Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10-311845-22 Datum uitspraak: 26 maart 2024 Tegenspraak Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] , raadsman mr. M. Sculic, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 maart
(12)maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren; tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft; stelt als algemene voorwaarde: - de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst. Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Boek, voorzitter, en mrs. P.C. Tuinenburg en J. van de Klashorst, rechters, in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1 hij, in of omstreeks de periode van 26 mei 2022 tot en met 12 juni 2022, te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer - 399,52 kilogram (zaaksdossier Slipper) en/of - 1002,88 kilogram (zaaksdossier Sleepschip) en/of - 604,63 kilogram (zaaksdossier Siliconenvet) in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet (art 10 lid 5 Opiumwet, art 2 ahf/ond A Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij, in of omstreeks de periode van 26 mei 2022 tot en met 12 juni 2022, te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of - het opzettelijk afleveren, verstrekken en/of vervoeren van - 399,52 kilogram (zaaksdossier Slipper) en/of - 1002,88 kilogram (zaaksdossier Sleepschip) en/of - 604,63 kilogram (zaaksdossier Siliconenvet), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(
- en)of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in afwijking van zijn functiewerkzaamheden bij [naam bedrijf] , - de inloggegevens te vragen van het account van zijn collega [persoon A] voor het online platform "MyTerminal" van Hutchison Ports ECT Delta BV en/of - deze inloggegevens te gebruiken om met haar (persoonlijke) account in te loggen in "MyTerminal" en/of - ( vervolgens) de benodigde verificatiecode op te vragen bij voornoemde [persoon A] , zodat hij daadwerkelijk toegang kreeg tot "MyTerminal" en/of vervolgens via het persoonlijke account van [persoon A] op "MyTerminal" - de standaard zeecontainer [containernummer 1] inhoudende slippers, te bevragen (zaaksdossier Slipper) en/of - de standaard zeecontainer [containernummer 3] inhoudende walnoten, te bevragen (zaaksdossier Sleepschip) en/of - de standaard zeecontainer [containernummer 4] inhoudende Aloe Vera-gel, te bevragen (zaaksdossier Siliconenvet) (art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 2 hij, in of omstreeks de periode van 28 maart 2022 tot en met 29 maart 2022, te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 337,16 kilogram (zaaksdossier Schroefraam), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet (art 10 lid 5 Opiumwet, art 2 ahf/ond A Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij, in of omstreeks de periode van 28 maart 2022 tot en met 29 maart 2022, te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of - het opzettelijk afleveren, verstrekken en/of vervoeren van ongeveer 337,16 kilogram cocaïne (zaaksdossier Schroefraam), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(
- en)of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door, in afwijking van zijn functiewerkzaamheden bij [naam bedrijf] , - met zijn account [accountnaam] in te loggen op het het online platform "MyTerminal" van Hutchison Ports ECT Delta BV en/of - de standaard zeecontainer [containernummer 2] inhoudende bananen, te bevragen en/of te monitoren. (art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)