Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10-162915-21 Datum uitspraak: 30 mei 2024 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres], ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [detentieadres], raadsman mr. G.N. Weski, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 3 februari 2022, 19, 21 en 25 maart 2024 en 30 mei
(12p)’ op 19 mei 2021 om 22:49 uur heeft ingelogd op het Binance account van [naam 16]. De rechtbank concludeert hieruit dat [medeverdachte 2] met zijn telefoon toegang had tot en kon beschikken over het Binance account van [naam 16] en dat hij degene is geweest die op 19 mei 2021 het geld van de aangever heeft omgezet in bitcoins en heeft weggeboekt. [medeverdachte 2] was immers op het account van [naam 16] ingelogd om 22.49 uur, terwijl slechts enkele minuten later, om 22.56 uur, vanaf dat account bitcoins zijn gekocht en weggeboekt. Omdat uit onderzoek is gebleken dat de aankopen van zowel het account van [naam 15] als het account van [naam 16] zijn gedaan met een device met dezelfde kenmerken, concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 2] ook het geld op het account van [naam 15] heeft omgezet in bitcoins en weggeboekt. De verdachte heeft dus op zijn Binance account 0,08855 bitcoin ontvangen die is gekocht met het geld dat is verkregen door de oplichting van de aangeefster en via een katvangersaccount, dat werd beheerd door [medeverdachte 2], op zijn account is gekomen. Daarmee is sprake van het verbergen en/of verhullen van de werkelijke aard en herkomst van de bitcoins. De rechtbank concludeert dat, anders dan de verdediging heeft betoogd, de verdachte ook wist dat de door hem ontvangen bitcoins uit bankhelpdeskfraude afkomstig waren. De verdachte maakte immers deel uit van dezelfde dadergroep als [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] die het met bankhelpdeskfraude verkregen geld uitgaf of wegsluisde en verdeelde onder de betrokken daders. Gezien het vorenstaande wordt de verdachte aangemerkt als medepleger van het witwassen van 0,08855 bitcoin. Zaak Assen, aangever [aangeefster 5] (feit 6) Op 22 april 2021 is geprobeerd aangeefster [aangeefster 5] op te lichten, gepleegd conform de hiervoor beschreven modus operandi. Zij werd gebeld door het telefoonnummer [telefoonnummer 1] dat vaker werd gebruikt en op het kladblok stond dat is aangetroffen in de woning van [medeverdachte 1]. Haar bankpas en digipas zouden door een koerier worden opgehaald met de naam [naam 8]. Omdat de aangeefster het niet vertrouwde, heeft zij de politie gebeld. Op het afgesproken tijdstip zag de politie een auto aan komen rijden met twee personen erin. Nadat de bijrijder was uitgestapt, heeft de politie de bestuurder staande gehouden. De bestuurder was [medeverdachte 6]. De bijrijder stelde zich aan de aangeefster voor als [naam 8] en nadat hij een envelop van haar in ontvangst had genomen, heeft de politie hem aangehouden. De koerier bleek [naam 17] te zijn. De verdachte heeft, in het uur voordat [naam 17] arriveerde bij de aangeefster, vijf keer naar hem gebeld. Op het moment dat de politie [medeverdachte 6] staande hield, heeft de verdachte sms-berichten naar [naam 17] gestuurd met de tekst: ‘ga niet naar de auto, van [naam 18] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 6]), politie vraagt rijbewijs’. [naam 17] heeft verklaard dat hij een bankpas bij de aangeefster ging ophalen, dat hij daartoe werd aangestuurd en dat hij de benodigde gegevens had doorgekregen. Gezien de hoeveelheid telefonische contacten tussen de verdachte en [naam 17] kort voorafgaand aan zijn ontmoeting met de aangeefster en de instructie die de verdachte tijdens het ophalen van de bankpas aan hem gaf, concludeert de rechtbank dat de verdachte degene is geweest die [naam 17] aanstuurde. Dit past ook bij de hiervoor beschreven sturende en coördinerende rol van de verdachte bij de bankhelpdeskfraudes en het geven van instructies tijdens de uitvoering daarvan aan de andere, op dat moment betrokken spelers in de fraudeconstructie. De verdachte leverde daarmee een wezenlijke bijdrage aan deze poging tot oplichting, zodat hij als medepleger daarvan wordt aangemerkt. 5.3.3. Bewijswaardering feit 4 (witwassen) Standpunt verdediging De verdachte moet worden vrijgesproken van dit feit. De goederen hebben geen criminele herkomst, maar zijn door hem gekocht met geld dat hij legaal verdiende of zijn van anderen. Juridisch kader Voor een veroordeling van witwassen zoals neergelegd in artikel 420bis, eerste lid, onder a en b, Sr dient te worden bewezen dat het tenlastegelegde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is voor een bewezenverklaring van het bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf” niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het tenlastegelegde voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf", kan, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is daarbij aan het openbaar ministerie om bewijs hiervoor aan te dragen. Indien door het openbaar ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Indien de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden. Beoordeling De hiervoor beschreven modus operandi van de door de verdachte en de medeverdachten gepleegde bankhelpdeskfraude rechtvaardigt het vermoeden dat de op de tenlastelegging vermelde goederen alle uit misdrijf afkomstig zijn. De verdachten kochten immers luxegoederen met de bankpassen die zij van de aangevers ontfutseld hadden en die buit werd verdeeld onder de daders. Bij de verdachte zijn veel van dat soort luxe goederen aangetroffen. Gelet hierop mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft over de herkomst van de goederen. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat twee paar schoenen (Louis Vuitton) en een rode bodywarmer (Dior) van zijn broertje zijn, de mintgroene jas (Louis Vuitton) van een bekende van hem is en dat hij het geldbedrag van € 950,- heeft verdiend met legale werkzaamheden en van zijn bankrekening heeft opgenomen. Deze verklaring van de verdachte is concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Verder vindt zijn verklaring geen weerlegging in de bewijsmiddelen en is er door het openbaar ministerie geen nader onderzoek gedaan naar de verklaring van de verdachte. Dit betekent dat niet kan worden uitgesloten dat de genoemde voorwerpen een legale herkomst hebben. De verdachte zal daarom (partieel) worden vrijgesproken van het witwassen van deze voorwerpen. De verdachte heeft wat betreft de andere goederen op de tenlastelegging verklaard dat hij die heeft gekocht van zijn salaris, maar deze verklaring niet geconcretiseerd of nader onderbouwd. Hij heeft dan ook geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de goederen - ondanks het vermoeden van witwassen - een legale herkomst hebben. Het vermoeden van witwassen is hierdoor onvoldoende ontkracht. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat het niet anders kan zijn dan dat de ten laste gelegde goederen - middellijk of onmiddellijk - uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte hiervan wetenschap heeft gehad. Het verweer wordt in zoverre verworpen. Conclusie De verdachte wordt partieel vrijgesproken van het witwassen van twee paar schoenen (Louis Vuitton), een rode bodywarmer (Dior), mintgroene jas (Louis Vuitton) en het geldbedrag van € 950,-. Het overige aan de verdachte onder 4 tenlastegelegde is wettig en overtuigend bewezen. 5.3.4. Bewijswaardering feit 7 (zaak Leads) Aan de verdachte wordt onder feit 7 onder meer verweten dat hij in de periode van 19 februari tot en met 14 september 2021, al dan niet samen met een ander of anderen, niet-openbare gegevens heeft verworven en/of voorhanden gehad (op de eerder genoemde iPhone 11 en op een USB stick die in de kamer van de verdachte is aangetroffen), terwijl hij bij het verwerven en/of voorhanden krijgen daarvan wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen. Standpunt verdediging De verdachte dient van dit feit te worden vrijgesproken. Het aan de verdachte gemaakte verwijt is gebaseerd op artikel 139g Sr. In dit artikel wordt - kort gezegd - strafbaar gesteld de heling van niet-openbare gegevens. Voor een bewezenverklaring van heling van niet-openbare gegevens is vereist dat kan worden vastgesteld dat deze gegevens door misdrijf zijn verkregen. Zie het arrest van het Hof Den Haag van 14 februari 2024 (ECLI:NL:GHDHA:2024:217). Bij de verdachte zijn leads aangetroffen. Van wie die gegevens afkomstig zijn en hoe die op zijn telefoons terecht zijn gekomen, kan niet kan worden vastgesteld. Er is dan ook niet gebleken dat de bij de verdachte aangetroffen leads afkomstig zijn uit enig misdrijf of dat de verdachte dit had moeten vermoeden. Beoordeling De verdachte heeft een grote hoeveelheid persoonsgegevens voorhanden gehad op zijn telefoon en een USB-stick. Het ging om lijsten met het geslacht en de initialen, namen, geboortedata, woonadressen, e-mailadressen, telefoonnummers en bankrekeningnummers van personen. De verdachte heeft een beroep gedaan op zijn zwijgrecht en geen verklaring afgelegd over de herkomst en de wijze waarop hij de beschikking heeft gekregen over deze leads. Ook is uit het onderzoek niet gebleken dat de verdachte deze leads uit eigen misdrijf heeft verkregen. Wel zijn in het dossier aanwijzingen te vinden dat door de verdachte en de medeverdachten leads zijn gekocht en zijn ook bij de medeverdachten leads aangetroffen. Het voorhanden hebben van leads past overigens binnen het kader van de door de verdachte en zijn medeverdachten gepleegde bankhelpdeskfraude, voor de uitvoering waarvan de daarin opgenomen persoonsgegevens het noodzakelijk beginpunt vormen. Niet valt in te zien hoe deze lijsten met persoonsgegevens, die vallen onder de bescherming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), overeenkomstig de daarin vervatte bepalingen op rechtmatige wijze in het bezit van de verdachte zijn gekomen. Reeds omdat het volstrekt onwaarschijnlijk is dat is voldaan aan de voor rechtmatige verstrekking vereiste toestemming van de betrokkenen om hun persoonsgegevens te gebruiken met een ander doel dan waarvoor deze zijn afgegeven, laat staan voor het plegen van bankhelpdeskfraude. Tegen deze achtergrond kan de rechtbank zich dan ook geen aannemelijk scenario voorstellen waarbij deze leads op een legale manier zijn verkregen en volgt daaruit de conclusie dat de verdachte op het moment van het voorhanden krijgen van die leads minst genomen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig waren. Het verweer wordt dan ook verworpen. Conclusie Het aan de verdachte onder 7 tenlastegelegde is wettig en overtuigend bewezen. 5.3.5. Bewijswaardering feit 5 (deelneming aan criminele organisatie) De rechtbank stelt voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr slechts dan sprake kan zijn, indien sprake is van een samenwerkingsverband dat bestaat uit twee of meer personen, met een zekere duurzaamheid en structuur, dat de verdachte tot dat samenwerkingsverband behoort en een aandeel heeft in gedragingen, dan wel die ondersteunt, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Niet is vereist dat deelnemers met alle personen in de organisatie samenwerken of alle personen in de organisatie kennen. Op grond van de bewezenverklaarde feiten in de afzonderlijke zaakdossiers en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen, stelt de rechtbank vast dat de verdachte zich samen met de medeverdachten, in wisselende samenstellingen, gedurende een periode van vijf maanden meerdere keren aan het plegen van bankhelpdeskfraude schuldig heeft gemaakt. Zoals hiervoor is overwogen, is een aanzienlijke mate van organisatie en samenwerking inherent aan dit feit. Er moesten gegevens van personen op leeftijd worden verkregen, de slachtoffers zijn gebeld, pincodes afhandig gemaakt, de pinpassen en digipassen of scanners opgehaald, er is ingelogd op hun digitale bancaire omgeving, er zijn geldbedragen overgeschreven van hun spaarrekening naar hun lopende bankrekening, opnamelimieten verhoogd, geldopnames met de bankpassen gedaan en/of goederen aangeschaft. Deze handelingen werden steeds door verschillende daders verricht, die via hun telefoons in nauw contact stonden met elkaar, ieder om hun eigen rol bij de bankhelpdeskfraude te kunnen uitvoeren voor het gezamenlijke doel: de bankrekeningen van de slachtoffers -zo snel mogelijk- leeghalen. Vervolgens werd een verdeling van ‘de opbrengst’ gemaakt. Veelal werd door één of meer van de daders gewinkeld met de pinpas van het slachtoffer en gaven andere daders hun bestelling door, waarna de gekochte goederen werden verdeeld onder de daders. Uit deze handelwijze blijkt dat sprake is geweest van een gestructureerd samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid, dat tot oogmerk had het plegen van bankhelpdeskfraude (bestaand uit het plegen van oplichting, computervredebreuk en witwassen). De rechtbank merkt de verdachte als deelnemer van dit samenwerkingsverband aan. Hij is steeds actief betrokken geweest bij de bankhelpdeskfraudes. Hij coördineerde de bankhelpdeskfraudes en stuurde de mededaders aan via snapchat of whatsapp. Met deze gedragingen heeft de verdachte een substantieel aandeel gehad in de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Het verweer wordt verworpen. Conclusie Het aan de verdachte onder 5 tenlastegelegde is wettig en overtuigend bewezen. 5.4. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 1. hij in periode van 19 mei 2021 tot en met 13 september 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, van voorwerpen te weten 0,08855 bitcoinde werkelijke aard en de herkomst heeft verborgen en/of verhulden een voorwerp, te weten 11.417 euro, heeft overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemd voorwerp gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte en zijn mededader(
- s)wist(en), dat die voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf; 2. hij op 1 juli 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk één of meer geautomatiseerde werken, te weten - een server en/of netwerk van een bank en/of - een server en/of netwerk in gebruik bij een bank en/of - een netwerk en/of een server die de bancaire omgeving host van [aangever 2], is binnengedrongen, doordat verdachte en/of zijn mededader(
- s)met behulp van inloggegevens toebehorende aan [aangever 2], behorende bij de bankrekeningen van die [aangever 2] is/zijn ingelogd op voornoemde geautomatiseerde werken, en vervolgens - binnen die geautomatiseerde werken overboekingen heeft/hebben verricht (van spaar- naar betaalrekening) en- de opnamelimiet van een (betaal/bank)rekening heeft/hebben verhoogd en - vanaf die (betaal/bank)rekening betalingen heeft/hebben verricht en- vanaf die (betaal/bank)rekening een pinopname heeft/hebben verricht; 3. hij in de periode van 10 mei 2021 tot en met 14 september 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtselsa. [naam 19] en [naam 20] en [aangever 2] enb. Rabobank heeft bewogen tot de afgifte van ad a. bankpas(sen) en/of (Rabo-)scanner(
- s)en/of pincode(
- s)en/of inloggegeven(
- s)en/ofad b. geldbedragen, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)toen aldaar met vorenomschreven oogmerk zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en in strijd met de waarheid ad a. voornoemde bankpas(sen)en/of (Rabo-)scanner(
- s)en/of pincode(
- s)en/of inloggegeven(
- s)onder valse voorwendselen verworven door zich voor te doen als (een) bonafide bankmedewerker(s), waardoor die [naam 19], [naam 20] en/of [aangever 2] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of (vervolgens) ad b. met die goederen en/of gegevens op de bankrekening(
- en)ingelogd als zijnde hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)die [naam 19] of [aangever 2], en/of vervolgens goederen en/of cryptovaluta aangekocht/betaald en/of pinopnames verricht, waardoor Rabobank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; 4. hij op of omstreeks 14 september 2021 te Huizen, althans in Nederland, voorwerpen, te weten - designerschoenen en- luxe kledingheeft voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte, wist, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf; 5. hij in de periode van 10 mei 2021 tot en met 14 september 2021 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie die werd gevormd door hem, verdachte, en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van bankhelpdeskfraude bestaande uit misdrijven, te weten - het plegen van computervredebreuk en- het plegen van oplichting en- het plegen van witwassen ; 6. hij op 22 april 2021 en/of 13 september 2021 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 21] en/of [aangeefster 5] te bewegen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten zijn/haar bankpas en Digi-kastje en zijn/haar pincode, voornoemde personen heeft gebeld en zich voorgedaan als bankmedewerker en/of gezegd dat de bankpas geblokkeerd moest worden en/of dat de bankpas nog diezelfde dag opgehaald zou worden door een koerier en/of dat de pincode gewijzigd of vernieuwd moest worden en daarbij gevraagd wat de oude pincode was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 7. hij in de periode van 19 februari 2021 tot en met 14 september 2021 te Almere en/of te Huizen, althans in Nederland niet-openbare gegevens, te weten lijsten van persoonsgegevens, te weten: geslacht en initialen en namen en geboortedata en woonadressen en e-mailadressen en telefoonnummers en bankrekeningnummers, van - 1262 personen (geboren tussen 1 januari 1940 en 27 december 1952), op een Apple Iphone 11 (B.2.3.4.1) en- 2439 personen (geboren tussen 1 januari 1945 en 5 juni 1965 en/of geboren tussen 21 september 1927 tot en met 15 januari 1985), op een USB-stick (C.03.03.001), voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van het voorhanden krijgen van deze gegevens redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 6Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: 1. medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd; 2 medeplegen van computervredebreuk; 3 medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd; 4 witwassen; 5. deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; 6. medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd; 7. niet-openbare gegevens voorhanden hebben, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze gegevens redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf zijn verkregen, meermalen gepleegd. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 7Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 8Motivering straf 8.1. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 8.2. Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft zich gedurende een periode van vijf maanden samen met anderen in georganiseerd verband schuldig gemaakt aan het plegen van bankhelpdeskfraude en twee pogingen daartoe. In ieder geval zes personen en een bank zijn daarvan het slachtoffer geworden en daarbij opgelicht voor een totaalbedrag van ongeveer € 200.000,-. De verdachte en zijn medeverdachten hebben doelbewust mensen van veelal hoge leeftijd uitgezocht als doelwit van hun frauduleuze praktijken. Zij maakten daarbij gebruik van illegaal verkregen lijsten met persoonsgegevens (leads), soms gesorteerd op leeftijd. De gebelde slachtoffers werd wijsgemaakt dat hun banktegoed gevaar liep en op slinkse en geraffineerde wijze werden zij gemanipuleerd om hun bankpas, pincode en digipas af te geven. De bankrekeningen van de slachtoffers werden vervolgens zo snel mogelijk leeggehaald door te pinnen bij de dichtstbijzijnde geldautomaat, de bankpas te gebruiken voor het aankopen van luxe merkartikelen of geld door te sluizen naar verschillende bitcoinaccounts. De fraudeconstructie was professioneel opgezet en core business voor de verdachte. Het dossier bevat concrete aanwijzingen dat het onderhavige aantal slachtoffers slechts een fractie is van het daadwerkelijke gedupeerden van de door de verdachte en zijn medeverdachten gepleegde bankhelpdeskfraudes. De rechtbank rekent de verdachte zijn berekenende, doortrapte en enkel op geld beluste handelen ernstig aan. De verdachte en zijn medeverdachten hebben moedwillig misbruik gemaakt van het gewekte vertrouwen bij kwetsbare slachtoffers, door hen te overrompelen met een leugen en zo uit hun evenwicht te brengen. Zij kozen hun slachtoffers uit op hun hoge leeftijd. Zij hebben zodoende niet alleen het geld van de slachtoffers afgenomen -in sommige gevallen hadden de slachtoffers niets meer op hun bankrekeningen staan en konden zij zelfs geen boodschappen meer doen-, maar ook hun zelfvertrouwen en gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens in ernstige mate aangetast, zoals blijkt uit de aangiftes van de slachtoffers. Verder hebben veel slachtoffers verklaard dat het handelen door de verdachte en zijn mededaders voor gevoelens van schaamte, stress en angst hebben gezorgd. De verdachte heeft geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn handelen genomen. Daarnaast is bankhelpdeskfraude een misdrijf dat het vertrouwen ondermijnt dat rekeninghouders in het algemeen in het betalingsverkeer en het bankwezen mogen hebben. Dit vertrouwen is van groot belang voor het maatschappelijk en economisch verkeer. Ook leidt bankhelpdeskfraude tot hoge kosten voor de banken. De verdachte heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelen, maar alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin: een makkelijke manier om snel aan veel geld te komen om een luxe leventje met dure kleding en spullen te bekostigen. 8.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 8.3.1. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 februari 2024, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten. 8.3.2. Rapportages Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 januari 2022 en een voortgangsverslag gedateerd 12 maart 2024. De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van deze rapporten. Uit het voortgangsverslag blijkt het volgende. De verdachte is in loondienst in één van de bedrijven van zijn vader en woont bij zijn ouders. Er lijkt geen financiële nood aan de delicten ten grondslag te liggen. Mogelijk speelde een hang naar snel geld en/of status binnen de vriendengroep een rol. De verdachte heeft zich gedurende de meldplichtgesprekken met de reclassering gehouden aan de afspraken. Het contact met de reclassering wordt over het algemeen positief ervaren. Hij stelde zich open en meewerkend op, maar is terughoudend over zijn aandeel in de zaak en vindt eigenlijk dat zijn omgang met verkeerde vrienden zijn enige fout is. De verdachte heeft een ambulante behandeling bij De Waag gevolgd gericht op de risicodomeinen gevoeligheid voor en invloed van het netwerk en het verkrijgen/vergroten van inzicht in probleemgedrag en verantwoordelijkheidsgevoel. Ondanks het feit dat de verdachte zich heeft gehouden aan de opgelegde bijzondere voorwaarden is hij wederom aangehouden op verdenking van soortgelijke feiten. 8.4. Strafmaatverweer verdediging De verdediging heeft verzocht om in strafverminderende zin mee te wegen dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn met zes maanden. 8.5. Conclusies van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat vanwege de aard, ernst en duur van de bewezen verklaarde feiten niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf van forse duur. Daarbij wegen het doelbewust kiezen van kwetsbare slachtoffers, de doortrapte werkwijze, de professioneel opgezette fraude, de aansturende rol die de verdachte daarin had en de omvang van de schade zwaar mee. Redelijke termijn Op grond van artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden dient een verdachte binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdediging op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. De redelijke termijn is in de onderhavige zaak aangevangen op 14 september 2021, de dag waarop de verdachte is aangehouden. Dat betekent dat het eindvonnis ruim tweeëneenhalf jaar na aanvang van de redelijke termijn is gewezen. De rechtbank is evenwel van oordeel dat in deze zaak sprake is geweest van bijzondere omstandigheden, die de overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigen. Het betreft een omvangrijke zaak met meerdere verdachten en waarin mede op verzoek van de verdediging veel getuigen zijn gehoord. Dit betekent dat de redelijke termijn niet is geschonden. De rechtbank houdt wel in licht strafverminderende zin rekening met het tijdsverloop sinds de aanhouding van de verdachte. Gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en omdat de verdachte van twee bankhelpdeskfraudes wordt vrijgesproken, komt de rechtbank tot een lagere strafoplegging dan de officier van justitie heeft geëist. Alles afwegend acht de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om de voorlopige hechtenis op te heffen, zoals de raadsman heeft verzocht. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv. 9In beslag genomen voorwerpen 9.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de op de beslaglijst (van 11 maart 2024) vermelde de zwarte iPhone 11, blauwe iPhone 12, zwarte iPhone A1778 en roze USB-stick te onttrekken aan het verkeer en alle overige op de blz. 1 tot en met 3 vermelde voorwerpen (kleding, schoenen, accessoires, sieraden, cadeaukaarten en € 24.490,- (bitcoins)) verbeurd te verklaren. 9.2. Standpunt verdediging De verdediging heeft verzocht een last te geven tot teruggave van alle luxe goederen aan de verdachte en zich wat betreft de telefoons gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 9.3. Beoordeling De in beslag genomen voorwerpen behoren aan de verdachte toe. Ten aanzien van de in beslag genomen twee paar schoenen van het merk Louis Vuitton, een rode bodywarmer van het merk Dior, een mintgroene jas van het merk Louis Vuitton en zwarte iPhone A1778 zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte, nu niet is komen vast te staan dat deze voorwerpen verband houden met de bewezen verklaarde feiten. De overige kleding, schoenen, accessoires, sieraden, cadeaukaarten en € 24.490,- zijn geheel of grotendeels verkregen uit de door hem (mede)gepleegde, bewezen verklaarde feiten, Deze voorwerpen zullen daarom worden verbeurd verklaard. De in beslag genomen zwarte iPhone 11, blauwe iPhone 12 en roze USB-stick bevatten lijsten met persoonsgegevens en/of andere gegevens die zijn gebruikt bij het plegen van de feiten. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten. De telefoons en USB-stick zullen daarom worden onttrokken aan het verkeer. 10Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen 10.1. Benadeelde partijen Als benadeelde partijen hebben zich ter zake van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten in het geding gevoegd: a.
- a)de Volksbank N.V. (hierna ook: de Volksbank), tevens handelende onder de naam SNS, gevestigd te Utrecht De Volksbank vordert een bedrag van € 37.293,- aan materiële schade, bestaande uit: -schadeloosstelling van de slachtoffers [aangever 3] (€ 1.570,-) en [slachtoffer 2] (€ 34.523,-); -onderzoekskosten ten bedrage van € 1.200,-.
- b)Coöperatieve Rabobank U.A. (hierna ook: Rabobank), gevestigd te Utrecht Rabobank vordert een bedrag van € 200.995,- aan materiële schade, bestaande uit: -schadeloosstelling van de slachtoffers [slachtoffer 3] (€ 5.000,-), [slachtoffer 4] (€ 5.000,-), [slachtoffer 5] (€ 19.720,-), [slachtoffer 6] (€ 33.500,-), [slachtoffer 7] (€ 189.338,-) en [slachtoffer 8] (€ 11.417,-); - onderzoekskosten ten bedrage van € 720,-.
- c)[slachtoffer 8], wonende te Utrecht [slachtoffer 8] vordert een bedrag van € 10.300,-, bestaande uit: -een bedrag van € 300,- aan materiële schade ter zake van een verkeersboete de hij heeft gekregen, omdat hij belde tijdens het fietsen. Hij was aan de telefoon met de nepbankmedewerker en was in paniek, omdat zij had gezegd dat er fraude met zijn bankrekening werd gepleegd, waardoor hij het telefoongesprek niet wilde verbreken; -€ 10.000,- aan immateriële schade wegens angstgevoelens en slapeloosheid. 10.2. Beoordeling Ad
- a)de Volksbank De verdachte is vrijgesproken van de ten laste gelegde oplichtingen van de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], waaruit de gevorderde schade van totaal € 37.293,- zou zijn ontstaan. De Volksbank wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Nu de Volksbank niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal zij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil. Ad
- b)Rabobank Rabobank wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vorderingen ter zake van schadeloosstelling van de slachtoffers [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] wegens oplichting, omdat die oplichtingen niet aan de verdachte zijn ten laste gelegd. Rabobank heeft gemotiveerd en met stukken onderbouwd dat zij als gevolg van de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 200.755,-, doordat zij de slachtoffers [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] schadeloos heeft gesteld. Dit bedrag wordt daarom toegewezen. Ook de post ‘onderzoekskosten’ komt voor toewijzing in aanmerking. Rabobank heeft voldoende onderbouwd welke verrichtingen er hebben plaatsgevonden om de geleden schade te herstellen. Verder komt het opgevoerde bedrag van € 120,- per zaak de rechtbank niet onredelijk voor. Omdat schadevergoeding word toegewezen in twee dossiers is aan onderzoekskosten een bedrag van € 240,- toewijsbaar. In totaal zal dus een bedrag van € 200.995,- worden toegewezen. Rabobank heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente over: -€ 189.338,- vanaf 26 juli 2021; -€ 11.417,- vanaf 16 augustus 2021; -€ 240,- vanaf 16 juli 2021 (de datum waarop Rabobank aangifte heeft gedaan). Nu de vordering van Rabobank (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door Rabobank gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Ad
- c)[aangever 2] De rechtbank is van oordeel dat de verkeersboete die aan [aangever 2] is opgelegd rechtstreeks verband houdt met de bewezen feiten en dat die schade daarom voor vergoeding in aanmerking komt. De verkeersboete bedraagt € 109,-. Dit bedrag zal worden toegewezen. [aangever 2] zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering voor zover die ziet op het ter zake meer gevorderde. [aangever 2] heeft ook een vergoeding van immateriële schade wegens nadelige, psychische gevolgen gevorderd. Art. 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek geeft een limitatieve opsomming van gevallen waarin deze bepaling recht geeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, te weten onder meer in geval van aantasting in de persoon op andere wijze, waarvan in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. De vordering van [aangever 2] is hierop gebaseerd. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. [aangever 2] heeft in zijn vordering en op de zitting naar voren gebracht dat hij als gevolg van de bankhelpdeskfraude nog steeds last heeft van angstgevoelens, slapeloosheid en nachtmerries, dat zijn vertrouwen in de medemens is geschaad en dat hij angstig wordt als de telefoon gaat. Hij heeft geen objectief bewijs geleverd voor het gestelde psychisch letsel. Naar het oordeel van de rechtbank is in het onderhavige geval echter sprake van een situatie waarin de aard en de ernst van de normschendingen door de verdachte en zijn mededaders meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor [aangever 2] zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in persoon op andere wijze. Er is immers sprake van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De verdachte en zijn mededaders hebben bewust slachtoffers op leeftijd gekozen en op een zeer geraffineerde wijze misbruik gemaakt van deze kwetsbare personen. Zij hebben de slachtoffers voorgelogen dat zij financieel gevaar liepen en zij als bankmedewerkers degenen waren die hen daarbij konden helpen. Zij hebben soms uren met de slachtoffers aan de telefoon gezeten, ook in het geval van [aangever 2], en op hen ingepraat om hun vertrouwen te winnen en de pincode te bemachtigen en ze zijn bij de slachtoffers thuis de bankpassen gaan ophalen. Uit hun verklaringen bij de rechter-commissaris blijkt dat vrijwel alle slachtoffers, net als [aangever 2], nadelige, psychische gevolgen ondervinden van de feiten, zoals angstgevoelens, stress, slapeloosheid, nervositeit, schaamte en wantrouwen. De geleden immateriële schade komt dan ook voor vergoeding in aanmerking. Gelet op alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank vergoeding van een bedrag van € 500,00 aan immateriële schade billijk. In totaal zal dus een bedrag van € 609,- worden toegewezen. [aangever 2] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente over € 609,- vanaf 1 juli 2021. Nu de vordering van [aangever 2] deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door [aangever 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Hoofdelijke aansprakelijkheid (ter zake van b en
- c)Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met zijn mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover een mededader een benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens die benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd. Schadevergoedingsmaatregel (ter zake van b en
- c)De rechtbank acht oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr passend en geboden. De schadevergoedingsmaatregel zal ook worden opgelegd inzake de toegewezen vordering van Rabobank. Het gaat hier weliswaar om een professionele bank die in staat moet worden geacht met eigen incassomogelijkheden haar vorderingen op de verdachte en de medeverdachten te verhalen, maar de wetgeschiedenis en de jurisprudentie geven geen aanleiding om de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel te beperken tot natuurlijke personen of (rechts)personen die die mogelijkheid niet hebben. In deze zaak weegt de rechtbank mee dat het grootste deel van haar vordering ziet op de schade die haar klanten, natuurlijke personen, hebben geleden. Als deze klanten afzonderlijk hun vorderingen hadden ingediend, had oplegging van de schadevergoedingsmaatregel waarschijnlijk niet ter discussie gestaan. Ook is van belang dat de bank terugbetaling vordert van de kosten die zijn gemaakt om de schade van de klanten te vergoeden. De bank is hiertoe niet verplicht, zij heeft dit uit coulance gedaan. Daardoor hebben de slachtoffers in deze zaak op korte termijn hun verdwenen banktegoeden vergoed gekregen en hebben zij niet hoeven wachten op de uitkomst van deze zaak. Ook hoefden zij niet meer zelf een vordering in te stellen en is hen het daarmee gepaarde papierwerk bespaard gebleven. Wanneer de bank deze tegoeden zelfstandig zou moeten terugvorderen bij verdachten van dergelijke misdrijven, neemt die bereidheid tot coulancevergoedingen in de toekomst wellicht af. De rechtbank acht dat onwenselijk. 11Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 33, 33a, 33b, 36b, 36c, 36f, 45, 47, 57, 63, 138ab, 139g, 140, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht. 12Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 13Beslissing De rechtbank: verklaart de dagvaarding geldig; verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; beslist en aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:- verklaart de zwarte iPhone 11, blauwe iPhone 12 en roze USB-stick onttrokken aan het verkeer; - gelast de teruggave aan de verdachte van twee paar schoenen van het merk Louis Vuitton, een rode bodywarmer van het merk Dior, een mintgroene jas van het merk Louis Vuitton en de zwarte iPhone A1778; - verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 t/m 5: alle overige kleding, schoenen, accessoires, sieraden, cadeaukaarten en € 24.490,- vermeld op blz. 1 tot en met 3 van de beslaglijst; Ten aanzien van de benadeelde partij de Volksbank N.V. verklaart de benadeelde partij de Volksbank niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij de Volksbank in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt en begroot deze kosten op nihil; Ten aanzien van de benadeelde partij Coöperatieve Rabobank U.A., veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s), des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij Rabobank te betalen een bedrag van € 200.995,00 (zegge: tweehonderdduizend negenhonderdvijfennegentig euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 189.338,- vanaf 26 juli 2021, € 11.417,- vanaf 16 augustus 2021 en € 240,- vanaf 16 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij Rabobank niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van Rabobank te betalen € 200.995,00 (zegge: tweehonderdduizend negenhonderdvijfennegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente over € 189.338,- vanaf 26 juli 2021, € 11.417,- vanaf 16 augustus 2021 en € 240,- vanaf 16 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 200.995,00 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 364 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op; Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij ] veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s), des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde partij ] te betalen een bedrag van € 109,00 (zegge: honderdnegen euro) aan materiële schade en € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 609,00 vanaf 1 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij ] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij ] te betalen € 609,00 (hoofdsom, zegge: zeshonderdnegen euro), vermeerderd met de wettelijke rente over € 609,00 vanaf 1 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 609,00 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op; Ten aanzien van de benadeelde partijen Rabobank en [benadeelde partij ] verstaat dat betaling aan een benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader/mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van die benadeelde partij en omgekeerd; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partijen Rabobank en [benadeelde partij ] gemaakt, tot op heden aan de zijde van deze benadeelde partijen begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, voorzitter, en mrs. T.M. Riemens en R.H. Kroon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Aagaard, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 30 mei 2024. Bijlage I Tekst nader omschreven tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 april 2021 (aangeefster [aangeefster 1], zaak Volksbank) tot en met 13 september 2021, te Hoogeveen, Amsterdam, Utrecht, Grou, en/of Almere en/of Huizen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) van een of meer voorwerp(
- en)te weten cryptovaluta (zijnde 0,08855 bitcoin, zaak Grou) en/of (tenminste) 45.940 euro (zijnde het totaal van 34.523 euro aangever [aangeefster 1], zaak Volksbank; en/of 11.417 euro, zaak Utrecht), althans één of meerdere geldbedragen, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd(
- e)voorwerp(
- en)was/waren en/of heeft verborgen en/of verhuld wie voornoemd(
- e)voorwerp(
- en)voorhanden heeft/hebben gehad en/of (een) voorwerp(en), te weten de/het zojuist benoemde voorwerp(en), heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemd(
- e)voorwerp(
- en)gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en), althans redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden, dat/die voorwerp(
- en)— onmiddellijk of middellijk — afkomstig was/waren uit enig(
- e)misdrijf/misdrijven; 2. hij op één of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 20 april 2021 (zaak Volksbank, aangifte [aangeefster 1]) tot en met 14 september 2021 te Hoogeveen, Amsterdam, Utrecht en/of Almere en/of Huizen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van) één of meer geautomatiseerd(
- e)werk(en), te weten - een server en/of netwerk van een bank en/of - een server en/of netwerk in gebruik bij een bank en/of - een netwerk en/of een server die de bancaire omgeving host van [aangeefster 1] en/of [aangever 2], is/zijn binnengedrongen, doordat verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) met behulp van één of meerdere (verkregen) pincode(
- s)en/of inloggegeven(
- s)(toebehorende aan [aangeefster 1] en/of [aangever 2]), (behorende bij de bankrekening(
- en)van die [aangeefster 1] en/of [aangever 2]) en/of behorende bij één of meer andere bankrekening(
- en)van één of meer andere perso(o)n(
- en)dan verdachte en/of zijn mededader(
- s)is/zijn ingelogd op voornoemde geautomatiseerd (
- s)werk(en), en (vervolgens) - binnen die geautomatiseerde werken overboekingen heeft/hebben verricht (van spaar- naar betaalrekening) en/of - de opnamelimiet van (een) (betaal/bank) rekening(
- en)heeft/hebben verhoogd en/of - vanaf (die) (betaal/bank)rekening(
- en)betaling(
- en)heeft/hebben verricht en/of - vanaf (die) (betaal/bank)rekening(
- en)pinopnames heeft/hebben verricht; 3. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 maart 2021 (zaak Volksbank, aangifte [aangever 3]) tot en met 14 september 2021, te Almere, Hoogeveen, Amsterdam, Veenendaal, Biddinghuizen, Uden, Utrecht, en/of Huizen althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels a. [aangever 3] (geboren 1942) en/of [aangeefster 1] (geboren in 1943) en/of [naam 19] en/of [naam 20] (geboren 1940) en/of [aangever 2] (geboren 1960) en/of b. de Volksbank en/of SNS Bank en/of Rabobank en/of één of meer andere bank(
- en)(telkens) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van ad a. bankpas(sen) en/of digipas(sen) en/of (Rabo-)scanner(
- s)en/of pincode(
- s)en/of inloggegeven(
- s)en/of ad b. één of meer geldbedrag(en), hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid meermalen, althans éénmaal, (telkens) ad a. voornoemde bankpas(sen), digipas(sen) en/of (Rabo-)scanner(
- s)en/of pincode(
- s)en/of inloggegeven (
- s)onder valse voorwendselen verworven door zich voor te doen als (een) bonafide bankmedewerker(s), waardoor die [aangever 1], [aangeefster 1], [naam 19] en/of [aangever 2] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of (vervolgens) ad b. met die goederen en/of gegevens op de bankrekening(
- en)ingelogd als zijnde hij, verdachte, en/of zijn mededader(
- s)die [aangever 1], [aangeefster 1], [naam 19] of [aangever 2], en/of (vervolgens) (digitaal) één of meerdere goederen en/of cryptovaluta aangekocht/betaald en/of pinopnames verricht, waardoor de Volksbank en/of SNS Bank en/of Rabobank en/of één of meer andere bank(
- en)werd(
- en)bewogen tot bovenomschreven afgifte; 4. hij op of omstreeks 14 september 2021 te Huizen, althans in Nederland, voorwerpen, te weten - een of meerdere designerschoen(
- en)(Louis Vuitton, Louboutin, Prada, Balenciaga, Nike, Dior, Hermès Paris, Gucci) en/of - ( luxe) kleding (Dior, Louis Vuitton, OffWhite, Moncler, Palm Angels, Heron Preston, Black Bananas, Prada, Fendi, Emporio Armani, Givenchy, Gucci, Balmain) en/of - ongeveer 950 euro contant geld, althans een geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemd(
- e)voorwerp(
- en)gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf; 5. hij in of omstreeks de periode van 10 mei 2021 (zaak Veenendaal) tot en met 14 september 2021 te Almere en/of diverse andere plaatsen, althans in Nederland, (telkens) heeft deelgenomen aan een organisatie die werd gevormd door hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van bankhelpdeskfraude bestaande uit misdrijven, te weten (onder meer) - het plegen van computervredebreuk (artikel 138ab Wetboek van Strafrecht) en/of - het plegen van oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en/of - het plegen van witwassen (artikel 420bis Wetboek van Strafrecht); 6. hij op of omstreeks 22 april 2021 (zaak Assen) en/of 13 september 2021 te ’t Zand, gemeente Schagen en/of Aaiden, gemeente Coevorden en/of te Almere en/of Huizen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, telkens, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een) perso(o)n(
- en)([naam 21], geboren in 1949, en/of [aangeefster 5] , geboren in 1960), te bewegen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten zijn/haar bankpas en/of Digi-kastje en/of zijn/haar pincode, voornoemde perso(o)n(en)heeft/hebben gebeld en/of zich voorgedaan als bankmedewerker en/of gezegd dat de bankpas geblokkeerd moest worden en/of dat de bankpas nog diezelfde dag opgehaald zou worden door een koerier en/of dat een afspraak gemaakt zou worden om een nieuwe bankpas aan te vragen en/of dat de pincode gewijzigd of vernieuwd moest worden en daarbij gevraagd wat de oude pincode was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 7. hij op één of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 19 februari 2021 tot en met 14 september 2021 te Almere en/of te Huizen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, niet-openbare gegevens, te weten (een) lijst(
- en)van persoonsgegevens, te weten: geslacht en/of initialen en/of namen en/of geboortedata en/of woonadressen en/of e-mailadressen en/of telefoonnummers en/of bankrekeningnummers, van - 1262 personen (geboren tussen 1 januari 1940 en 27 december 1952), op een Apple Iphone 11 (B.2.3.4.1) en/of - 2439 personen (geboren tussen 1 januari 1945 en 5 juni 1965; en/of geboren tussen 21 september 1927 tot en met 15 januari 1985), op een USB-stick (C.03.03.001), a. heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist(
- en)of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen, en/of b. ter beschikking van een ander heeft gesteld, aan een ander bekend heeft gemaakt of uit winstbejag voorhanden heeft gehad of heeft gebruikt, terwijl hij en/of zijn mededader(
- s)wist (
- en)of redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat het door misdrijf verkregen gegevens betreft.