← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:2888

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 10792190 VZ VERZ 23-9777 datum uitspraak: 5 april 2024 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van [persoon A] , woonplaats: [woonplaats] , verzoeker, verweerder in het tegenverzoek, gemachtigde: mr. J. Marges, tegen Sirini Data & Elektra B.V., vestigingsplaats: Hoogvliet, gemeente Rotterdam, verweerster, verzoekster in het tegenverzoek, vertegenwoordigd door: mr. S. Sirini. De partijen worden ‘Werknemer’ en ‘Werkgever’ genoemd. 1De beoordeling Het verzoek: aanzegvergoeding 1.

  1. De kantonrechter blijft bij al wat zij heeft overwogen in de tussenbeschikking van 15 februari jl. In deze beschikking is geoordeeld dat Werkgever de aanzegvergoeding van € 3.218,90 bruto in beginsel verschuldigd is. Of Werkgever de aanzegvergoeding moet uitbetalen aan Werknemer is verbonden aan het lot van het tegenverzoek van Werkgever tot betaling van een schadevergoeding. Het tegenverzoek: schadevergoeding 1.
  2. Werkgever verzoekt Werknemer te veroordelen om een schadevergoeding te betalen, omdat Werknemer zich volgens Werkgever schuldig heeft gemaakt aan diefstal/verduistering van bedrijfsmiddelen. Werkgever is in de tussenbeschikking in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat Werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan de gestelde diefstal/verduistering. Werkgever heeft echter niet meer gereageerd en dus ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om binnen één maand te laten weten hoe hij dit bewijs wil leveren. 1.
  3. Bij deze stand van zaken staat niet vast en zal ook niet komen vast te staan dat Werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal/verduistering van bedrijfsmiddelen. Er is dan ook geen grond om Werknemer te veroordelen tot betaling van schadevergoeding. Daarom wordt het tegenverzoek afgewezen. 1.
  4. Dit betekent dat Werkgever zal worden veroordeeld om de aanzegvergoeding aan Werknemer te betalen, dus € 3.218,90 bruto, met rente vanaf 12 september
  5. Proceskosten 1.
  6. Werkgever moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Werknemer vast op € 244,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 922,-. Voor het verweer tegen het tegenverzoek is geen extra salaris toegekend, omdat geen schriftelijk verweer is gevoerd. Hier kan nog een bedrag bijkomen als deze beschikking wordt betekend. Uitvoerbaarheid bij voorraad 1.
  7. Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). 2De beslissing De kantonrechter: 2.
  8. veroordeelt Werkgever tot betaling aan Werknemer van € 3.218,90 bruto aan aanzegvergoeding, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 12 september 2023 tot de dag dat volledig is betaald; 2.
  9. veroordeelt Werkgever in de proceskosten, die aan de kant van Werknemer worden vastgesteld op € 922,-; 2.
  10. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 2.
  11. wijst al het andere af. Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken. 465

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.