vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/675365 / KG ZA 24-194 Vonnis in kort geding van 31 mei 2024 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GLOBAL MEDIA & ENTERTAINMENT B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, advocaten mrs. J.W. Fanoy en C. Ben-Lahcen te Den Haag, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RET SERVICES B.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. M.M. Slotboom te Brussel, België, waarin zijn tussengekomen: 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JCDECAUX NEDERLAND B.V., gevestigd te Amsterdam, advocaten mrs. J.F. van Nouhuys en A.F. de Jong te Rotterdam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CLEAR CHANNEL NEDERLAND B.V., gevestigd te Hoofddorp, advocaten mrs. S.H. Janssen, M.H.J. Mulder en F.B. Toet te Amsterdam, waarin is gevoegd aan de zijde van gedaagde: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid C.S. DIGITAL MEDIA B.V., gevestigd te Amsterdam, advocaten mrs. B.W. Brouwer en M.F. van den Berg te Amsterdam. Partijen worden hierna Global, RET, JCDecaux, CC en CSDM genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 13 maart 2024 de akte overlegging producties 1 tot en met 8 van Global de akte houdende overleggen producties 9 tot en met 12 met wijziging van eis van Global de akte houdende overlegging productie 13 van Global de conclusie van antwoord van RET de akte houdende overlegging producties 1 tot en met 3 van RET de incidentele conclusie tot tussenkomst van JCDecaux met producties 1 en 2 de incidentele conclusie tot primair tussenkomst en subsidiair voeging van CSDM de incidentele conclusie tot tussenkomst van CC met producties 1 tot en met 3 de akte houdende voorwaardelijke eis in reconventie van CSDM de mondelinge behandeling gehouden op 15 mei 2024 de pleitnota van Global de pleitnota van RET de pleitnota van JCDecaux de pleitnota van CSDM de pleitnota van CC. 2De incidenten 2.1. Voorafgaand aan de inhoudelijke mondelinge behandeling is eerst beslist op de vorderingen tot tussenkomst, althans voeging. Artikel 217 Rv bepaalt dat ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen daarin te mogen tussenkomen of zich daarin te mogen voegen. JCDecaux en CC 2.2. JCDecaux en CC vorderen beide te mogen tussenkomen in de procedure tussen Global en RET. 2.3. Global en RET hebben verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst van JCDecaux en CC. De voorzieningenrechter heeft die vorderingen toegewezen. Het belang van JCDecaux en CC bij de tussenkomst is erin gelegen dat CC, als de partij aan wie perceel 1 voorlopig is gegund, en JCDecaux die als tweede is geëindigd, nadelige gevolgen kunnen ondervinden van een voor RET – en mogelijk CC – ongunstige uitkomst van dit kort geding. Het spoedeisend belang en de goede procesorde staan niet in de weg aan toewijzing. Deze beslissing is al tot uitdrukking gebracht in de kop van dit vonnis. 2.4. JCDecaux vordert in het incident om de proceskosten tussen betrokken partijen te compenseren. CC vordert om Global in de proces- en nakosten te veroordelen, vermeerderd met de wettelijke rente. Hierover wordt verderop in dit vonnis overwogen en beslist. CSDM 2.5. CSDM vordert primair te mogen tussenkomen in de procedure tussen Global en RET en subsidiair – in het geval zij geen eigen vordering indient – zich te mogen voegen aan de zijde van RET. CSDM heeft bij akte een voorwaardelijke eis in reconventie ingediend die inhoudt dat Global, CC en JCDecaux worden uitgesloten van deelname aan een nieuwe aanbestedingsprocedure als de primaire vordering sub 3 (zie 4.1) van Global wordt toegewezen. 2.6. Global en RET hebben aangegeven in beginsel geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst van CSDM in de procedure. Wel heeft Global bezwaar gemaakt tegen de door CSDM ingediende voorwaardelijke eis in reconventie. 2.7. De voorzieningenrechter heeft de voorwaardelijke eis in reconventie van CSDM begrepen als een zelfstandige voorwaardelijke vordering in de tussenkomst. Dit heeft zij ter zitting ook zo met partijen gedeeld. Global heeft tegen de vordering van CSDM bezwaar gemaakt. Zij stelt dat CSDM de te laat ingediende eis in strijd met een goede procesorde niet van grondslagen heeft voorzien. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat CSDM haar voorwaardelijke eis niet van grondslagen heeft voorzien. Daarmee heeft zij niet voldaan aan de eisen van een goede procesorde. Dat CSDM in de begeleidende e-mail bij de akte eis heeft vermeld dat ter zitting toegelicht zal worden waarom het onderling uitwisselen van de biedingen tussen Global, CC en JCDecaux tot hun uitsluiting dient te leiden als er een nieuwe aanbestedingsprocedure wordt geëntameerd is, anders dan CSDM meent, daarvoor onvoldoende. Hierdoor kon namelijk niet op behoorlijke wijze hoor en wederhoor plaatsvinden. Global heeft zich immers niet op de nog onbekende gronden en argumenten kunnen voorbereiden. De voorwaardelijke vordering in de tussenkomst is om die reden niet toegelaten. Een zelfstandige vordering is in beginsel wel een voorwaarde voor tussenkomst die CDSM ook zelf heeft geformuleerd. Gelet op een en ander is het verzoek tot tussenkomst afgewezen en het verzoek tot voeging toegestaan. CSDM heeft immers wel belang bij de uitkomst van deze procedure. Deze beslissing is al tot uitdrukking gebracht in de kop van dit vonnis. 2.8. Omdat een voeging niet anders dan na het instellen van een incident kan plaatsvinden en Global en RET verder geen inhoudelijk verweer hebben gevoerd tegen dat incident, worden de proceskosten in het incident gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij haar eigen kosten draagt. 3De feiten 3.1. Global is een onderneming die zich toelegt op de exploitatie van analoge en digitale buitenreclame. Ook JCDecaux, CSDM en CC houden zich bezig met de exploitatie van buitenreclame. 3.2. De activiteiten van RET omvatten onder meer het verstrekken van reclame-exploitatierechten. RET is een 100% dochtervennootschap van RET N.V. welk bedrijf het openbaar vervoer in en rondom Rotterdam verzorgt. 3.3. RET heeft in november 2023 een Europese procedure volgens de Aanbestedingswet 2016 deel 2a (de voorzieningenrechter neemt aan dat sprake is van een verschrijving en dat is bedoeld 2012, met implementaties in 2016) en de Europese richtlijn 2014/23/EU gestart voor de reclame-exploitatie in en op voertuigen, haltevoorzieningen en metrostations van RET, en het voeren van beheer en onderhoud hiervan (de Concessieopdracht). De aanbesteding is opgedeeld in drie percelen: perceel 1 ziet op het verkopen van analoge reclameruimte en het aanbrengen van analoge reclame-uitingen in de reclame-uitingsplaatsen van de RET; perceel 2 ziet op het verkopen van reclameruimte van de digitale schermen in het metronetwerk; perceel 3 omvat inhoudelijk de scope van percelen 1 en 2. Tot de aanbestedingsdocumentatie behoren onder andere de aanbestedingsleidraad (de Leidraad), de nota van inlichtingen (NvI), het programma van eisen, de akkoordverklaring en het prijzenblad. 3.4. In de Leidraad staat, voor zover van belang, het volgende: (…) (…) (…) 3.5. In de NvI staat, voor zover van belang, het volgende: 3.6. RET heeft Global bij brief van 23 februari 2024 in kennis gesteld van het voornemen tot gunning van de Concessieopdracht aan CC als hoogste inschrijver op perceel 1 en CSDM als hoogste inschrijver op perceel 2 (het Gunningsbesluit). Omdat de optelling van de beoordelingsprijs van percelen 1 en 2 hoger is dan de hoogst ingeschreven beoordelingsprijs op perceel 3 heeft RET de voorlopige gunning op percelen 1 en 2 gedaan. 3.7. In de toelichting van RET op het Gunningsbesluit van 5 maart 2024 staat, voor zover van belang, het volgende: 3.8. In de aanvullende toelichting op het Gunningsbesluit van 7 maart 2024 staat, voor zover van belang, het volgende: 3.9. RET heeft op 4 april 2024 een overeenkomst in de markt gezet ter overbrugging van de periode tussen de afloop van de door haar met JCDecaux gesloten vorige concessieopdracht ter zake van reclame-exploitatie en de aanvang van de onderhavige Concessieopdracht. Na een uitnodiging aan Global, JCDecaux en CC om een offerte in te dienen, heeft Global de overbruggingsovereenkomst gegund gekregen. Global is op dit moment aan de implementatie van de overbruggingsovereenkomst begonnen. 4Het geschil in de hoofdzaak 4.1. Global vordert, na wijziging van eis, om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair RET te gebieden uiterlijk 48 uur na dagtekening van het vonnis van de voorzieningenrechter, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen termijn, het gunningsvoornemen voor de percelen 1, 2 en 3 in te trekken en haar te verbieden daar uitvoering aan te geven; RET te gebieden uiterlijk 48 uur na dagtekening van het vonnis van de voorzieningenrechter, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen termijn de aanbestedingsprocedure te stoppen en dit aan de inschrijvers te communiceren; en RET te gebieden om, als RET de opdracht nog steeds wenst te gunnen, dat alleen te doen door middel van een nieuwe aanbestedingsprocedure; subsidiair 4. RET te gebieden uiterlijk 48 uur na dagtekening van het vonnis van de voorzieningenrechter, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen termijn, het Gunningsbesluit ten aanzien van de percelen 1, 2 en 3 in te trekken en RET te verbieden daar uitvoering aan te geven; 5. RET te gebieden om CC uit te sluiten van verdere deelname aan de aanbesteding; 6. RET te gebieden JCDecaux uit te sluiten van verdere deelname aan de aanbesteding; 7. RET te gebieden om een herbeoordeling te laten uitvoeren op de percelen 1, 2 en 3 door personen die niet eerder betrokken zijn geweest bij de beoordeling van de inschrijvingen op de aanbesteding, conform het vonnis van de voorzieningenrechter; 8. RET te gebieden uiterlijk tien kalenderdagen na dagtekening van het vonnis van de voorzieningenrechter een nieuwe gunningsbeslissing te nemen met een opschortende en bezwaartermijn van ten minste twintig kalenderdagen binnen welke termijn alle inschrijvers van de aanbestedingsprocedure, maar in ieder geval Global, en met uitzondering van CC en JCDecaux, de gelegenheid krijgen, respectievelijk: krijgt, om, al dan niet middels een kort geding, bezwaar te maken tegen de nieuwe gunningsbeslissing; meer subsidiair 9. één of meerdere (andere) maatregelen te gelasten die de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht en die recht doet/doen aan de belangen van Global; in alle gevallen 10. RET te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente; en 10. RET hoofdelijk te veroordelen in de nakosten van Global, te vermeerderen met de wettelijke rente. 4.2. RET voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid, althans afwijzing van de vorderingen van Global, met veroordeling van Global in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. CSDM is het eens met RET en voert ook nog zelfstandig verweer, kosten rechtens. 4.3. JCDecaux en CC voeren verweer. in de tussenkomsten 4.4. JCDecaux vordert: primair RET te gebieden het Gunningsbesluit voor perceel 1 in te trekken; RET te verbieden perceel 1 te gunnen aan een ander dan JCDecaux, althans voor zover RET perceel 1 nog wenst te gunnen; Het subsidiair gevorderde gebod van Global om JCDecaux uit te sluiten van verdere deelneming aan de aanbestedingsprocedure af te wijzen; subsidiair 4. RET te gebieden om het Gunningsbesluit voor perceel 1 in te trekken; 5. RET te gebieden om de Concessieopdracht, ten minste voor wat betreft perceel 1, opnieuw aan te besteden, althans voor zover RET de Concessieopdracht nog wenst te gunnen; primair en subsidiair 6. RET te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 4.5. CC vordert om RET te gebieden om het Gunningsbesluit te bekrachtigen binnen zeven dagen na het te wijzen vonnis in de hoofdzaak, met veroordeling van Global in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 4.6. Global, RET en CC voeren verweer tegen de vorderingen in de tussenkomst van JCDecaux. Global en JCDecaux voeren verweer tegen de vordering in de tussenkomst van CC. RET voert geen verweer tegen de vordering in de tussenkomst van CC. 5De beoordeling in de hoofdzaak 5.1. Als eerste merkt de voorzieningenrechter op dat de primaire vordering 1 en de subsidiaire vorderingen 4 en 7 van Global zich niet alleen uitstrekken over perceel 1, maar ook over percelen 2 en 3. Het gaat in dit kort geding in de kern echter alleen gaat om perceel 1, perceel 3 is (nog) niet gegund. 5.2. Volgens Global moet primair heraanbesteding plaatsvinden, omdat RET in de concessie voor buitenreclame de fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht heeft geschonden. Daartoe stelt Global dat: sprake is van een onduidelijk toetsingskader. Meer in het bijzonder stelt zij dat de beoordelingsmethodiek van de ervaringseisen (door partijen ook de geschiktheidseisen genoemd) niet duidelijk is en dat RET de ervaringseisen niet/gebrekkig heeft toegepast; RET tussentijds ervaringseis 3 (‘Ervaring met het aanbrengen en verwijderen van voertuigreclame/ voertuigbestickering’) heeft gewijzigd/geschrapt. Als Global ten tijde van de inschrijving hiermee bekend was geweest had zij anders ingeschreven op de aanbesteding en andere inschrijvers mogelijk ook; RET niet transparant heeft gecommuniceerd over het aantal daadwerkelijk te exploiteren reclamevlakken in metrovitrines/-panels (876 in plaats van 550). Als Global hiermee voor inschrijving bekend was geweest had zij anders ingeschreven op de aanbesteding en andere inschrijvers mogelijk ook. 5.3. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. 5.4. De stellingen van Global en het gemotiveerde verweer van RET en (o.a.) CC daartegen, brengen mee dat de aanbestedingsstukken moeten worden uitgelegd. Die uitleg moet plaatsvinden aan de hand van de zogenaamde CAO-norm. Deze norm houdt in dat een bepaling naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd, waarbij in beginsel de bewoordingen van de bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van die bepaling en de overige aanbestedingsstukken, van doorslaggevende betekenis zijn, met dien verstande dat het daarbij aankomt op wat een normaal oplettende en goed geïnformeerde inschrijver daaruit mocht begrijpen. 5.5. Verder zijn de aanbestedingsrechtelijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling van inschrijvers van toepassing (Succhi di Frutta arrest, HvJ EU 29 april 2004, zaak C-496/99 en de artikelen 1.8 en 1.9 van de Aanbestedingswet 2012) Dit betekent dat de bepalingen in de aanbestedingsstukken op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze moeten worden geformuleerd waardoor normaal oplettende inschrijvers deze op dezelfde manier interpreteren. 5.6. bespreking van de bezwaren in 5.2 a en b 5.6.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de aanbestedingsstukken zo moeten worden begrepen dat een inschrijver op perceel 1 de vrijheid heeft om op het relatief kleine onderdeel van perceel 1 dat ziet op voertuigreclame en -bestickering – onderdeel 3 – met een nultarief in te schrijven. In dat geval hoeft de inschrijver niet te voldoen aan de gestelde algemene en specifieke eisen voor dit object, waaronder in dit geval de corresponderende ervaringseis 3. Als zo’n inschrijver de aanbesteding wint, komt er alleen voor het onderdeel waarop met een nultarief is ingeschreven een nieuwe, aparte aanbesteding. Dit volgt uit het antwoord van RET op de vragen 3 en 181 NvI en was daarmee reeds in de inlichtingenfase afdoende helder. Van een normaal oplettende en goed geïnformeerde inschrijver mag verwacht worden dat hij/zij de tijdens de inlichtingenfase door de aanbestedende dienst en dus voorafgaand aan de inschrijving verstrekte informatie zo begrijpt en meeneemt in de inschrijving. RET heeft de beoordeling van de inschrijvingen ook overeenkomstig de aanbestedingsstukken en haar antwoorden op de vragen 3 en 181 NvI uitgevoerd. Wat Global in haar pleitnota in randnummer 5 aanstipt is verder niet relevant in dit kader, omdat het daarin genoemde voorbeeld het aangepast inschrijven op een minimumeis betreft. Dat is hier niet aan de orde. 5.6.2. Toegespitst op CC betekent het voorgaande dat het haar was toegestaan om op het onderdeel voertuigreclame en -bestickering met een nultarief in te schrijven en dat zij daarom niet hoeft te voldoen aan de corresponderende ervaringseis 3 van het object. Het zou ook in strijd met het proportionaliteitsbeginsel zijn als RET, in de gegeven situatie, voor dat relatief kleine, en van onderdelen 1 en 2 af te kaderen, onderdeel 3 had vastgehouden aan de daarvoor geldende ervaringseisen of CC had uitgesloten vanwege het niet voldoen aan die eisen, terwijl CC dat onderdeel niet wilde gaan exploiteren. Het toepassen van ervaringseis 3 in het kader van de door CC op onderdelen 1 en 2 van perceel 1 uit te voeren opdracht oordeelt de voorzieningenrechter ook als onredelijk. De voorzieningenrechter heeft daarbij de algemene functie van ervaringseisen in het aanbestedingsrecht mede in aanmerking genomen. De stellingen van Global die zouden moeten onderschrijven dat niet op slechts één of twee onderde(e)l(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.