Rechtbank Rotterdam Team insolventie rekestnummer: [nummer] uitspraakdatum: 12 juni 2024 in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [adres] [woonplaats], verzoeker. 1De procedure Verzoeker heeft op 15 april 2024, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten: - [schuldeiser]. die weigert mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. Ter zitting van 5 juni 2024 zijn verschenen en gehoord: verzoeker; I.S.K. van Daele, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening); S.N. Tilborg, werkzaam bij Oprails (hierna: beschermingsbewindvoerder); M. Kluitmans en C. Steen-Kluitmans, beiden werkzaam bij [schuldeiser]. De uitspraak is bepaald op heden. 2Het verzoek Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift 27 schuldeisers, waarvan twee preferente en 25 concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 91.079,88 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 9 januari 2024 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 1,71% aan de preferente schuldeisers en 0,85% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn Participatiewet-uitkering. Verzoeker is niet in staat om te werken, aangezien hij zich volledig richt op zijn persoonlijke ontwikkeling en het overwinnen van zijn verslaving. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn beschermingsbewindvoerder voldaan. Daarnaast is verzoeker sinds 12 mei 2023 in behandeling bij Antes om zijn verslaving onder controle te houden. 26 schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. [schuldeiser] stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 5.919,34 op verzoeker, welke 6,5% van de totale schuldenlast beloopt. 3Het verweer [schuldeiser] heeft ter zitting verklaard dat zij het aangeboden bedrag te laag vindt gezien de aanzienlijke inspanningen die zij heeft geleverd om verzoeker te laten betalen. Ondanks herhaalde beloftes van verzoeker dat hij zou gaan betalen, is er tot dusver geen enkele betaling ontvangen en heeft hij niets ondernomen om de schade te beperken. Hierdoor vindt [schuldeiser] het onrechtvaardig om genoegen te moeten nemen met het aangeboden bedrag. 4De beoordeling Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van [schuldeiser] bij haar weigering vast. De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of [schuldeiser] in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van [schuldeiser] een gering aandeel vormt in de totale schuldenlast van 6,5%. Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk 26 van de 27 schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan. De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Kredietbank Rotterdam. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd. De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker niet beschikt over betaald werk. Verzoeker is sinds 12 mei 2023 in behandeling bij Antes om zijn verslaving onder controle te houden en aan zichzelf te werken. Hierdoor is verzoeker door de gemeente ontheven van de arbeidsverplichtingen vanaf 22 mei 2024 tot en met 21 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.