RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 10844818 CV EXPL 23-33249 datum uitspraak: 17 mei 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van 1 [eiser 1],
- [eiser 2], beiden wonende te [woonplaats], eisers in conventie, verweerders in (voorwaardelijke) reconventie, gemachtigde: mr. A.H. Videler, tegen 1 [gedaagde 1],
- [gedaagde 2], beiden gevestigd te [vestigingsplaats], gedaagden in conventie, eiseressen in (voorwaardelijke) reconventie, gemachtigde: mr. M.A.C. Backx. De partijen worden hierna ‘[eiser 1] en [eiser 2]’ en ‘[gedaagde 1] en [gedaagde 2]’ genoemd. 1De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 11 december 2023, met bijlagen 1 tot en met 18; het antwoord en eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen 1 tot en met 5; de mail van 2 februari 2024 met de akte van [eiser 1] en [eiser 2]; de mail van 6 februari 2024 met de akte van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]; het antwoord in reconventie tevens eiswijziging, met bijlagen 18 tot en met
- 1.
- Partijen zijn uitgenodigd voor een zitting op 15 mei
- Deze is niet doorgegaan. Hierna wordt uitgelegd waarom. 2De beoordeling Kantonrechter te Rotterdam niet bevoegd 2.
- De kantonrechter te Rotterdam is niet bevoegd om deze zaak te behandelen. Het geschil betreft namelijk de huurwoning van [eiser 1] en [eiser 2] in [woonplaats]. Uit de wet volgt dat in dit soort zaken uitsluitend bevoegd is de rechter binnen wiens rechtsgebied de woning gelegen is (art. 103 Rv). 2.
- Het was mogelijk geweest om de kantonrechter te Rotterdam bevoegd te maken (art. 108 lid 1 en 2 Rv), maar partijen hebben laten weten niet een daartoe strekkende overeenkomst te hebben gesloten. Gevraagd is om de zitting op 15 mei niet te laten doorgaan en de zaak te verwijzen naar de wel bevoegde rechter. Verwijzing naar de kantonrechter te ’s Hertogenbosch 2.
- Omdat de huurwoning in Uden ligt is de kantonrechter te ’s Hertogenbosch bevoegd. Daarom wordt de zaak verwezen naar de rechtbank Oost Brabant, locatie ’s Hertogenbosch, om daar door de kantonrechter te worden behandeld. In art. 110 lid 2 Rv is bepaald dat artikel 74, eerste lid en derde lid, eerste zin, Rv van toepassing zijn. Dat betekent dat de zaak bij de kantonrechter in ’s-Hertogenbosch begint met een oproeping bij exploot. 2.4 De (consequenties van de) aktes van partijen worden gelet op het voorgaande niet beoordeeld. 3De beslissing De kantonrechter: verklaart zich onbevoegd in deze zaak; verwijst de zaak naar de rechtbank Oost Brabant, locatie ’s Hertogenbosch, voor behandeling door de kantonrechter daar. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken. 465