Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10.965074.21 Datum uitspraak: 19 maart 2024 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen, ten tijde van het onderzoek uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] , raadsman mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat te Amsterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 29 en 30 januari, 5 februari en 5 maart 2024. Het onderzoek is gesloten op de terechtzitting van 5 maart 2024. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officieren van justitie mrs. S. Kubicz en C. Goedegebuure hebben gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest; opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. 4Waardering van het bewijs 4.1. Standpunten van de verdediging Namens de verdachte is betoogd dat hij niet de gebruiker is geweest van het Anom-account met de bijnaam ‘ [bijnaam] ’. In het geval de door dit account gevoerde Anom-communicatie voor het bewijs zal worden gebezigd, is door de verdediging het voorwaardelijk verzoek gedaan om de door dat account verstuurde voicenotes door een spraakdeskundige te laten onderzoeken en de twee medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] als getuigen te horen. Voorts is aangevoerd dat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, omdat niet zonder meer vastgesteld kan worden dat in de woning aan [adres 1] cocaïne geproduceerd is. Voor zover uit de bewijsmiddelen blijkt van voorbereidingshandelingen tot de productie van cocaïne, is het volgens de verdediging de vraag of daaruit de opzet van de verdachte op die productie kan worden gedestilleerd. Voor het overige heeft de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. 4.2. Oordeel van de rechtbank Beslissing op het voorwaardelijk verzoek Het verzoek van de verdediging om nader onderzoek te verrichten zal worden afgewezen. De door de verdediging genoemde voicenotes zullen niet bijdragen aan de bewijsbeslissing en het verzoek is voor het overige onvoldoende onderbouwd. Ook overigens is de rechtbank niet de noodzaak voor het verrichten van nader onderzoek zoals is verzocht, gebleken. Het verweer dat de verdachte niet de gebruiker is geweest van het Anom-account met de bijnaam [bijnaam] , vindt zijn weerlegging in de inhoud van de bewijsmiddelen. Het onder 1 en 2 ten laste gelegde Op 25 mei 2021 is de politie binnengetreden in de woning aan [adres 1] (hierna: de woning). Deze woning bleek te zijn ingericht als cocaïnewasserij en werd gebruikt voor het bewerken c.q. verwerken van cocaïnebase tot snuifbare cocaïne in poedervorm – zogenaamde cocaïne hydrochloride (hierna: cocaïne HCL) – met behulp van de aanwezige goederen (waaronder een persmal, droogapparaten, vaten, stokken, maatbekers en emmers) en grote hoeveelheden chemicaliën (wasbenzine, ethylacetaat, methylethylketon, zwavelzuur en zoutzuur). In de woning werd bijna zes kilogram cocaïnebase en (in totaal) 12,7 kilogram cocaïne HCL aangetroffen. Anders dan door de verdediging betoogd, is wettig en overtuigend bewezen dat in de woning ook daadwerkelijk cocaïne is geproduceerd. Immers, cocaïne HCL is als bezinksel en als vochtig wit poeder aangetroffen. Aldus is cocaïne aangetroffen dat onderdeel was van het aanwezige productieproces. Dit leidt tot de conclusie dat in de woning cocaïne is bewerkt en/of verwerkt. Voorts zijn met het aanwezig hebben van de daarvoor benodigde goederen en chemicaliën in de woning voorbereidingshandelingen getroffen voor het bewerken en/of verwerken van (meer) cocaïne. Dat ook de verdachte hierbij betrokken is geweest – niet alleen bij de onder 1 ten laste gelegde productie en het aanwezig hebben van cocaïne maar ook bij de onder 2 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen daartoe – en dat zijn opzet daar ook op gericht was volgt allereerst uit de omstandigheid dat de verdachte op de dag van het aantreffen van de cocaïnewasserij door de politie samen met drie medeverdachten ter plaatse is aangehouden, nadat hij via het balkon van de woning eerst naar het dak van het complex was geklommen om zich vervolgens via diverse balkons omlaag te laten zakken en via een andere woning de straat op te vluchten. De rechtbank stelt voorop dat het niet aannemelijk is dat willekeurige personen werden toegelaten in de woning, onder andere gelet op de hoeveelheid aangetroffen cocaïne, de straatwaarde die dat vertegenwoordigt en gelet op het risico van ontdekking door politie en justitie en/of verraad binnen het criminele milieu. Personen die in de woning aanwezig zijn geweest zullen dan ook een rol bij de daar aangetroffen cocaïnewasserij hebben vervuld. De verdachte heeft bekend de nacht vóór zijn aanhouding aanwezig te zijn geweest in de woning. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte al eerder dan de nacht van 24 op 25 mei 2021 in de woning aanwezig is geweest en daar ook daadwerkelijk een wezenlijke rol heeft vervuld. Zo is de verdachte al op 20 mei 2021 te zien op camerabeelden van de centrale hal en toegangsdeur tot het appartementencomplex waar de woning toe behoort. De verdachte is te zien in (onder andere) het gezelschap van de medeverdachte [medeverdachte 2] . Deze [medeverdachte 2] gaat eerst het appartementencomplex in, in gezelschap van onder andere een vrouw, en opent kort daarna de centrale toegangsdeur voor de verdachte. Deze gang van zaken stemt overeen met hetgeen de getuige [getuige] bij de politie heeft verklaard. Uit haar verklaring volgt dat zij op die dag als huurbemiddelaar bij de woning is geweest voor een ontmoeting met de (nieuwe) huurders, een man en een vrouw. Er was nog een man bij, die later ook boven in de woning kwam. Aldus is het de verdachte geweest die samen met [medeverdachte 2] de woning heeft bezichtigd om het te gaan huren. Dit stemt ook overeen met berichten die de verdachte die dag in de ochtend via Anom heeft verstuurd onder de nickname ‘ [bijnaam] ’, inhoudende dat hij gaat verhuizen, dat hij rond half 2 de flat gaat bekijken en dat hij laat weten of hij de flat neemt. Uit de bewijsmiddelen volgt voorts dat de verdachte ook verder bij de huur en de ingebruikname van de woning betrokken is geweest. Zo heeft de verdachte de volgende dag, op 21 mei 2021, via Anom-berichten aan een contact laten weten dat hij alles in dozen aan het doen is en dat ‘de jongen’ om 12.30 uur een afspraak heeft met de eigenaar van de flat. Rond dit door de verdachte genoemde tijdstip is op camerabeelden van het appartementencomplex te zien dat [medeverdachte 2] in gezelschap van een vrouw het appartementencomplex in gaat. Uit de verklaring van de verhuurder van de woning, de medeverdachte [medeverdachte 3] , volgt dat hij die dag in de woning een ontmoeting had met de man en vrouw die het appartement wilden huren, waarbij de sleutels aan de nieuwe huurders zijn gegeven. In de avond van 21 mei 2021 stuurt de verdachte via Anom een bericht dat hij de sleutels heeft en verstuurt hij een foto van het adres [adres 2] . Dit is het adres van een kinderopvang die is gelegen op de begane grond van het complex waar ook de woning in is gevestigd. In de ochtend van 22 mei 2021 bericht de medeverdachte [medeverdachte 4] via Anom aan de verdachte dat de chauffeur er om 08.00 uur is en vraagt of ‘ [naam] de str is’, waarop de verdachte bevestigend reageert. Om 08.09 uur bericht [medeverdachte 4] aan de verdachte dat ‘hij’ er staat met een witte bus. Op camerabeelden van het appartementencomplex is rond dat tijdstip te zien dat een witte Renault Master is aan komen rijden bij het appartementencomplex en dat vanuit deze bestelbus door onder andere [medeverdachte 2] een flinke hoeveelheid bruine dozen wordt uitgeladen en met behulp van een gele transportkar de lift van het appartementencomplex in wordt gereden. Naderhand loopt een van de verdachten weg met de lege gele transportkar. Juist op dat moment hebben de verdachte en [medeverdachte 4] via Anom contact over ‘het gele karretje’. De verdachte heeft dus via [medeverdachte 2] de sleutels van de woning op 21 mei 2021 in zijn bezit gekregen om daar naartoe te gaan verhuizen, waarna op 22 mei 2021 op aanwijzing van en in overleg met de verdachte door onder meer [medeverdachte 2] goederen naar de woning worden gebracht. Ondertussen bericht de verdachte op 21 mei 2021 via Anom dat er een grotere opslagplaats wordt gehuurd. Uit informatie van [naam bedrijf] volgt dat de medeverdachte [medeverdachte 2] op 17 mei een grotere opslagbox bij een opslaglocatie van dit bedrijf in [plaats] heeft gehuurd, opslagbox [nummer] . Op camerabeelden van deze opslaglocatie is te zien dat de verdachte samen met [medeverdachte 2] in de middag van 21 mei 2021 op deze opslaglocatie is geweest, waar zij onder andere (verhuis)dozen en in blauw en zwart plastic verpakte goederen hebben verplaatst. Op 28 mei 2021 zijn in opslagbox [nummer] onder andere een persmal en verhuisdozen aangetroffen. In de verhuisdozen zaten vaten, die na onderzoek chemicaliën als zoutzuur, ethylacetaat en methylethylketon bleken te bevatten en die nagenoeg identiek waren aan de vaten die zijn aangetroffen in de woning. Dit leidt tot de conclusie dat de verdachte samen met [medeverdachte 2] goederen en chemicaliën heeft opgeslagen in een [naam bedrijf] opslagbox elders in [plaats] die bestemd zijn om te worden gebruikt bij de verwerking van cocaïne. Dat de verdachte actief is geweest in de aangetroffen cocaïnewasserij volgt, naast zijn aanwezigheid daar op 25 mei 2021, onder meer uit het gegeven dat er meerdere vingerafdrukken van de verdachte zijn aangetroffen op een mal van papier en plastic voor een (cocaïne)pers die in de woning stond. Ten slotte dragen aan het bewijs voor de actieve betrokkenheid van de verdachte aan de cocaïnewasserij in de woning bij de door de verdachte in dezelfde periode via Anom verstuurde berichten die zien op bij de verwerking van cocaïne gebruikte chemicaliën. Zo bericht de verdachte op 21 mei 2021 dat hij nog ‘hexaan’ en ‘mek’ nodig heeft en stuurt hij enige tijd later via Anom een foto van ‘de ethyl’. Aldus heeft de verdachte op 20 mei 2021 ten behoeve van de huur de woning bekeken, en heeft hij op 21 mei 2021 via de verdachte [medeverdachte 2] de sleutels van de woning ontvangen. Diezelfde dag heeft hij via Anom een bericht verstuurd dat hij chemicaliën, die bij de verwerking van cocaïne worden gebruikt, nodig heeft en heeft hij samen met de verdachte [medeverdachte 2] dit soort chemicaliën samen met andere goederen die bij de verwerking of productie van cocaïne worden gebruikt, opgeslagen in een opslaglocatie in [plaats] . Een dag later heeft de verdachte met de verdachte [medeverdachte 4] contact gehad zodat goederen in dozen door onder meer [medeverdachte 2] bij de woning konden worden gebracht. Tenslotte zijn vingerafdrukken van de verdachte in een mal van een (cocaïne)pers in de woning aangetroffen. Dit alles leidt tot de conclusie dat de verdachte, samen met anderen, actief betrokken is geweest bij de cocaïnewasserij die in de woning is aangetroffen. Daarmee kan wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen cocaïne heeft bereid, verwerkt en aanwezig heeft gehad en daartoe ook voorbereidingshandelingen heeft gepleegd. De verweren worden verworpen. 4.3. Conclusie Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan, kort gezegd, het medeplegen van het bewerken en/of verwerken en/of aanwezig hebben van cocaïne en de voorbereidingshandelingen daartoe. 4.4. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 en laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 1. hij in de periode van 19 mei 2021 tot en met 25 mei 2021 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, in een woning aan [adres 1] heeft bewerkt en/of verwerkt, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne bestaande uit: -1538 gram cocaïne in poedervorm en --11,2 kilogram cocaïne in poedervorm nog te extraheren uit oplosmiddel, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst Ien opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne bestaande uit: -5944 gram cocaïne base zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. 2. hij in de periode van 19 mei 2021 tot en met 25 mei 2021 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk , bewerken en/of verwerken van cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I , voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.