RECHTBANK ROTTERDAM locatie Dordrecht zaaknummer: 10684196 \ CV EXPL 23-3351 datum uitspraak: 1 februari 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiseres01] , woonplaats: [woonplaats01] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gemachtigde: mr. N. Plaisier, tegen [gedaagde01] , woonplaats: [woonplaats01] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, gemachtigde: mr. S. Kandemir. De partijen worden ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 22 augustus 2023, met bijlagen; het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen. 1.2. Op 29 december 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig: mr. N. Plaisier en mr. S. Kandemir. 2 De beoordeling De zaak in het kort 2.1. Partijen hebben een affectieve relatie gehad en zijn de ouders van [naam01] . [naam01] is nu vijf jaar oud. Partijen hebben met ingang van 14 juli 2020 samen de woning aan [adres01] (hierna: de woning) gehuurd. Na het verbreken van de relatie heeft [eiseres01] in januari 2023 de woning met [naam01] verlaten. Beide partijen willen in de woning blijven wonen. In een kort gedingprocedure heeft de kantonrechter geoordeeld dat [eiseres01] in de woning mag blijven wonen. [gedaagde01] heeft de woning vervolgens vrijwillig verlaten voor 31 augustus 2023 en [eiseres01] is daarna met [naam01] in de woning gaan wonen. [gedaagde01] is in hoger beroep gegaan tegen het kort gedingvonnis, maar het gerechtshof Den Haag heeft nog geen uitspraak gedaan. De eis (conventie) 2.2. [eiseres01] wil in de huurwoning blijven wonen en zij eist daarom dat bepaald wordt dat [gedaagde01] niet langer de huur mag voortzetten en dat [eiseres01] met uitsluiting van [gedaagde01] gerechtigd is tot het gebruik van de woning. Ook eist [eiseres01] dat [gedaagde01] wordt veroordeeld om de woning binnen zeven dagen na betekening van het vonnis te verlaten en niet meer te betreden, met afgifte van de sleutels aan [eiseres01] . [eiseres01] eist voorts dat de proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. De tegeneis (reconventie) 2.3. [gedaagde01] is het niet eens met de eis van [eiseres01] en wil zelf in de woning wonen. Hij eist daarom in reconventie dat het huurrecht van de woning aan hem wordt toebedeeld en dat bepaald wordt dat [gedaagde01] met uitsluiting van [eiseres01] gerechtigd is tot het gebruik van de woning. Ook eist [gedaagde01] dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Het toetsingskader 2.4. Uit artikel 7:267 lid 7 BW volgt dat de huurder en/of wettelijke medehuurders kunnen vorderen dat de rechter bepaalt dat die huurder of wettelijke medehuurders de huur met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip niet langer zullen voortzetten. Volgens vaste rechtspraak is artikel 7:267 lid 7 BW ook van toepassing in het geval gezamenlijke huurders uit elkaar gaan. Dit strekt zich ook uit tegenover de verhuurder. Als artikel 7:267 lid 7 BW wordt toegepast, eindigt de huurovereenkomst dus ten aanzien van de vertrekkende huurder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.