Rechtbank Rotterdam Team insolventie toepassing schuldsaneringsregeling insolventienummer: [nummer] uitspraakdatum: 21 maart 2024 [verzoeker] , [adres 1], [woonplaats], verzoeker. 1De procedure Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ter zitting van 14 maart 2024 zijn verschenen en gehoord: verzoeker; de heer H. Bossenbroek, schuldhulpverlener werkzaam bij Van Korlaar B.V.; de heer M. Damcewicz, beschermingsbewindvoerder werkzaam bij Van Korlaar B.V.; Op 14 en 15 maart 2024 heeft schuldhulpverlening aanvullende stukken aangeleverd. De uitspraak is bepaald op heden. 2De beoordeling Toelating tot de schuldsaneringsregeling Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoeker zal daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Ingangsdatum looptijd van de schuldsaneringsregeling Ten aanzien van de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt. Verzoeker heeft een verzoek gedaan om een eerdere ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling met vijf maandan. Dit verzoek wordt toegewezen. In dit geval is verzoeker namelijk vijf maanden voor de uitspraak van vandaag begonnen met aflossen. Schuldhulpverlening heeft gedurende die periode gecontroleerd of verzoeker de verplichting om fulltime te werken en de verplichting om inkomsten boven het vrij te laten bedrag af te dragen heeft nageleefd. De rechtbank stelt vast dat dit op de juiste wijze is gedaan en stelt daarom de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke regeling vast op 21 oktober
- Bevoegdheid rechtbank De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt. 3De beslissing De rechtbank: - spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] te Curaçao (Nederlandse Antillen), wonende te [adres 1]; [bedrijf] gevestigd [adres 2]; - stelt de termijn van de regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 21 oktober 2023, waardoor deze termijn eindigt op 21 april 2025; - bepaalt dat vanaf de datum van dit vonnis: de inspanningsverplichting/sollicitatieverplichting nog gedurende dertien maanden van toepassing blijft; de afdrachtverplichting van inkomsten boven het vrij te laten bedrag nog gedurende dertien maanden van toepassing blijft; de overige verplichtingen onverkort van toepassing blijven; - benoemt tot rechter-commissaris mr. B.A. Cnossen en tot bewindvoerder R.I. de Jong, gevestigd te [postadres] ; - kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/14e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting; - geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen. Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van L.M. Heinis, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 maart
- Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.