Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/035327-22 Uitspraakdatum: 2 april 2024 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1] ( [postcode] ) te [woonplaats] , bijgestaan door mr. B.V. Rafaela, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 4 en 7 maart en 2 april
- 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. 3Eis officieren van justitie De officieren van justitie mr. E.M. Blanken en mr. W.D. van den Berg hebben gevorderd: vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde; bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, alsmede tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. 4Waardering van het bewijs Vrijspraak feit 1 De verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij zich op 12 januari 2022 als medepleger schuldig heeft gemaakt aan een poging tot beschadiging van een gebouw, door met een vuurwapen te schieten op het pand van [horecagelegenheid] in Venlo. Subsidiair wordt hem verweten dat hij hieraan medeplichtig is geweest. Vast staat dat de verdachte met medeverdachte [medeverdachte] in de nacht van 12 januari 2022 met de auto naar Venlo is gereden. De verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte] in Venlo is uitgestapt en even is weggeweest. In de telefoon van [medeverdachte] is een op 12 januari 2022, om 06:14:38 uur, gemaakt filmpje aangetroffen waarop te zien is dat een gehandschoende hand een op een vuurwapen gelijkend voorwerp vasthoudt. Het voorwerp wordt gericht op een winkelpand. De trekker wordt vier keer overgehaald, maar er klinken geen schoten en er zijn ook geen inslagen zichtbaar. Opnieuw wordt in de richting van het pand gericht en de trekker wordt vervolgens nog tweemaal overgehaald, wederom klinken er geen schoten en zijn geen inslagen zichtbaar. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit het pand betreft waarin [horecagelegenheid] gevestigd is, aan de [adres 2] in Venlo. De rechtbank komt op grond van de onderzoeksbevindingen tot de conclusie dat het aangetroffen filmpje is gemaakt door [medeverdachte] en dat zijn hand zichtbaar is op de beelden. Naar het oordeel van de rechtbank staat echter onvoldoende vast dat het voorwerp dat [medeverdachte] in dit filmpje in zijn hand heeft, een vuurwapen is zoals ten laste is gelegd. Uit de beelden kan dit niet met voldoende zekerheid worden opgemaakt en van enig forensisch bewijs is geen sprake. Dit betekent dat de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen acht dat sprake is van een poging tot beschadiging door met een vuurwapen te schieten op het pand waarin [horecagelegenheid] is gevestigd. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het primair en subsidiair aan hem ten laste gelegde. Vrijspraak feit 2 De rechtbank is, met de officieren van justitie en de verdediging, van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 5Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. M.V. Scheffers, voorzitter, mr. L.J.M. Janssen en mr. P.C. Tuinenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Ince, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 2 april
- Bijlage Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1 hij op of omstreeks 12 januari 2022 te Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw aan/nabij de [adres 2] , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te vernielen en/of te beschadigen en/of onbruikbaar te maken een vuurwapen op dat gebouw heeft gericht en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 12 januari 2022 te Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen voorgenomen misdrijf om opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw aan/nabij de [adres 2] , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen, te vernielen en/of te beschadigen en/of onbruikbaar te maken een vuurwapen op dat gebouw heeft gericht en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 januari 2022 te Venlo en/of Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen te vervoeren naar en/of vanaf de plaats van het misdrijf en/of een auto ter beschikking te stellen. 2 hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2022 tot en met 12 januari 2022 te Venlo en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II en/of Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet, voorhanden heeft gehad.