RECHTBANK ROTTERDAM Strafrecht Zittingsplaats Rotterdam parketnummer : 10-015678-23 raadkamernummer : 23-028441 datum : 22 februari 2024 Beschikking van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 98, vierde lid, juncto artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klager], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], kantoorhoudende [adres], hierna te noemen: de klager. 1Feiten Doorzoeking, beslag en verdenking Op 20 januari 2023 heeft - onder leiding van de rechter-commissaris - een doorzoeking van de woning van de klager aan [adres2] plaatsgevonden. Daarbij is onder een ander dan de klager, namelijk zijn minderjarige zoon [minderjarige], beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv op onder andere een laptop van het merk Apple (een Macbook Air; hierna: de laptop). De doorzoeking vond plaats in het kader van het strafrechtelijk onderzoek onder de naam [naam1] en opgemeld parketnummer tegen [minderjarige] (hierna: de verdachte), die ook op dit adres woont. [verdenking] De klager is advocaat te [plaats] en was bij de doorzoeking aanwezig. Hij heeft aangegeven de eigenaar te zijn van de laptop en dat zowel de verdachte als hijzelf toegang hadden tot deze laptop. Hij heeft de Deken van de Orde van Advocaten te [plaats] op de hoogte gesteld van de inbeslagneming van deze laptop. Tijdens de doorzoeking kwam naar voren dat de verdachte onder medische behandeling staat en dat hij deze laptop onder andere heeft gebruikt bij zijn contacten met de arts in verband met die behandeling. Gevolgde geheimhouderprocedure Omdat de klager heeft aangegeven dat hij de eigenaar is van de laptop en de verdachte onder medische behandeling staat, heeft de rechter-commissaris besloten dat de veiliggestelde data van de laptop moeten worden geschoond van zich daarin bevindende geheimhouderinformatie, voordat deze kunnen worden overgedragen aan het onderzoeksteam. Hij heeft op 2 februari 2023 een medewerker van de politie ([naam2]) als geheimhouderfunctionaris (hierna ook: de onderzoeker) beëdigd en hem opgedragen om deze schoning uit te voeren. Deze functionaris heeft van zijn geheimhouderonderzoek verslag gedaan in een proces-verbaal van bevindingen. De onderzoeker heeft van de laptop een werkkopie gemaakt en heeft deze werkkopie onderzocht op de aanwezigheid van geheimhouderinformatie. Hij heeft op de laptop vier accounts aangetroffen, respectievelijk met de namen [account1], [account2], [account3] en [account4]. Daarnaast stond op de laptop een account [account5] met twee verwijderde gebruikersaccounts met de namen [account1] en [account3]. Ook stonden er twee systeemaccounts op die automatisch door het besturingssysteem worden aangemaakt. Het account [account4] bevatte geen data. De geheimhoudermedewerker heeft gezien dat zich in de gebruikersaccounts [account1] en [account3] geheimhouderstukken bevonden. Hij heeft deze accounts integraal van de werkkopie verwijderd. De resterende data zijn door de onderzoeker ten behoeve van schoning onderzocht op geheimhouderinformatie met behulp van een lijst met zoektermen (zogenoemde geheimhoudertermen) die ten behoeve van dit onderzoek aan hem ter beschikking was gesteld. Deze lijst bevat woorden of delen van woorden die kunnen wijzen op geheimhouderinformatie, waarop middels een geautomatiseerd proces alle bestanden worden gemarkeerd die voldoen aan deze criteria. Hierna heeft de onderzoeker handmatig voor alle gemarkeerde bestanden gecontroleerd of het hierbij daadwerkelijk geheimhouderstukken betrof. Vervolgens heeft hij ook een handmatige controle uitgevoerd op alle niet gemarkeerde bestanden. Er zijn uiteindelijk 251.815 bestanden overgebleven waarvan 155.104 zogenaamde mediabestanden. De onderzoeker merkt hierbij op dat het schonen van de data van geheimhouderinformatie uiteindelijk een handmatig proces is en dat hij niet kan uitsluiten dat per ongeluk een geheimhouderstuk aan zijn aandacht is ontsnapt. De rechter-commissaris heeft het proces-verbaal van de geheimhoudermedewerker aan de officier van justitie en aan de klager ter hand gesteld en hen gevraagd zich uit te laten over de bij het onderzoek gemaakte selectie. De officier van justitie kon zich vinden in de gevolgde werkwijze en de gemaakte selectie. De klager heeft gevraagd de gemaakte selectie ter controle aan hem ter beschikking te stellen. Per e-mail van 10 juli 2023 is aan de klager meegedeeld dat hem de gelegenheid wordt geboden om de selectie die door de geheimhoudermedewerker is gemaakt op het politiebureau te controleren. De klager heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt op 23 augustus 2023 en heeft hierbij diverse geheimhouderstukken uit de selectie gehaald. De klager heeft echter laten weten dat het hem vanwege de grote hoeveelheid bestanden niet is gelukt alle stukken te filteren, zodat hij niet kan uitsluiten dat zich toch geheimhouderstukken bevinden in de selectie die de onderzoeker aan het onderzoeksteam wil verstrekken. Hij heeft daarom vanuit zijn functie als advocaat bezwaar gemaakt tegen het verstrekken van de geselecteerde bestanden. Naar aanleiding daarvan is de rechter-commissaris zelf op 31 augustus 2023 naar het politiebureau gegaan om de gemaakte selectie te inspecteren en zich over het selectieproces te laten voorlichten door de geheimhoudermedewerker. Deze heeft uitgelegd dat hij geautomatiseerd met zoektermen geselecteerde bestanden heeft gegenereerd. De rechter-commissaris heeft steekproefsgewijs de geselecteerde bestanden bekeken en heeft geconstateerd dat zich nog geheimhouderstukken in de selectie bevonden. Die bleken afkomstig te zijn van een ouder bestandspad (2015/2016 voor het laatst geraadpleegd). De geheimhoudermedewerker heeft op verzoek van de rechter-commissaris deze bestanden alsnog gefilterd en uit de selectie verwijderd. Dat betrof 28.801 bestanden. De klager heeft op 7 september 2023 de rechter-commissaris desgevraagd laten weten dat hij niet akkoord kan en mag gaan met de terbeschikkingstelling van de geschoonde gegevens aan het onderzoeksteam omdat zich daartussen nog geheimhouderinformatie kan bevinden. 2De bestreden beschikking van de rechter-commissaris De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 4 oktober 2023 een beslissing genomen ten aanzien van de terbeschikkingstelling van de geschoonde gegevens aan het onderzoeksteam. Hij heeft in deze beschikking de gevolgde geheimhouderprocedure (zoals hiervoor ook benoemd) beschreven. Daarbij heeft hij opgemerkt dat de onderzoeker heeft geconstateerd dat de laptop niet was voorzien van enige vorm van versleuteling en dat eventuele geheimhouderstukken volgens de onderzoeker op geen enkele wijze afdoende waren beschermd tegen onbevoegde inzage. Daarna heeft hij het volgende overwogen: Het is de bevinding van de rechter-commissaris dat de thans gemaakte selectie van bestanden zo goed als mogelijk geschoond is van geheimhouderinformatie. De rechter-commissaris zal beslissen dat deze selectie ter beschikking kan worden gesteld aan het onderzoeksteam. Daarbij heeft de rechter-commissaris gelet op de inhoud van het proces-verbaal van de geheimhoudermedewerker, zijn eigen bevinding ter zake en de omstandigheid dat na de filtering door de geheimhoudermedewerker nog eens 28.801 oude bestanden zijn verwijderd uit de werkkopie. Tevens is voor deze beslissing relevant dat de geheimhouder zelf in de gelegenheid is gesteld de selectie te inspecteren en mogelijke nog geheim te houden informatie uit de selectie te filteren. De geheimhouder kan zich daarom niet meer beroepen op een verschoningsrecht ten aanzien van de overgebleven en geschoonde informatie die op de laptop is aangetroffen. Daarbij laat de rechter-commissaris nog meewegen dat de inhoud van de werkcomputer van de geheimhouder kennelijk toegankelijk was voor derden, in elk geval voor de zoon van de geheimhouder en dat de geheimhouder ook overigens geen maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat geheim te houden informatie die zich op de laptop bevond ter kennis kon komen van derden. De rechter-commissaris heeft beslist: dat de door geheimhoudermedewerker op 31 augustus 2023 definitief gemaakte selectie van informatie van de in beslag genomen laptop ter beschikking wordt gesteld aan het onderzoeksteam en dat deze terbeschikkingstelling eerst plaatsvindt zodra onderhavige beslissing onherroepelijk is geworden en dat tot die tijd door het onderzoeksteam geen kennis mag worden genomen van de geselecteerde informatie en dat, mocht onverhoopt tijdens het onderzoek nog een stukje geheimhouderinformatie worden aangetroffen (hetzij van medische hetzij van juridische aard), deze informatie niet door het onderzoeksteam mag worden gelezen en alsnog moet worden uitgegrijsd. 3Procedure bij de raadkamer Op 26 oktober 2023 heeft de klager op grond van artikel 98, vierde lid, juncto artikel 552a Sv tegen deze beschikking een klaagschrift ingediend. De officier van justitie mr. M. van den Berg (de geheimhouderofficier van justitie in deze zaak) heeft bij e-mail van 11 januari 2024 schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt. Bij e-mail van 15 januari 2024 heeft hij dit standpunt aangevuld, onder verwijzing naar een daarbij gevoegde e-mail van diezelfde datum van de geheimhoudermedewerker. De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van de e-mail van de officier van justitie van 19 januari 2024 aan de klager, waarin de gang van zaken met betrekking tot het contact van de officier van justitie met de geheimhoudermedewerker en de reactie daarop van de rechter-commissaris is beschreven. Het klaagschrift is op 25 januari 2024 door de meervoudige raadkamer behandeld. Op grond van een daartoe door de raadkamer gegeven bevel als bedoeld in artikel 22, tweede lid, Sv, heeft de behandeling plaatsgevonden met gesloten deuren. De officier van justitie en de klager zijn gehoord. 4Standpunt klager Het klaagschrift strekt tot gegrondverklaring van het beklag en vernietiging van de beschikking van de rechter-commissaris. Daartoe is het volgende aangevoerd. Het belang van het verschoningsrecht dient te prevaleren boven het onderzoeksbelang. In de thans gemaakte selectie van informatie op de in beslag genomen laptop kan zich nog steeds geheimhouderinformatie bevinden. Ook de rechter-commissaris stelt vast dat dit niet kan worden uitgesloten. Hij laat het ten onrechte aan het onderzoeksteam over om eventueel nog aanwezige geheimhouderinformatie in de dataset uit te grijzen. Daarbij heeft hij bepaald dat het onderzoeksteam de geheimhouderinformatie na het aantreffen daarvan niet mag lezen. De klager kan die redenering niet volgen, omdat het onderzoeksteam de informatie na verstrekking daarvan eerst gaat lezen en pas tijdens het lezen daarvan kan vaststellen dat zich hierin eventueel geheimhouderinformatie bevindt die moet worden uitgegrijsd. Het verschoningsrecht hoeft in de zaak ook niet te wijken voor het onderzoeksbelang en vice versa. De verdenking heeft alleen betrekking op de periode vanaf 1 januari 2022 en in die periode heeft de klager geen advocaat-werkzaamheden verricht op de laptop. De klager heeft geen bezwaar tegen verstrekking van de gegevens, voor zover alle gegevens over de periode vóór 1 januari 2022 verwijderd worden. Op deze wijze is gegarandeerd dat informatie die valt onder zijn verschoningsrecht niet aan het onderzoeksteam ter beschikking wordt gesteld. Ook de Deken van de Orde van Advocaten acht dat de enige werkbare oplossing. De klager betwist de stelling van de officier van justitie dat met betrekking tot de verwijderde bestanden niet kan worden achterhaald wanneer deze zijn aangemaakt en dat het voorstel van de klager daarom niet uitvoerbaar is. Ten aanzien van de niet-verwijderde bestanden is duidelijk wanneer deze zijn aangemaakt, zodat in ieder geval voor dat deel van de selectie de bestanden van voor 1 januari 2022 kunnen worden verwijderd. De rechter-commissaris heeft in zijn oordeel dat de klager ten aanzien van de overgebleven selectie geen beroep meer toekomt op zijn verschoningsrecht ten onrechte meegewogen dat de inhoud van zijn werkcomputer toegankelijk zou zijn geweest voor derden, in elk geval voor zijn zoon, en dat de klager geen maatregelen zou hebben getroffen om te voorkomen dat geheim te houden informatie op de laptop ter kennis kon komen van derden. De klager betwist dat anderen dan de klager toegang hadden tot de geheimhouderinformatie op de laptop en dat deze informatie niet was afgeschermd. De rechter-commissaris baseert zijn opmerking op de bevindingen van de geheimhoudermedewerker in het door hem opgemaakte proces-verbaal, maar uit zijn mondeling aan de klager gegeven nadere uitleg blijkt dat deze conclusie onjuist is, althans nuance behoeft. De klager heeft naar aanleiding van het proces-verbaal contact opgenomen met de geheimhoudermedewerker. Deze heeft toen gezegd dat voor een ICT-leek sprake lijkt te zijn van drie aparte accounts die elk alleen voor de betreffende gebruiker toegankelijk zijn, maar dat een digitaal expert die de computer extern uitleest de beschikking heeft over alle gegevens. Apple-computers kennen, anders dan Windows-computers, geen ordening van gebruikersaccounts, zodat na extern uitlezen alles op één grote hoop belandt. Uit deze uitleg volgt dat de accounts op de laptop niet voor eenieder toegankelijk waren. De accounts van de klager waren enkel voor hem toegankelijk en het account van zijn zoon was enkel voor zijn zoon toegankelijk. De klager heeft dit daarna besproken met de rechter-commissaris, die toen heeft aangegeven de toegankelijkheid voor derden niet van belang te vinden voor de verdere beoordeling. Hij heeft deze overweging echter vervolgens toch betrokken in de onderbouwing van zijn oordeel. 5Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beklag. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Blijkens de aangifte is het contact tussen de aangeefster en de verdachte pas na 1 januari 2022 tot stand gekomen. De strafbare feiten waar het onderzoek op ziet dateren dus van na die datum. Het strafvorderlijk belang verzet zich niet tegen uitsluiting van de gegevens van voor 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.