vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/676574 / KG ZA 24-276 Vonnis in kort geding van 30 april 2024 in de zaak van [eiseres] , wonende te Rotterdam, eiseres, advocaat mr. J.H. Heerebout te Hoofddorp, tegen [gedaagde] , wonende te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. J.W. Aartsen te Utrecht. Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 10 april 2024, met 11 producties; de 11 producties van de man; de mondelinge behandeling op 18 april 2024; de pleitnota van de vrouw; de pleitnota van de man. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Partijen zijn gehuwd geweest. Bij beschikking van 24 maart 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:3277) heeft de rechtbank Rotterdam de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en (onder meer) beslist over de wijze van verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap (dictumonderdeel 4.5). 2.2. De man heeft tegen de beschikking van de rechtbank hoger beroep ingesteld. Bij beschikking van 19 december 2023 (ECLI:NL:GHDHA:2023:2560) heeft het hof Den Haag dictumonderdeel 4.5 van de beschikking in eerste aanleg vernietigd en de inleidende verzoeken strekkende tot verdeling van de huwelijksgemeenschap alsnog afgewezen. Op 13 februari 2024 heeft de vrouw daartegen cassatie ingesteld. De cassatieprocedure loopt nog. 2.3. Bij arrest in kort geding, ook van 19 december 2023, (ECLI:NL:GHDHA:2023: 2565, hierna: het Arrest) heeft het hof Den Haag – samengevat – onder meer als volgt geoordeeld. De ex-echtgenoten zijn deelgenoten in een eenvoudige gemeenschap zijnde de echtelijke woning, gelegen aan [adres] (hierna: de woning). Zij hebben op 24 maart 2020 een overeenkomst van verdeling gesloten die meebrengt dat de woning aan de man zou worden toegedeeld tegen een waarde van € 940.000,- en dat de man de op de woning rustende hypothecaire geldlening als een eigen schuld zou overnemen en de vrouw ter zake van die lening zou vrijwaren. De man kan nakoming van deze overeenkomst vorderen. Dat betekent dat de vrouw dient mee te werken aan de goederenrechtelijke voltooiing van de toedeling van de woning aan de man door het meewerken aan de daarvoor vereiste leveringshandeling middels notariële akte en dat de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de bank wordt ontslagen. 2.4. In het Arrest heeft het hof Den Haag het volgende beslist: “Het hof: veroordeelt de vrouw om binnen 14 dagen na betekening van dit arrest volledig en onvoorwaardelijk haar medewerking te verlenen aan de goederenrechtelijke voltooiing van de verdeling van de echtelijke woning aan [adres] met toedeling aan de man tegen een prijs van € 940.000,- en tegen ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijke verplichting ingevolge de hypothecaire geldlening welke betrekking heeft op de hiervoor vermelde woning en daartoe de voor deze toedeling noodzakelijke notariële akte te ondertekenen op de daartoe door de man te bepalen datum ten overstaan van een door de man aan te wijzen notaris. Indien de vrouw na betekening van dit arrest niet haar onvoorwaardelijke medewerking verleent aan hetgeen onder 1 van dit dictum is gesteld, verbeurt zij een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan met een maximum van € 100.000,-; bepaalt dat als de vrouw binnen 14 dagen na betekening van dit arrest nalatig blijft om medewerking te verlenen aan hetgeen onder 1 van dit dictum is gesteld, dit arrest dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van degene die tot de (rechts)handeling gehouden is en dat dit arrest in de plaats treedt van de akte of een deel daarvan; verklaart dit arrest in zoverre uitvoerbaar bij voorraad; compenseert de proceskosten in hoger beroep en wel in die zin dat ieder der partijen zijn eigen kosten draagt; wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.” 2.5. Bij exploot van 12 januari 2024 heeft de man het Arrest betekend aan de vrouw. 2.6. Bij brief van 18 januari 2024 heeft notariskantoor [naam] (hierna: de notaris) aan de vrouw een concept-akte van toedeling en levering van de echtelijke woning verzonden. Bij e-mail van 21 januari 2024 heeft de vrouw aan de notaris kort gezegd meegedeeld het niet eens te zijn met de inhoud van de concept-akte. Op 23 januari 2024 heeft de notaris een aangepast concept aan de vrouw toegezonden. De vrouw heeft ook niet ingestemd met het aangepaste concept. 2.7. Bij exploot van 28 maart 2024 aan de vrouw heeft de man verbeurde dwangsommen aangezegd van € 59.000,-. 3Het geschil 3.1. De vrouw vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: A. de tenuitvoerlegging van het Arrest te verbieden op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag, met een maximum van € 200.000,-, na betekening van het te wijzen vonnis, subsidiair enig ander bedrag in goede justitie te bepalen; B. subsidiair de tenuitvoerlegging van het Arrest te verbieden voor wat betreft de dwangsommen met een dwangsom van € 10.000,- per dag met een maximum van € 200.000,- of enig ander bedrag in goede justitie te bepalen; C. meer subsidiair de tenuitvoerlegging van het Arrest te schorsen totdat de Hoge Raad arrest heeft gewezen (in de cassatie tegen de beschikking van 19 december 2023). 3.2. De man voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Uitgangspunt is dat het Arrest, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, ten uitvoer kan worden gelegd. De door de vrouw ingestelde cassatieprocedure (tegen de beschikking van het hof Den Haag van 19 december 2023) over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap (en tegen het Arrest) staat daar niet aan in de weg. 4.2. Dat de vrouw in beginsel dient te voldoen aan de veroordeling in het Arrest is niet het springende punt. De vrouw weigert echter mee te werken aan het passeren van de transportakte, omdat het concept (ook na aanpassing) volgens haar onjuistheden bevat en verder gaat dan waartoe zij is veroordeeld. De vrouw wijst op de volgende onjuistheden: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.