← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2024:5968

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/260491-23 Datum uitspraak: 30 april 2024 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 2004, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres 1] , [postcode] [woonplaats] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] , locatie [detentielocatie] , raadsman mr. B.J.W. Tijkotte, advocaat te Koog aan de Zaan. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 april

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Kort gezegd wordt de verdachte verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffingen in woningen aan de Jensiusstraat in Rotterdam (feit 1), aan de Ericastraat in Capelle aan den IJssel (feit 2), aan de Hazenkamp in Reuver (feit 3) en in panden aan de Leutherweg en de Zwarteweg in Venlo (feit 4) 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. E. Verhoeven-Ivankovic heeft gevorderd: vrijspraak van het onder 1 en 4 ten laste gelegde; bewezenverklaring van het onder 2 en 3 ten laste gelegde (met uitzondering van het ten laste gelegde te duchten levensgevaar); veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, meewerken aan een ambulante behandeling, een contactverbod met de medeverdachten en slachtoffers en andere voorwaarden het gedrag betreffende, te weten inspanningsverplichtingen om adequate vrijetijdsbesteding en structurele dagbesteding te vinden en op legale wijze inkomen te verkrijgen. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Vrijspraak zonder nadere motivering van de feiten 1 en 4 Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 en 4 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 4.
  3. Vrijspraak ten aanzien van de feiten 2 en 3 4.2.
  4. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft betoogd dat het onder de feiten 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. De ontploffing aan de Ericastraat in Capelle aan den IJssel op 8 mei 2023 is veroorzaakt door een brandbom. Door de ontploffing is schade ontstaan en is zwaar lichamelijk letsel aan personen te duchten geweest. Bij de woning zijn restanten van de brandbom aangetroffen en bemonsterd, waaronder een drinkfles en dop. Het DNA van de verdachte is daarop aangetroffen. Daarnaast is gebleken dat het telefoonnummer eindigend op -359, dat aan de verdachte kan worden toegeschreven, rondom het tijdstip van de ontploffing een zendmast nabij de plaats delict aanstraalt. De combinatie van deze omstandigheden maakt dat de officier van justitie van oordeel is dat de verdachte als medepleger kan worden aangemerkt van het onder feit 2 ten laste gelegde. Ook ten aanzien van het onder feit 3 ten laste gelegde wijst de officier van justitie op het telefoonnummer dat aan de verdachte wordt toegeschreven en dat, samen met de telefoonnummers van twee medeverdachten, rondom het tijdstip van de ontploffing in Reuver op 6 maart 2023 een zendmast aanstraalt bij Tegelen. Deze zendmast is gelegen in de nabije omgeving van Reuver. Uit het dossier is vervolgens af te leiden dat één van de medeverdachten op beeld staat terwijl hij een explosief bij de woning aan de Hazenkamp in Reuver plaatst. Van deze medeverdachte is DNA op de plaats delict aangetroffen. Omdat de telefoons van de verdachten allemaal rond het tijdstip van de ontploffing zendmasten aanstralen in Tegelen en de medeverdachte wordt herkend als degene die het explosief heeft geplaatst, concludeert de officier van justitie dat de verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van het onder feit 3 ten laste gelegde. 4.2.
  5. Beoordeling Het bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte in de zin van medeplegen zou met name zijn gelegen in de omstandigheid dat het telefoonnummer dat eindigt op -359 ten tijde van beide ontploffingen een zendmast in de nabije omgeving van de plaatsen delict aanstraalt en op één van de momenten kort voor de ontploffing contact heeft met het telefoonnummer van een medeverdachte. De verdachte heeft verklaard dat hij weliswaar gedurende een periode gebruik heeft gemaakt van dit telefoonnummer, maar dat dat niet het geval was op de data dat de ontploffingen hebben plaatsgevonden. Hij zou het telefoonnummer in gebruik hebben gegeven aan familieleden. Hoewel de rechtbank de redenering van het openbaar ministerie kan volgen, bevat het dossier ook aanwijzingen die passen bij de verklaring van de verdachte dat het betreffende telefoonnummer niet exclusief bij hem in gebruik was. Het betreffende telefoonnummer staat immers op naam van de vader van de verdachte en de politie schrijft het in een onderzoek naar het telefoonnummer van de medeverdachte over de periode van 1 juni 2023 tot en met 25 juli 2023 toe aan de oudere broer van de verdachte. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat de simkaart met het betreffende telefoonnummer gedurende van 27 februari 2023 tot en met 26 augustus 2023 niet in de Iphone XR van de verdachte heeft gezeten. Dit alles maakt dat naar het oordeel van de rechtbank niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van de ontploffingen de gebruiker was van het telefoonnummer en gelet daarop ten tijde van de ontploffingen in de directe omgeving moet zijn geweest. Dat de verdachte in een eerder verhoor zou hebben verklaard dat hij de gebruiker was van het betreffende telefoonnummer, maakt dit niet anders. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat niet bekend is wat de datum is van dit verhoor en dat de verdachte heeft verklaard dat hij dit nummer vóór de tenlastegelegde data in gebruik heeft gehad. Wat overblijft is het DNA-spoor van de verdachte op de fles en de dop dat bij de plaats delict in Capelle aan den IJssel is aangetroffen. Hoewel dit spoor een aanwijzing kan zijn voor betrokkenheid, levert de enkele aanwezigheid van dit DNA-spoor op een verplaatsbaar object in de omgeving van de plaats delict onvoldoende wettig bewijs op om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te komen. 4.2.
  6. Conclusie Het onder 2 en 3 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 5Vorderingen benadeelde partijen 5.
  7. De benadeelde partijen Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 10.000,-- aan immateriële schade, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 2] ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert – conform de aanpassing ter terechtzitting – een vergoeding van € 52,90 aan materiële schade en een vergoeding van € 3.000,-- aan immateriële schade, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 3] ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 133,15 aan materiële schade en een vergoeding van € 3.500,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 4] ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 13.474,94 aan materiële schade en een vergoeding van € 3.500,-- aan immateriële schade, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 5] ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3.500,-- aan immateriële schade, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 6] ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert – conform de aanpassing ter terechtzitting – een vergoeding van € 3.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 7] ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert – conform de aanpassing ter terechtzitting – een vergoeding van € 3.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 8] ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit . De benadeelde partij vordert – conform de aanpassing ter terechtzitting – een vergoeding van € 3.000,-- aan immateriële schade, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 9] ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert – conform de aanpassing ter terechtzitting – een vergoeding van € 3.000,-- aan immateriële schade, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 5.
  8. Beoordeling De benadeelde partijen zullen allen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, nu de verdachte van de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten wordt vrijgesproken. Daarom wordt geen straf of maatregel opgelegd en vindt ook artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing. 5.
  9. Conclusie In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoedingen geen inhoudelijke beslissing genomen. 6Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 7Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 1] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 3] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 4] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 5] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 6] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 7] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 8] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 8] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 9] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 9] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter, en mrs. H.J. de Kraker en S.W.H. Bootsma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage Tekst gewijzigde tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1 hij op of omstreeks 15 juli 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een of meer explosieven bij de woning van [slachtoffer 1] aan de [adres 2] naar binnen te gooien en/ of deze op andere wijze in die woning te brengen en deze vervolgens tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan - gemeen gevaar voor goederen, te weten deze woning en/ of goederen in de woning en/ of naastgelegen woningen en/ of de goederen in die woningen en/ of - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten die [slachtoffer 1] en/of bewoners van de omliggende woningen en/of daar aanwezig zijnde personen en/ of toevallige passanten te duchten was; (art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 2 hij op of omstreeks 8 mei 2023 te Capelle aan den IJssel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een of meer explosieven bij de woning van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] aan de [adres 3] en [adres 4] naar binnen te gooien en/ of deze op andere wijze in die woning te brengen en deze vervolgens tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan - gemeen gevaar voor goederen, te weten deze woning en/ of goederen in de woning en/of naastgelegen woningen en/ of de goederen in die woningen en/ of - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/ of bewoners van de omliggende woningen en/ of daar aanwezig zijnde personen en/ of toevallige passanten te duchten was; (art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 3 hij op of omstreeks 6 maart 2023 te Reuver, gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning van [slachtoffer 5] aan de [adres 5] door een cobra, althans een brandbaar en/of explosief materiaal, te bevestigen op/aan en/of te plaatsen in de nabijheid van een of meerdere flessen benzine, althans een vluchtige en/ of brandbare stof, en/of (vervolgens) voornoemde cobra af te steken, terwijl daarvan - gemeen gevaar voor goederen, te weten deze woning en/ of goederen in de woning en/ of naastgelegen woningen en/ of de goederen in die woningen en/ of - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten die [slachtoffer 5] en/ of bewoners van de omliggende woningen en/ of daar aanwezig zijnde personen en/ of toevallige passanten te duchten was; (art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 4 hij op één of meerdere tijdstippen op of omstreeks 6 juli 2023 te Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk op/aan/bij een pand aan de [adres 6] en/of een pand aan de [adres 7] een ontploffing teweeg heeft gebracht door een cobra, althans een brandbaar en/ of explosief materiaal, te bevestigen op/ aan en/ of te plaatsen in de nabijheid van een of meerdere flessen benzine, althans een vluchtige en/of brandbare stof, en/of (vervolgens) voornoemde cobra af te steken, terwijl daarvan - gemeen gevaar voor goederen, te weten woningen en/ of goederen in die woningen gelegen aan de [adres 6] en/ of [adres 7] en/ of - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners en/of aanwezige personen op/nabij de [adres 6] en/of de [adres 7] te duchten was; (art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.