Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 23/2978 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 april 2024 in de zaak tussen [eiseres], te [plaats], eiseres, (gemachtigde: F.G. Smolenaers), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder, (gemachtigde: mr. A.F. Kabiri). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen twee boetes van in totaal € 3.000,- voor overtredingen van de Wet dieren. Met het besluit van 10 februari 2023 heeft verweerder eiseres de boete opgelegd. 1.1. Met het bestreden besluit van 31 maart 2023 op het bezwaar van eiseres heeft verweerder de boetes gehandhaafd. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft schriftelijk gereageerd. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 28 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de vennoten van eiseres (waaronder haar gemachtigde) en de gemachtigde van verweerder. Totstandkoming van het besluit 2. Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op het rapport van bevindingen dat op 30 juni 2022 is opgemaakt door een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De toezichthouder schrijft in het rapport over zijn bevindingen op 16 december 2021 onder meer het volgende. “Tijdens mijn regulier toezicht bevond ik mij rond 09:45 uur in de aanvoerhal van Plukon Dedemsvaart B.V., waar ik de geloste containers met kuikens controleerde. Ik zag dat voorop de rijen van de geloste containers de bordjes van de wagennummers met volgnummers 15 en 16 hingen. Op de daglijst vervoer zag ik vermeld staan, dat deze wagens kuikens hadden vervoerd die afkomstig waren van [eiseres] uit [plaats]. Aan de hand van de weegbonnen en laadbonnen, met name laadbon 102648, stelde ik vast dat er niet was geladen zoals vermeld op de daglijst vervoer; de wagens waren niet, zoals vermeld op de daglijst vervoer, geladen met kuikens uit stal 2, maar met kuikens uit stal 1 (zie daglijst vervoer, weegbonnen en laadbon 102648). Ik zag in het merendeel van de containers van de wagens met volgnummers 15 en 16 dat er vele lades erg vol waren met kuikens in vergelijking met de andere ook al redelijk volle lades in deze containers. Verder zag ik in de erg volle lades dat de kuikens die al dicht op elkaar zaten ook nog eens extreem aan het hijgen waren en de kop naar buiten staken van warmte/benauwdheid en meer onrust vertoonden dan de kuikens in de minder volle lades in deze containers (zie foto's 1 t/m 18 en filmpje 1). Ik heb de chef aanvoer dit voorval gemeld. De chef aanvoer vertelde mij dat de overbelading hem ook al opgevallen was. Ik heb bij hem de laad- en weegbonnen opgevraagd, alsook de weegbonnen van de wagens met volgnummers 15 en 16 bij de pluimveehouder (zie bijlagen laad- en weegbonnen). Later, rond 10:15 uur, zag ik ook de wagen met volgnummer 17. Aan de hand van de daglijst vervoer en de weegbon van wagen met volgnummer 17 stelde ik vast dat deze wagen eveneens geladen was met kuikens afkomstig uit stal 1 van [eiseres] (zie bijlagen daglijst vervoer en weegbon wagen met volgnummer 17). Ik zag dat op de wagen met volgnummer 17, 20 volle en 4 volledig lege containers aanwezig waren. Op deze (laatste) wagen was nog ruimte geweest voor kuikens. Aan de hand van de laad- en weegbonnen stelde ik vast dat alle vrachtwagens van stal 1 van [eiseres] overbeladen waren (zie bijlage laad- en weegbonnen). In onderstaande tabel staat per kenteken, nummer laadbon, stalnummer, netto gewicht wagen bij pluimveehouder / slachthuis en het % overbelading vermeld. Kenteken + volgnummer wagen Laadbon Stal Netto gewicht bij pluimvee houder % Over-belading Netto gewicht bij slachthuis % Over- belading [kenteken] Nr. 14 102644 1+2 16.360 1,45 16.260 0,84 [kenteken] Nr. 15 102645 1 17.140 5,93 16.940 4,82 [kenteken] Nr. 16 102646 1 16.960 4,93 16.660 3,22 [kenteken] Nr. 17 102648 1 13.620 2,16 13.440 0,03 Alle in de tabel genoemde vrachtwagens maakten gebruik van z.g. Stork-containers. Er zijn 8 lades per Stork-container en 24 Stork-containers per vrachtwagen. Er mag maximaal 84 kilo netto per lade van een Stork-container bij kuikens tussen de 1,6 en 3 kilo lichaamsgewicht geladen worden (zie Verordening (EG) nr. 1 /2005, Onderdeel E, hoofdstuk 7, Bijlage 1). Een volle vrachtwagen met 24 volle containers mag maximaal 16.123 kg wegen (zie berekening overbelading Nabuurs Plukon Goor; is hetzelfde voor Plukon Dedemsvaart B.V.). De vrachtwagens zaten dus op een overbelading tussen de 0,03 en 4,82 % bij weging bij het slachthuis en tussen de 1,45 en 5,93% bij weging bij de pluimveehouder (berekening a.d.h.v. bijlage berekening overbelading Nabuurs Plukon Goor, is hetzelfde als bij Plukon Dedemsvaart). De wagens met kentekens [kenteken] en [kenteken] waren volgens de norm die door de NVWA wordt gehanteerd overbeladen. Als voorbeeld de berekening van de overbelading van de zwaarste wagen. De netto lading van deze wagen met 24 volle containers, waarbij ik uitgegaan ben van de weegbonnen van het slachthuis, bedraagt 16.940 kg bij bak- en achterwagen; 2.579.712 / 16.940 = 152,29 cm²; 160-152,29 = 7,71 cm² te weinig oppervlakte per lade. 7,71 / 160 x 100 % = 4,82 % overbelading. De kuikens van stal 1 wogen gemiddeld 2,907 kg (= nettogewicht / aantal aanvoer = 58.034 / 19.966; zie KRASlijst NVWA). Het ruimtegebrek in de lades van de containers op de overbeladen wagens heeft onnodig lijden bij de kuikens veroorzaakt, omdat de kuikens door het ruimtegebrek het erg warm / benauwd hadden. Doordat de kuikens zichtbaar aan het hijgen waren, de koppen naar buiten staken en erg onrustig waren weet ik dat ze het erg benauwd en warm hadden. Dit is lijden. De pluimveehouder heeft de verantwoordelijkheid dat de in de lades van de containers geladen kuikens niet lijden ten gevolge van te weinig beschikbare vloeroppervlakte gelet op de grootte van de dieren. Hij heeft de gewichten per koppel aan de planning doorgegeven (2,950 kg, zie daglijst vervoer) waarop het aantal van 29 kuikens per lade is berekend (zie daglijst vervoer). Het gemiddeld gewicht van de kuikens van deze koppel was 2,907 kg (zie berekening hierboven). Op laadbonnen 102644 en 102646 staat vermeld dat er 30 kuikens per lade waren geladen (zie bijlagen laadbonnen). Wanneer het aantal kuikens per lade geladen waren volgens de planning was het tekort aan vloeroppervlakte en het daaruit voortkomende lijden niet ontstaan. Tijdens het vangen door de vangploeg (zie bijlage daglijst vervoer) zijn er in totaal teveel kuikens in de lades van de 24 containers per wagen van de vier wagens geladen, waardoor de kuikens te weinig beschikbare oppervlakte per kg lichaamsgewicht kregen. Hierdoor werd niet voorkomen dat de kuikens in de lades tijdens het verplaatsen lijden bespaard bleef en dat hun veiligheid was gegarandeerd, met als gevolg zeer veel benauwde kuikens in deze lades. De houder op de plaats van vertrek is hiervoor verantwoordelijk.” 3. Op grond van het rapport van bevindingen heeft verweerder vastgesteld dat eiseres twee beboetbare feiten heeft gepleegd, namelijk dat de dieren, gelet op hun grootte en op het voorgenomen transport, niet beschikten over voldoende vloeroppervlak en stahoogte in zowel vrachtwagen [kenteken] (beboetbaar feit 1) als in vrachtwagen [kenteken] (beboetbaar feit 2), terwijl het verboden is om dieren te laten vervoeren op zodanige wijze dat het de dieren letsel en onnodig lijden berokkent. Volgens verweerder heeft eiseres daarmee overtredingen begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 4.8 van de Regeling houders van dieren, en met artikel 3, aanhef en onder g, van de Transportverordening. Verweerder heeft eiseres daarvoor per feit (dus per vrachtwagen) een boete opgelegd van € 1.500,-, in totaal een boete van € 3.000,-. Beoordeling door de rechtbank 4. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiseres de beboetbare feiten heeft gepleegd en of verweerder daarvoor terecht een boete heeft gegeven. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 5. De rechtbank komt tot het oordeel dat de overtreding terecht is vastgesteld maar dat het beroep gegrond is omdat de boete wordt gematigd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft. 6. Eiseres vindt dat zij ten onrechte is beboet. Zij wijst erop dat zij een boete heeft gekregen van € 3.000,- voor iets waar zij geen invloed op heeft gehad. Bovendien heeft zij pas meer dan een jaar na de constatering vernomen dat zij beboet werd. Een telefoontje naar eiseres, direct na de constatering, en een waarschuwing zou veel meer effect hebben gehad dan deze boete, zo stelt zij. Eiseres weet niet wat zij fout heeft gedaan. De slachterij maakt namelijk de planning en geeft aan eiseres door hoeveel kippen er per container geladen moeten worden. Eiseres heeft daartoe het aantal kuikens per stal en het geschatte gewicht doorgegeven aan de slachterij. Die heeft vervolgens aangegeven dat er 29 kuikens per lade en 5.568 per vracht konden worden geladen. Maar kennelijk heeft de planner van de slachterij een foute inschatting gemaakt, want als je uitgaat van aantal dieren (5.568) en geschat gewicht (2.950 gram) dan kom je op 16.426 kg per vracht. En volgens verweerder mag er maximaal 16.123 kg per vracht vervoerd worden (uitgaande van een norm van 160 cm2 per kg). Eiseres voert aan dat zij deze normen niet kende en dat zij van tevoren dus niet wist dat er bij dit transport teveel kuikens in de lades zaten. Verweerder wijst er weliswaar op dat in de laatste wagen nog enkele containers leeg waren maar dat is volgens eiseres een ingebouwde marge (bijvoorbeeld als de aantallen afwijken of een kip uit een lade vliegt); het is te tijdrovend en past niet in de planning van het vangbedrijf of de slachterij om alle lades te tellen en vervolgens kuikens gelijk te verdelen, zoals verweerder oppert. Bovendien waren de eerste overbeladen wagens al op de slachterij toen de laatste wagen werd geladen. Het herschikken kon dus niet meer plaatsvinden. Daarbij merkt eiseres op dat het laden fysiek zeer zwaar is, waarbij een strakke planning geldt en een extra transport erg duur is. Ook wijst eiseres erop dat zij het dierenwelzijn hoog in het vaandel heeft staan en dat zij meedoet aan het ‘Beter voor Kip, Natuur & Boer programma’ van Albert Heijn. Al 40 jaar levert eiseres dieren af en altijd met respect voor de dieren, maar nu wordt zij ervan beschuldigd haar dieren onnodig lijden te hebben berokkend. Eiseres ziet op de foto’s en het filmpje bij het rapport van bevindingen geen dierenleed, extreem hijgen of onnodig lijden, zoals de toezichthouder stelt. Er is ook geen beeldmateriaal van een geopende la zodat te zien is hoeveel kuikens er in een la zaten en hoe dicht op elkaar. Overigens werden er van de 40.000 aangevoerde dieren slechts 5 dood aangevoerd, waaruit ook blijkt dat de kuikens niet hebben geleden, aldus eiseres. 6.1. In artikel 3, aanhef en onder g, van de Transportverordening staat dat het verboden is dieren te vervoeren of te laten vervoeren op zodanige wijze dat het de dieren waarschijnlijk letsel of onnodig lijden berokkent en dat de dieren moeten beschikken over voldoende vloeroppervlak en stahoogte. In Hoofdstuk VII van Bijlage I van de Transportverordening is dit per diersoort uitgewerkt en daarin staat dat bij pluimvee met een gewicht tussen 1,6 en 3 kg de oppervlakte minimaal 160 cm² per kg moet zijn. Uit het rapport van bevindingen en de bijlagen volgt dat een Stork container, zoals bij de transporten van de kuikens van eiseres is gebruikt, een oppervlakte heeft van 107.488 cm² en dat een vrachtwagen 24 containers heeft, wat betekent dat de oppervlakte per vrachtwagen 2.579.712 cm² is. De toezichthouder heeft de benutte oppervlakte van de vrachtwagens gedeeld door het totale gewicht van de kuikens per vracht (zoals door het slachthuis was vastgesteld) en de uitkomst daarvan is 158,65 cm²/kg (vracht 14), 152,29 cm²/kg (vracht 15), 154,84 cm²/kg (vracht 16) en 159,95 cm²/kg (vracht 17). Bij vier vrachten met kuikens van eiseres is gebleken dat de daarin voor de kuikens beschikbare oppervlakte per kilogram minder was dan de norm van 160 cm². Bij twee vrachten was de overbelading zodanig (namelijk 4,82 en 3,22 procent te weinig oppervlak ten opzichte van de norm) dat verweerder daarvoor boetes heeft gegeven. 6.2. Ten aanzien van het betoog van eiseres dat zij niet weet wat ze fout heeft gedaan en dat de planner van de slachterij een verkeerde inschatting heeft gemaakt, overweegt de rechtbank het volgende. 6.2.1. Eiseres heeft aan de slachterij doorgegeven dat de kuikens een gemiddeld gewicht van 2,950 kg hadden. Op basis daarvan heeft de slachterij een planning gemaakt voor vier vrachten waarbij per vrachtwagen 5.568 kuikens moesten worden geladen met per lade 29 kuikens. Bij de norm van 160 cm²/kg en een totale oppervlakte van 2.579.712 cm² per vrachtwagen mag er in een vrachtwagen niet meer dan 16.123,2 kg kuiken zitten. Uitgaande van het door eiseres opgegeven gewicht zou dit betekenen dat er maximaal 5.465 kuikens per vrachtwagen en gemiddeld 28,46 kuikens per lade mochten worden geladen. Dat is iets minder dan door het slachthuis bij de planning was opgegeven, zoals eiseres ook aanvoert, maar dit is geen verklaring voor de door de toezichthouder vastgestelde overschrijdingen. Immers, bij 5.568 kuikens per vrachtwagen, die gemiddeld een gewicht bleken te hebben van 2,907 kilogram zou de oppervlakte 159,38 cm²/kg bedragen en dat is een afwijking van 0,4 % van de norm van 160 cm²/kg, terwijl de toezichthouder afwijkingen van 4,82 % en 3,22 % heeft vastgesteld. Als de rechtbank de gegevens van de planning van het slachthuis vergelijkt met de gegevens die de toezichthouder na het laden heeft vastgesteld, dan blijkt de oorzaak voor die aanzienlijk grotere afwijkingen dan 0,4 % te liggen bij het laden zelf. Als eiseres namelijk het door het slachthuis bij de planning opgegeven aantal kuikens had geladen (5.568 per vracht) en die kuikens hadden het door eiseres opgegeven gewicht (2,950
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.