← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:2783

vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/631379 / HA ZA 22-2 Vonnis van 13 maart 2024 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht XIAMEN SUNCARE MEDICAL DEVICE LTD., gevestigd te Xiamen, China, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. A.P. van Stralen te Utrecht, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BUNNIK CREATIONS B.V., gevestigd te Bleiswijk, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. J.A.J. Werner te Rotterdam. Partijen worden hierna Xiamen en Bunnik genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 20 september 2023 (hierna: het tussenvonnis) en de daarin vermelde stukken; de akte uitlaten van Bunnik, met producties; de conclusie van antwoord na akte uitlaten van Xiamen; de akte uitlaten van Bunnik. 1.
  2. Vervolgens is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling in conventie en in reconventie Samenvatting van het tussenvonnis 2.
  3. In het tussenvonnis is geoordeeld dat de door Xiamen aan Bunnik geleverde KN95-maskers alleen hoeven te voldoen aan de (Chinese) GB2626-norm en niet aan de (Europese) EN149-norm. 2.
  4. Bunnik is toegelaten te bewijzen dat de door Xiamen geleverde KN95-maskers niet voldoen aan de GB2626-norm. Daarbij is geoordeeld dat de rechtbank aan de hand van de testrapporten van Mensura en IFA niet kan vaststellen of aan de GB2626-norm is voldaan, omdat Mensura en IFA niet hebben getoetst aan de GB2626-norm, maar aan de EN149-norm. Bovendien staat, gelet op de betwisting daarvan door Xiamen, niet vast dat Mensura een KN95-masker van Xiamen heeft getest. Het LOT-nummer op pagina 3 van het rapport van Mensura, waaruit zou moeten blijken dat het geteste masker van Xiamen afkomstig is, is niet (goed) leesbaar. Het bewijsaanbod van Bunnik en de reactie daarop van Xiamen 2.
  5. Bunnik heeft aangeboden om als volgt bewijs te leveren:
  6. door overlegging van een schriftelijke verklaring van Mensura en door het als getuigen doen horen van medewerkers van Mensura, met betrekking tot de volgende vragen: welk LOT-nummer is vermeld op bladzijde 3 van het testrapport van Mensura en waaruit blijkt dat het testrapport van Mensura betrekking heeft op de door Xiamen aan Bunnik geleverde mondneusmaskers;
  7. door overlegging van een schriftelijke verklaring en/of onderzoeksrapport van Mensura, of van een ander laboratorium, of van een andere deskundige, en door het als getuigen doen horen van medewerkers daarvan, met betrekking tot de volgende vragen/ verzoeken: of op basis van de bevindingen in de testrapporten van Mensura en IFA kan worden vastgesteld dat de door Xiamen aan Bunnik geleverde mondneusmaskers niet aan de GB2626-norm voor KN95-mondneusmaskers voldoen en zo niet, om op basis van (nieuw) onderzoek van (steekproefsgewijs genomen samples van) de door Xiamen aan Bunnik geleverde mondneusmaskers te beoordelen of deze maskers wel of niet aan de GB2626-norm voor KN95-mondneusmaskers voldoen. 2.
  8. Bunnik heeft voorgesteld om eerst de onder 1 en 2a bedoelde schriftelijke verklaringen te verzamelen en over te leggen. Pas als het vereiste bewijs met die verklaringen niet geleverd zou worden, wil Bunnik in de gelegenheid worden gesteld om ook een verklaring en/of rapport als bedoeld onder 2b op te laten stellen en over te leggen en de onder 1 en 2 bedoelde getuigen te laten horen. Volgens Bunnik kunnen op die manier onnodig tijdsverlies en onnodige kosten mogelijk worden voorkomen. 2.
  9. Xiamen heeft verzocht bewijslevering als bedoeld onder 2a toe te staan en het bewijsaanbod voor het overige af te wijzen. Volgens Xiamen heeft het bewijsaanbod onder 1 en 2b geen betrekking op de door de rechtbank geformuleerde bewijslast. Wat betreft het bewijsaanbod onder 2b heeft Xiamen verder aangevoerd dat de maskers een houdbaarheidstermijn van drie jaar hebben (na mei 2020) en dat het daarom zinloos zou zijn om de maskers nog eens te testen. Bunnik heeft dat betwist. Het oordeel van de rechtbank 2.
  10. Uitgangspunt is dat een partij die tot bewijslevering wordt toegelaten zelf mag bepalen of en zo ja, hoe zij bewijs wil leveren. De rechtbank zal Bunnik toestaan om bewijs te leveren op de door haar aangeboden wijze. De rechtbank begrijpt dat Bunnik om praktische en proceseconomische redenen eerst de onder 1 en 2a bedoelde schriftelijke verklaringen in het geding wil brengen. De rechtbank ziet daartegen geen bezwaar. In een later stadium van de procedure kan eventueel het overige aangeboden bewijs aan de orde komen. Gelet hierop zal de rechtbank nu nog niet ingaan op het argument van Xiamen dat nieuw onderzoek geen zin meer heeft omdat de houdbaarheidstermijn van de mondmaskers inmiddels is verstreken. 2.
  11. Het bewijsaanbod onder 1 gaat de bewijsopdracht niet te buiten. Bunnik heeft aangeboden om aan de hand van (onder andere) het rapport van Mensura te bewijzen dat de door Xiamen geleverde maskers niet aan de GB2626-norm voldoen. Omdat Xiamen heeft betwist dat Mensura een door haar geleverd KN95-masker heeft getest, dient (eerst) vast te komen staan dat het door Mensura geteste masker van Xiamen afkomstig is. Het LOT-nummer op pagina 3 van het rapport van Mensura is ook op de door Bunnik bij haar akte uitlaten overgelegde (deels uitvergrote) kleurenkopieën van het Mensura-rapport niet (goed) leesbaar. 2.
  12. Over het bewijsaanbod onder 2a merkt de rechtbank het volgende op. In het tussenvonnis heeft de rechtbank partijen in overweging gegeven om met elkaar te bespreken of zij het erover eens kunnen worden welke deskundige kan worden gevraagd te beoordelen of uit de rapporten van Mensura en IFA is af te leiden of de KN95-maskers van Xiamen voldoen aan de GB2626-norm. De rechtbank begrijpt dat dit overleg nog niet heeft plaatsgevonden en geeft partijen in overweging om dit alsnog te doen, met als inzet dat aanvullend (tegen)onderzoek achterwege kan blijven. 2.
  13. De zaak zal worden verwezen naar de in de beslissing genoemde rolzitting om Bunnik in de gelegenheid te stellen de schriftelijke verklaringen als in 2.3 onder 1 en 2a bedoeld in het geding te brengen. 2.
  14. Daarna mag Xiamen een antwoordconclusie nemen. 2.
  15. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De rechtbank in conventie en in reconventie 3.
  16. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 10 april 2024 voor het nemen van een akte door Bunnik over wat is vermeld onder 2.9; 3.
  17. bepaalt dat Xiamen vier weken nadat Bunnik de onder 3.1 bedoelde akte heeft genomen een antwoordakte mag nemen; 3.
  18. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Schuiling, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart
  19. 1977/3194

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.