Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10-996790-18 Datum uitspraak: 10 april 2024 Tegenspraak Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1] , raadsvrouw mr. J.R. Mekkes, advocaat te Amsterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 20 maart 2024 en van 10 april 2024. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. I. Hoek heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek van voorarrest. 4Waardering van het bewijs Inleiding De verdenking in deze strafzaak houdt in dat de verdachte zich samen met haar partner en familie schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte)witwassen, dan wel schuldwitwassen. Het onderzoek ‘Batesville’ draait om witwashandelingen van [medeverdachte 1] en zijn vier (schoon)kinderen. Het onderzoek was in aanvang gericht op de aankopen van vier woningen te [plaats] . Twee van deze woningen zijn gefinancierd door [naam bedrijf 1] , gevestigd in Dubai (hierna: ‘ [naam bedrijf 1] ’). De bestuurders van deze rechtspersoon zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , de vader en de broer van de verdachte. Nader onderzoek wees uit dat [medeverdachte 1] via [naam bedrijf 1] schenkingen aan zijn kinderen heeft gedaan. Daarnaast werden er stortingen gedaan op de rekeningen van de verdachte en van haar schoonzus door [naam bedrijf 2] , een vennootschap in Dubai waarvan [medeverdachte 1] bestuurder was. Bij vier verdachten in dit onderzoek is daarnaast contant geld op hun bankrekeningen gestort. 4.1 Standpunten 4.1.1. Standpunt verdediging De verdachte weet niet beter dan dat haar vader een succesvol en vermogend zakenman is. Vanuit die wetenschap heeft zij geld van hem geleend voor de aanschaf van een huis, een schenking van hem aanvaard en geld ontvangen toen zij krap zat doordat haar man gedetineerd was. Uit het dossier volgt niet dat de verdachte enig vermoeden had, laat staan wetenschap, dat de lening voor de woning aan [adres 2] in 2015 geld betrof dat afkomstig was uit enig misdrijf. Bij de aankoop van het pand aan [adres 1] is de verdachte als gemachtigde van haar vader opgetreden die op dat moment in het buitenland verbleef. Verder heeft zij niets te maken gehad met de aankoop van dit pand. Zij had geen reden te vermoeden dat er sprake was van witwassen, zodat niet gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking. Over een periode van vier jaren heeft de verdachte € 15.350,- contant gestort en € 9.630,- opgenomen. Het gestorte geld betreft de opbrengst van spullen via Marktplaats, waaronder antiek en kinderkleding en € 2.500,- die zij elk jaar van haar vader voor haar verjaardag kreeg. De Ford Ka is op 13 juli 2018 op naam gesteld van de verdachte en gekocht voor € 3.500,-, van de opbrengst van de verkoop van haar oude auto. De verdediging heeft een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van [naam] als getuige om de verklaring van de verdachte te staven. 4.1.2 Standpunt officier van justitie Het geld van de vader van de verdachte heeft geen legale herkomst. De hypotheek voor de aankoop van het pand aan [adres 2] is alleen gevestigd om een legale herkomst van de gelden te fingeren. De verdachte heeft met haar partner gebruik gemaakt van het criminele geld van haar vader en zij wist dat dit crimineel geld was. Dit geldt ook voor de schenking die zij van haar vader heeft gekregen voor de aankoop van het pand en voor het geld dat haar vader heeft overgemaakt in de periode dat haar man vastzat op verdenking van betrokkenheid bij Opiumwet feiten. Deze bedragen zijn overgemaakt onder vermelding van ‘lening’ terwijl van deze lening geen stukken zijn aangetroffen. De verdachte is als gemachtigde van haar vader opgetreden bij de aankoop van het pand aan [adres 1] , terwijl zij wist dat hij dit met crimineel geld kocht. Daarna heeft zij met haar gezin in dit huis gewoond, terwijl het pand nog steeds op naam stond van haar vader. De verdachte heeft geen concrete of verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van de contante stortingen op haar rekening en voor het contante geld dat gebruikt is voor de aanschaf van de Ford Ka. De contante stortingen kunnen niet worden verantwoord uit de girale looninkomsten. Verdachtes verklaring dat zij contant geld had door verkopen op Marktplaats is op geen enkele manier onderbouwd en daardoor niet verifieerbaar. De verklaring over de aanschaf van de Ford Ka is ook niet onderbouwd en daardoor niet verifieerbaar en hoogst ongeloofwaardig. 4.2 Beoordeling rechtbank 4.2.1 Herkomst geld De verdachte heeft geld van haar vader gekregen voor de aankoop van het pand aan [adres 2] en in de periode dat haar man gedetineerd was. Ten aanzien van het geld waar haar vader over kon beschikken is er een redelijk vermoeden dat dit uit misdrijf afkomstig is. Verdachtes vader is er niet in geslaagd dit vermoeden te weerleggen. Zijn verklaringen over de herkomst van het geld zijn deels ongeloofwaardig (bitcoins en provisie Chinese staatsobligaties). Voor zover zijn verklaring verifieerbaar was heeft nader onderzoek niet geleid tot de door hem beweerdelijke legale herkomst. Er moet dan ook van uit gegaan worden dat het geld dat de verdachte van haar vader heeft gekregen uit enig misdrijf afkomstig is. De herkomst van het geld van de contante stortingen op eigen rekening en de contante betaling voor de Ford Ka die op naam staat van de verdachte is onduidelijk. Blijkbaar heeft de verdachte regelmatig grote hoeveelheden contant geld (meer dan duizend euro) voorhanden. Het contante geld kan ook niet verklaard worden uit legaal inkomen van de verdachte of haar echtgenoot. Het vermoeden is dan ook gerechtvaardigd dat ook dit geld uit enig misdrijf afkomstig is. De verdachte heeft hierover bij de politie geen verklaring afgelegd. Op de zitting heeft zij verklaard dat dit geld afkomstig was van verkopen op Marktplaats en verjaardagsgeld dat zij van haar vader kreeg. Deze verklaring is op geen enkele manier onderbouwd en is niet verifieerbaar. De rechtbank concludeert dan ook dat ook dit geld uit enig misdrijf afkomstig is. 4.2.2 Weten of redelijkerwijs moeten vermoeden van criminele herkomst Uit het dossier blijkt dat de verdachte en medeverdachten vanuit Nederland konden beschikken over de bankrekeningen van de in Dubai gevestigde bedrijven van haar vader en ook over zijn persoonlijke bankrekening. De verdachte heeft over het inkomen en vermogen van haar vader niets anders kunnen zeggen dan dat hij een succesvol zakenman was. Hoewel het nauwelijks voorstelbaar is dat zij niet wist van de criminele herkomst van het inkomen en vermogen van haar vader, kan dit op basis van het dossier niet worden vastgesteld. Uit niets blijkt dat zij haar vader op enig moment vragen heeft gesteld over de herkomst van het geld dat hij haar gaf. Dit had op haar weg gelegen, mede gezien zijn veroordeling begin deze eeuw voor drugshandel. Zij had redelijkerwijs moeten vermoeden dat het geld van enig misdrijf afkomstig was. Dit geldt ook voor het geld dat contant op de rekening van de verdachte is gestort. Niet kan worden bewezen dat zij wist dat dit geld geen legale herkomst had. Gezien de financiële situatie van het gezin had zij dit redelijkerwijs moeten vermoeden. 4.3 Bespreking ten laste gelegde transacties 4.3.1 Aankoop [adres 2] De verdachte heeft gebruik gemaakt van het criminele geld dat door een bedrijf van haar vader is overgemaakt in de vorm van een hypothecaire lening en een schenking. Ook heeft zij gebruik gemaakt van de woning die met dat geld is gekocht door daar tot 1 april 2019 in te wonen. Omdat de zakelijkheid aan de familiehypotheek bijna geheel ontbreekt - er is maar beperkt rente betaald en afgelost, de originaire leenovereenkomst ontbreekt - is in wezen sprake van een schenking aan de verdachte door haar vader. Zoals hiervoor is overwogen had de verdachte redelijkerwijs moeten vermoeden dat het geld van haar vader uit enig misdrijf afkomstig was. Door desondanks het pand te kopen en daarin te gaan wonen heeft zij zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen. 4.3.2 Aankoop [adres 1] De verdachte is als gemachtigde van haar vader betrokken geweest bij de aankoop van het pand aan [adres 1] . Zij moet geweten hebben dat haar vader de aankoop volledig zelf gefinancierd heeft. De verdachte en haar gezin zijn op enig moment met haar ouders van woning gewisseld. Vanaf 1 april 2019 staan de verdachte en haar partner en hun kinderen geregistreerd op het adres [adres 1] Vanaf datzelfde moment staat haar moeder ingeschreven op [adres 2] . Door als gemachtigde voor haar vader op te treden bij de aanschaf van de woning, terwijl zij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld van haar vader geen legale herkomst had, was er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het omzetten van dat criminele geld in een woning. Ook heeft zij van die woning gebruik gemaakt toen zij daar met haar gezin ging wonen. Ook ten aanzien van de woning aan [adres 1] is sprake van schuldwitwassen door de woning te gebruiken en het in nauwe samenwerking aankopen van deze woning voor haar vader. 4.3.3 Contante stortingen In totaal is € 15.350,- contant op de bankrekening van de verdachte ( [bankrekeningnummer] ) gestort in de periode vanaf 22 mei 2015 tot en met 28 april 2017. Zoals hiervoor geconcludeerd heeft dit geld een criminele herkomst omdat een legale herkomst niet aannemelijk is geworden. Door het storten en weer opnemen van gelden heeft verdachte de werkelijke herkomst verhuld. Ook heeft zij van deze gelden gebruik gemaakt, aangezien er geen contant geld bij haar is aangetroffen. De verdachte heeft zich ten aanzien van de contante stortingen schuldig gemaakt aan schuldwitwassen. 4.3.4 Stortingen op rekening De verdachte heeft op 12 maart 2018 € 13.000,- op haar rekening gestort gekregen afkomstig van de privérekening van haar vader. In de periode van 27 maart 2018 tot en met 2 augustus 2018 heeft de verdachte in totaal € 17.500,- afkomstig van [naam bedrijf 2] , een bedrijf van haar vader, ontvangen. In de omschrijvingen van deze laatste overboekingen komt het woord lening voor. Het dossier bevat echter geen aanknopingspunten dat de stortingen van deze geldbedragen daadwerkelijk een lening betreffen. De verdachte heeft deze bedragen gebruikt voor haar levensonderhoud in een periode dat haar man vast zat. Omdat de verdachte redelijkerwijze moest vermoeden dat het geld van haar vader uit enig misdrijf afkomstig was heeft zij, door gebruik te maken van dit geld, zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen. 4.3.5 Aanschaf Ford Ka De verdachte heeft vanaf 13 juli 2018 een Ford Ka met het kenteken [kenteken] op haar naam staan. [naam] heeft verklaard dat hij als tussenpersoon deze Ford Ka heeft verkocht voor € 3.500,- of € 4.500,- en dat het voertuig contant is betaald. De verdachte heeft haar verklaring dat zij de Ford Ka heeft betaald met het geld dat zij kreeg voor de verkoop van een andere auto niet onderbouwd. Omdat deze verklaring pas op zitting wordt gegeven en afwijkt van de verklaring van [naam] vindt de rechtbank deze verklaring niet geloofwaardig. Omdat er geen andere verklaring voor de herkomst van dit contante geld is moet het, mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de contante stortingen, ervoor worden gehouden dat ook dit geld uit enig misdrijf afkomstig is. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte dit ook wist. Door de auto aan te schaffen met dit geld en vervolgens van deze auto gebruik te maken heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen. Het voorwaardelijk verzoek tot het nogmaals horen van [naam] wordt als niet-noodzakelijk afgewezen. Deze getuige heeft verklaard over de aanschaf van de auto en heeft daarbij niets gezegd over de verkoop van de Chrysler Grand Voyager. Door het geschetste scenario van de inruil niet voldoende te onderbouwen heeft de verdediging ook het verzoek tot het horen van deze getuige, mede gelet op de strekking van zijn verklaring, niet voldoende onderbouwd. 4.2. Bewezenverklaring Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: subsidiair, zij, in de periode van 22 januari 2015 tot en met 12 juni 2019, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, telkens voorwerpen, te weten: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.