de AEX-index. Hierdoor zouden goede rendementen worden behaald, waardoor [eiser] binnen vijf jaar zijn inleg zou verdubbelen en daardoor een aanzienlijk vermogen zou opbouwen. Volgens de adviseur was het zelfs mogelijk om binnen drie jaar de inleg te verdubbelen, mocht dit gebeuren dan zou Spaar Select contact opnemen met [eiser] en kon [eiser] zijn geld weer opnemen. Daarnaast gaf de adviseur ook aan dat Bank Labouchere werd gedekt door De Nederlandse Bank, het zou dus niet fout kunnen gaan, aldus de adviseur. [eiser] was destijds niet gehuwd met mevrouw [naam 1] , maar wilde de overeenkomst met Bank Labouchere wel zo regelen dat als hij onverhoopt kwam te overlijden, het geld uit de overeenkomst met Bank Labouchere aan mevrouw [naam 1] zou toekomen. De adviseur heeft daarop aangegeven dat het contract dan ook op naam van mevrouw [naam 1] moest komen te staan. Tot slot heeft de adviseur aan [eiser] verteld dat het handiger was om de vooruitbetaling in twee gedeeltes over te maken naar Bank Labouchere. De adviseur heeft [eiser] niet geïnformeerd over de specifieke risico's. Zo heeft hij er niet op gewezen dat met de vooruitbetaling de rentelasten voor een lening (de effectenleaseovereenkomst) werd betaald en dat bij tegenvallende koersontwikkelingen, de inleg geheel verloren kon gaan en er bovendien een schuld kon ontstaan uit hoofde van de effectenleaseovereenkomst. Verder heeft de adviseur nooit aan [eiser] verteld dat hij na vijf jaar maandtermijnen van NLG 200,- zou moeten betalen, dit was geld dat [eiser] niet kon missen per maand. Als [eiser] op deze risico's was gewezen had hij de onderhavige overeenkomst niet afgesloten. [eiser] had geen ervaring met beleggen of kennis van complexe financiële producten en heeft het advies van de adviseur opgevolgd. [eiser] heeft een Allround Sparen overeenkomst bij Bank Labouchere afgesloten met een vooruitbetaling van NLG 9.600,-. De naam van mevrouw [naam 1] is ook op de overeenkomst gezet en zij heeft deze medeondertekend. De adviseur heeft samen met [eiser] het aanvraagformulier ingevuld en de aanvraag verzorgd. De adviseur heeft vervolgens ervoor gezorgd dat [eiser] de overeenkomst ter ondertekening kreeg en dat de getekende overeenkomst in goede orde naar de bank is verzonden. 4.
- [eiser] heeft, ter onderbouwing van zijn stellingen, gewezen op de volgende stukken die in het geding zijn gebracht: - een kopie van de overeenkomst van 30 november 1999 met contractnummer 39405745, voorzien van het adviseursnummer: ATP00249 – Spaar Select B.V., - een uitdraai van de website die Spaar Select in 2000 gebruikte, met daarop onder meer de tekst: (…) Persoonlijke Financiële Planning dient afgestemd te worden op uw eigen specifieke situatie. Het is dan ook onmogelijk om u op deze site een voorbeeld van een persoonlijke Financieel Plan te laten zien. Indien u wilt weten hoe u uw wensen kunt realiseren door optimaal gebruik te maken van uw bestaande middelen, kunt u een afspraak maken met één van onze adviseurs. Middels een persoonlijke Financieel Plan afgestemd op uw situatie zal u dan duidelijk worden dat u meer financiële mogelijkheden heeft dan u zelf had durven dromen. 4.
- Met deze feitelijke uiteenzetting en stukken heeft [eiser] voldoende onderbouwd gesteld dat sprake is geweest van vergunningplichtige advisering. Dexia heeft de door [eiser] geschetste gang van zaken slechts in algemene termen betwist. Dexia had echter meer concreet moeten maken dat en waarom volgens haar destijds geen sprake is geweest van advisering. Zo had Dexia moeten uiteenzetten op welke wijze de overeenkomst in haar visie tot stand was gekomen. Dexia heeft weliswaar erop gewezen dat zij op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het contact tussen [eiser] en de adviseur van de tussenpersoon, maar dat kan Dexia niet baten. Voor zover Dexia daardoor in bewijsnood is, komt dat voor haar rekening en risico. Niet alleen had zij zoals hiervoor is overwogen eerder bewijs kunnen verzamelen maar daarbij komt dat Dexia destijds ervan heeft afgezien om eigen voorlichting te geven aan potentiële klanten en gebruik heeft gemaakt van deze tussenpersoon voor de afzet van haar producten. Dit terwijl het voor haar als aan toezicht onderworpen effecteninstelling verboden was om van die tussenpersoon cliënten aan te nemen aan wie adviezen waren verstrekt. Het had op haar weg gelegen om daarop controle uit te oefenen en ervoor te zorgen dat zij wel over concrete informatie beschikte over de totstandkoming van een contract en de daarbij betrokken (medewerker van de) tussenpersoon. Daarom wordt uitgegaan van de juistheid van de door [eiser] geschetste gang van zaken nu Dexia deze onvoldoende heeft weersproken. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen. wetenschap Dexia 4.
- [eiser] stelt dat Dexia wist, althans behoorde te weten, dat de tussenpersoon Spaar Select een op de persoon van [eiser] toegesneden beleggingsadvies heeft gegeven. Dexia betwist dit. Hoewel in dit geval niet is gebleken dat Dexia concrete wetenschap heeft gehad van de advisering van de tussenpersoon aan [eiser] , had zij behoren te weten dat [eiser] door de tussenpersoon is geadviseerd. aansprakelijkheid Dexia 4.
- Nu Dexia ondanks het voorgaande toch met [eiser] de overeenkomst is aangegaan, heeft zij jegens [eiser] onrechtmatig gehandeld. Dit moet Dexia zwaar worden aangerekend. Weliswaar zijn aan [eiser] omstandigheden toerekenbaar die tot de schade hebben bijgedragen, maar vanwege de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten, eist de billijkheid in beginsel dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft. Weliswaar kunnen er situaties zijn waarin voldoende reden is om een deel van de schade op grond van artikel 6:101 BW voor rekening van de afnemer te doen komen, maar in dit geval zijn dergelijke feiten en omstandigheden niet aanwezig. De schade komt dan ook geheel voor rekening van Dexia. vorderingen van [eiser] 4.
- De door [eiser] gevorderde verklaringen voor recht zullen daarom worden toegewezen, in die zin dat voor recht wordt verklaard dat Dexia onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door [eiser] als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersoon [eiser] niet alleen als klant aanbracht maar [eiser] tevens persoonlijk had geadviseerd en de tussenpersoon geen vergunning daarvoor bezat. De verklaring voor recht dat de restschuld niet verschuldigd is zal eveneens worden toegewezen. 4.
- De als gevolg hiervan door [eiser] geleden schade kunnen partijen inmiddels berekenen. De voor vergoeding in aanmerking komende schade bestaat uit de door de afnemer betaalde inleg (termijnbetalingen en eventuele aflossingen) en het niet vergoede gedeelte van de (fictieve) restschuld. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met te verrekenen genoten voordelen, waaronder dividenduitkeringen, fiscale voordelen en een eventueel in aanmerking te nemen batig saldo uit voorgaande overeenkomsten. Een en ander volgens het door Dexia overgelegde financiële overzicht waarvan de juistheid door [eiser] , behoudens het daarin berekende fiscaal voordeel, niet of onvoldoende gemotiveerd is betwist. [eiser] heeft bij conclusie van repliek/antwoord een biljet van proces overgelegd waaruit volgens [eiser] volgt dat Dexia het verkeerde belastingtarief (50%) heeft gebruikt. Het hof ’s-Hertogenbosch heeft in het arrest van 16 april 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:1327) uitgelegd hoe de berekening gemaakt moet worden om het fiscaal voordeel te begroten in de gevallen waar de Wet IB 1964 van toepassing is. Daaruit volgt dat er in deze zaak bij de berekening van moet worden uitgegaan dat [eiser] geen fiscaal voordeel heeft genoten. In het geval reeds eerder een schadevergoeding door Dexia is betaald, geldt ten aanzien van de verrekening daarvan hetgeen is overwogen in de beslissing van de Rechtbank Amsterdam van 25 november 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:7910). De wettelijke rente is verschuldigd over het door Dexia te restitueren bedrag volgens de uitgangspunten als geformuleerd in HR 1 mei 2015 (ECLI:NL: HR:2015:1198) en HR 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:164, r.o. 3.6.3). Een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten is niet aan de orde. Niet gebleken is dat er meer of andere werkzaamheden aan de orde zijn geweest dan die, welke genoemd zijn in het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:
- 4.
- Uit de overeenkomst volgt dat deze is gesloten tussen [eiser] , [naam 1] en Dexia. [eiser] en [naam 1] zijn deelgenoten omdat sprake is van gemeenschappelijk eigendom. Dat Dexia [eiser] (ook) zelfstandig heeft aangeschreven, maakt niet dat [naam 1] niet langer contractspartij is. [eiser] is op zichzelf bevoegd om voor de gemeenschap te vorderen (artikel 3: 171 BW) of om voor zijn deel Dexia in rechte te betrekken. [eiser] heeft niet gesteld voor de gemeenschap op te treden en zal dus alleen voor zichzelf kunnen vorderen. [eiser] schenkt geen klare wijn over het aandeel van [naam 1] zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat ieder der deelgenoten voor de helft gerechtigd is (artikel 3:166-2 BW). Dat betekent dat Dexia slechts de helft van de schade aan [eiser] hoeft te vergoeden. 4.
- Gelet op het voorgaande behoeven de andere door [eiser] aangevoerde gronden geen nadere bespreking. 4.
- [eiser] vordert Dexia op te dragen om een afschrift te verstrekken van het aanvraagformulier en de bij Dexia in bezit zijnde ondertekende overeenkomst. Uit het voorgaande volgt dat [eiser] in het gelijk zal worden gesteld. Hij heeft dan ook geen belang meer bij deze stukken in deze procedure, zodat de vordering zal worden afgewezen. De proceskosten zullen worden gecompenseerd. vorderingen Dexia 4.
- Gelet op de beoordeling in conventie worden de vorderingen in reconventie van Dexia afgewezen. afgifte intakeformulier 4.
- Dexia vordert dat [eiser] wordt veroordeeld het intakeformulier van haar gemachtigde aan Dexia te verstrekken. Een zogenoemde “exhibitievordering” op grond van artikel 843a lid 1 Rv kan worden toegewezen als degene die de vordering instelt een rechtmatig belang heeft bij het inzien van bepaalde stukken die betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarin eiser partij is. 4.
- Daargelaten de vraag of aan deze vereisten is voldaan, oordeelt de kantonrechter dat op grond van het derde en vierde lid van artikel 843a Rv geen inzage van het intakeformulier verlangd kan worden. In het derde lid van artikel 843a Rv is, kortgezegd, bepaald dat beoefenaren van vertrouwensberoepen ter zake van hetgeen hen in hun hoedanigheid is toevertrouwd niet gehouden zijn om aan de exhibitievordering te voldoen. Ook van [eiser] als cliënte van de beroepsbeoefenaar kan (ervan uitgaande dat [eiser] in het bezit is van het intakeformulier) geen inzage worden verlangd omdat gewichtige redenen als bedoeld in het vierde lid van artikel 843a Rv, zich daartegen verzetten. Dexia wil kennelijk weten welke gegevens [eiser] destijds aan Leaseproces heeft verstrekt. Het verstrekken van (vertrouwelijke) informatie aan een rechtsbijstandverlener over een geschil door middel van een gesprek of een intake- of vragenformulier dient echter onbelemmerd te kunnen plaatsvinden. Al met al oordeelt de kantonrechter dat de incidentele vordering van Dexia moet worden afgewezen. De proceskosten zullen worden gecompenseerd. proceskosten 4.
- Omdat [eiser] inhoudelijk gelijk krijgt, is Dexia aan te merken als de in het ongelijk te stellen partij. Dexia zal worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [eiser] gevallen. Omdat het partijdebat in reconventie is samengevallen met het debat in conventie worden de kosten in reconventie tot op heden begroot op nihil. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - dagvaarding € 129,14 - griffierecht € 86,00 - salaris gemachtigde € 542,00 (2 x tarief € 271,00) - nakosten € 135,00 Totaal € 892,
- 4.
- De gevorderde rente over de proceskosten zal als na te melden worden toegewezen. 5Beslissing De kantonrechter in de incidenten 5.
- wijst de vorderingen af, 5.
- compenseert de proceskosten, in conventie 5.
- verklaart voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door [eiser] als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersoon [eiser] niet alleen als klant aanbracht maar [eiser] tevens persoonlijk had geadviseerd en de tussenpersoon geen vergunning daarvoor bezat, 5.
- verklaart voor recht dat [eiser] de door Dexia gevorderde restschuld niet verschuldigd is, 5.
- veroordeelt Dexia om aan [eiser] te betalen de schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover zoals weergegeven in r.o. 4.
- en 4.14., 5.
- veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 892,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen, 5.
- veroordeelt Dexia in de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan, 5.
- verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 5.
- wijst de vorderingen af, 5.
- veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op heden begroot op nihil. Aldus gewezen door mr. W.A. Swildens, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2024 in tegenwoordigheid van de griffier. typ: JK coll: In het bijzonder gaat het om de arresten van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC2837), 5 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH 2815), 29 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP4003), 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR: 2017:164) en 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:590) en de arresten van het gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009 (ECLI:NL: GHAMS:2009:BK4981) en 1 april 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:1135). zie onder meer gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 november 2020 ECLI:NL:GHARL:2020:8992, gerechtshof Amsterdam, 25 januari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1462 en gerechtshof Den Bosch 10 januari 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:
- Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI :NL:HR:2022:
- Vergelijk gerechtshof Arnhem Leeuwarden 16 mei 2023 ECLI:NL:GHARL:2023:
- Hoge Raad 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:
- Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012 r.o. 5.6 en 5.
- Deze lijn is nadien bevestigd in de arresten van de Hoge Raad van 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1935, en van 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:862.